De werking van alcohol
i1871494-1
Voor de uitleg hiervan ga ik putten uit mijn eigen ervaring. Mijn naam is Harrie en ik ben een gewezen alcoholverslaafde. Ik gebruik de verleden tijd, omdat ik intussen mijn alcoholverslaving overwonnen heb. Op mijn 20ste ben ik begonnen met drinken, op mijn 39ste was ik volkomen verslaafd. Nu 32 jaar geleden ben ik gestopt met het drinken van alcohol.
Van mijn 20ste tot mijn 39ste  ligt een tijdsperiode van 19 jaar waarin ik van een onschuldige alcoholdrinker tot een alcoholverslaafde verworden ben.
Om dit begrijpelijk te maken moet ik het fenomeen alcohol nader toelichten.
Alcohol is een drug, een drug die overal legaal te verkrijgen is. Het is een genotmiddel dat maatschappelijk volledig geaccepteerd wordt, sterker nog: in onze huidige maatschappij is alcohol min of meer een must geworden.
Alcohol heeft twee gezichten, twee verschillende uitwerkingen. Voor de ene persoon heeft het een ontspannend effect. terwijl het voor de andere persoon absoluut vernietigend is.
Maar wat doet alcohol dan?

Alcohol ontziet niemand en stoort zich niet aan opleiding, status of intelligentie en boort zich dwars door alle geledingen van de maatschappij. Alcohol zoekt zijn prooi met een bedrieglijke wereld als lokaas. Alcohol bespeelt zijn prooi met een geraffineerde sluwheid, slaat niet plotseling toe, schrikt niet af, maar hij vleit en streelt onze ijdelheid. Alcohol geeft ons altijd gelijk, doet zich voor als een baken van rust, maar neemt op een uiterst geduldige wijze stap voor stap bezit van onze persoonlijkheid.
Alcohol is een genotmiddel dat een wereld van illusie creëert. Hij schept een waanwereld die niet overeenkomt met de werkelijkheid, een schijnwereld waarvan men alleen maar hoopt dat het de werkelijkheid is.
Door dit genotmiddel kunnen we de harde realiteit van het leven ontvluchten.

Het alcoholmisbruik is geen gegeven van de laatste jaren of zelfs van de laatste eeuw: het stamt al uit de grijze oudheid. Sla er de geschiedenisboeken maar op na. We weten nu dat de Vikingen voor ze op rooftocht gingen, hun goden toedronken uit de schedels van hun eerder overwonnen vijanden, waardoor ze een gevoel van onoverwinnelijkheid kregen en zo hun schijnwereld in stand hielden. En zolang de mensheid behoefte heeft aan een schijnwereld, zal het genotmiddel alcohol blijven bestaan.

Alcohol is een zeer verraderlijk genotmiddel dat een korte euforie schenkt, maar de gebruiker direct erna weer terugwerpt in de harde werkelijkheid.
Bovendien manifesteert de verraderlijkheid van de alcohol zich door de behoefte aan een steeds grotere hoeveelheid om in dezelfde euforische schijnwereld te komen. Het eindresultaat is een totale afhankelijkheid van de alcohol.

Is dan ieder die alcohol gebruikt gedoodverfd om ook een prooi te worden van deze alcohol?
Het antwoord hierop is een volmondig nee!
Niet iedereen die alcohol gebruikt is gedoemd om als prooi te dienen voor de alcohol en wie dat wel zijn is onvoorspelbaar. Als je het mij vraagt hoe het komt, dat de ene persoon wel en de andere persoon niet alcoholverslaafde wordt, zal mijn antwoord zijn, ik weet het niet; ik heb wel een vermoeden maar weten doe ik het niet.

Op een symposium over alcoholisme, waar ik kort geleden aan deel heb mogen nemen is dit onderwerp wederom uitgebreid aan de orde geweest. De meest ingewikkelde theorieën worden naar voren gebracht, maar met een sluitende wetenschappelijke verklaring kwam men nog steeds niet. De forumleden van dit symposium kwamen wel tot de eensluidende conclusie dat het in de ban raken van de alcohol absoluut niets te maken heeft met de persoonlijkheid of het karakter van de getroffene. Iedereen die alcohol drinkt loopt de kans op een alcoholverslaving. Wil men de kans op gewenning geheel en absoluut uitsluiten, dan zou men vanaf de geboorte nooit een druppel alcohol moeten gebruiken.

Ik heb dit laatste niet in praktijk gebracht, ik ben wel alcohol gaan drinken, heel sociaal aanvankelijk en met mate, maar langzaam, voor mijzelf bijna onmerkbaar ging mijn drinkpatroon` veranderen.
Ik veranderde van een gelegenheidsdrinker in een gewoontedrinker en werd vervolgens een reguliere drinker. Uiteindelijk kwam ik in een stadium, dat ik de alcohol absoluut nodig had.
Ik had de alcohol nodig om mijn geest te kunnen ordenen, om mijn tremoren tegen te gaan, om mijn spierstelsel te stabiliseren, kortom om te kunnen functioneren.

Alcohol was de spil van mijn leven geworden; heel mijn denken, mijn gevoelens en mijn energie waren gefocust op de alcohol. Mijn sociaal-maatschappelijke leven werd totaal ondergeschikt gemaakt aan de alcohol, ik was volledig aan de alcohol verslaafd.

Heb ik in deze periode hulp gezocht voor mijn drankprobleem? Zeker wel: ik heb artsen en psychiaters geraadpleegd. Ik probeerde mijn gevoelens onder woorden te brengen, maar dat lukte niet: ik sprak een codetaal die door de medici niet begrepen werd en dit onbegrip werkte averechts op mijn drankbehoefte.
Ik heb chemische hulpmiddelen gebruikt zoals refusal, maar daar dronk ik mezelf doorheen. Ik heb in een ontwenningskliniek gezeten, heb een alcoholtraining ondergaan, maar geen van deze therapieën kon mij bevrijden van mijn alcoholverslaving.

Ik had er mijzelf al bij neergelegd dat de alcohol mijn ondergang zou worden, totdat ik in contact kwam met een groepering van mensen die zich de anonieme alcoholisten noemen de AA.
Bij de AA kwam ik tot de ontdekking dat ik wel begrepen werd en dat zij mijn codetaal kenden, omdat ze zelf ook deze codetaal gesproken hadden. Hier kon ik spreken op basis van gelijkwaardigheid en hier kon ik mezelf spiegelen aan de mensen die hun alcoholverslaving overwonnen hadden. Hier werd niet veroordeeld, maar hooguit beoordeeld; hier werd geen goede raad gegeven, maar wel praktische richtlijnen waarmee ik mijn alcoholverslaving kon bestrijden en overwinnen.

Misschien denkt u dat ik – gezien mijn ervaring – van mening ben dat alcohol het brouwsel van de duivel is dat uit de wereld gebannen dient te worden. Dat is allerminst het geval: ik wil alleen maar zeggen: drink en geniet, maar wees op je hoede voor de verborgen effecten van de alcohol en denk niet zoals ik gedacht heb: dat zal mij niet overkomen.
Waarom mij wel en jou niet?