Waarom we niet mogen stoppen met drinken: ‘Je pakt iemand zijn teddybeer af’

Als je voorgoed stopt met drinken, zijn er maar weinigen die je staan toe te juichen, laat staan je motiveren en met je meedoen. ‘Ontwijn’-coach en auteur Jacqueline van Lieshout stopte vier jaar geleden met drinken en moet zich sindsdien continu verantwoorden. “Alcohol is onze lievelingsverslaving. Het is de teddybeer voor volwassenen, daar mag je niet aankomen.”

Een grapje op sociale media: tijdens de vorige lockdown sloegen we massaal wc-rollen in, deze lockdown weten we niet hoe snel we het drankschap moeten plunderen. Hahaha. Grappig toch? Want alcohol is sociaal geaccepteerd, sterker nog, alcohol is ‘gezellig’, soms zelfs ‘chique’ (‘een mooie Cabernet’ of ‘een frisse Pinot Grigio’) en hoort er nou eenmaal gewoon bij. Evenals die kater, die zo nu en dan de kop opsteekt. Weet je wat niet sociaal geaccepteerd is? Stoppen met alcohol drinken en vervolgens nooit meer een druppel aanraken.

Dat weet Jacqueline van Lieshout (45) als geen ander. Vier jaar geleden, na een weekendje Terschelling met haar man, besloot ze dat het tijd was om voorlopig te stoppen met drinken. “Mijn man had net een medische ingreep gehad en wij gingen een weekendje weg. En vakantie betekende bij ons: al tijdens de lunch aan de wijn. Aan het einde van het weekend voelde mijn man zich zo beroerd dat hij zelfs even dacht ‘dat hij doodging’. Toen we thuis aan de arts gekscherend vertelden dat we op Terschelling ‘in een bad van Sauvignon Blanc hadden gelegen’, keek zij ons aan of we wel goed bij ons hoofd waren”, zegt Jacqueline tegen RTL Nieuws. Lees ook:Supermarkten worstelen met alcoholverbod: ‘Niet te handhaven’

Vanaf toen was het gedaan met de ‘gewoon gezellige borrelaar’ Jacqueline. Maar waar een roker die wil stoppen doorgaans alle benodigde aanmoedigingen en hulp uit zijn omgeving krijgt, loopt iemand die wil stoppen met drinken tegen een muur van onbegrip op. “Mensen kijken je vaak raar aan en vinden het ‘ongezellig’ of vragen ‘Waarom? Had je een probleem dan?’ of zeggen ‘Doe dan gewoon gezellig maar ééntje mee’. Alsof ik het zelf niet al lastig genoeg vond om te stoppen.”

“In het begin zat ik te onderhandelen in mijn hoofd: als ik er nou één per week neem? Of zes keer per jaar bij een speciale gelegenheid iets drink? Maar toen ik op vrijdagmiddag niet wist hoe ik moest ontspannen zonder een wijntje te nemen – wat ik tot die tijd altijd deed – en met kerst stond te huilen boven de soep omdat die lekkere rode wijn van mijn broer aan mijn neus voorbij ging, besefte ik dat ik nog maar even langer moest stoppen.”Jacqueline van Lieshout Jacqueline van Lieshout

22 kilo afgevallen

Nu wil Jacqueline nooit meer drinken. Zelfs niet een heel klein beetje. “Ik vertel mijn verhaal niet omdat ik de anti-alcohol-apostel wil uithangen of met een belerend vingertje naast mensen wil staan die wel alcohol drinken. Nee, ik wil mensen inspireren met mijn verhaal, want door te stoppen met drinken voel ik me onvoorstelbaar fantastisch. Ik heb een grotere persoonlijke ontwikkeling doorgemaakt in de afgelopen vier jaar dan in de 25 jaar daarvoor. Als je stopt met drinken dan ga je terug naar je fabrieksinstellingen. Je hebt ineens weer zin in alles, weer volop energie en bovendien ben ik 22 kilo afgevallen zonder daarvoor een bleekselderijdieet te hebben gevolgd.”

Volgens Jacqueline zijn we ons er nog steeds niet van bewust wat alcohol allemaal aanricht en zijn we het normaal gaan vinden dat we slecht slapen en in het weekend hoofdpijn hebben en nauwelijks uit ons bed komen. “We zijn geen alcoholisten want dat zijn mensen die onder een brug slapen, overal drank verstoppen of in ieder geval naar AA-meetings gaan. De meeste mensen zijn ‘gewone drinkers’ maar wat betekent dat? Als alcohol nu uitgevonden zou worden dan zou het direct worden verboden. Het is tenslotte een harddrug.” Lees ook:Gezondheid Nederlandse jongeren goed, maar alcohol is een probleem

Twee jaar geleden schreef Jacqueline het boek ontwijnen over hoe het haar lukte om te stoppen met drinken en ontwikkelde de gelijknamige online cursus waarmee ze de ‘gewone drinkers’ – vooral vrouwen die zich in haar herkennen – begeleidt in het laten staan van alcohol. In haar nieuwe boek ‘De Geest uit de Fles’ – dat in december verschijnt – beschrijft ze waarom we zo verknocht zijn aan onze borrel en waarom het idee van een alcoholvrij leven zoveel weerstand oproept.

In het kort: “Alcohol is onze lievelingsverslaving. Het is de teddybeer van volwassenen die we lekker tegen ons aandrukken als we willen ontspannen. Het is een snelle platlegger, een quick fix. Ik zie het al na twee glazen alcohol bij anderen. Dan zijn ze al heel anders, amicaler en komen ze al veel dichterbij.” Als jij daar als nuchter persoon bij staat, dan denk je misschien ‘zo ben ik toch niet als ik drank op heb?’ Maar jawel, zo ben jij ook”, verzekert Jacqueline.

Dorstig paard bij de slijterij

Want zo was zij ook. Ook zij dook op vrijdagmiddag het liefst ‘effe in de fles’ of fietste met ‘haast verliefde gevoelens’ naar het terras om daar lekker aan de wijn te gaan. En ook zij had een hekel aan mensen die vertelden hoe slecht het was om alcohol te drinken. Of aan ‘nippers’, waardoor ook zij moest wachten op een volgend glas. “Mensen krijgen een spiegel voorgehouden, en die is confronterend. Zij weten dondersgoed dat ook zij te veel en te vaak drinken.”

Bovendien zit alcohol en het idee van ‘gezellig drinken’ zo in ons systeem en onze cultuur, dat je dat er maar moeilijk uit krijgt. Jacqueline: “Je krijgt dat idee van jongs af aan mee: als papa en mama een biertje of wijntje drinken dan ontspannen ze, dan is het gezellig. En als je dan ook nog voorgehouden krijgt dat je vanaf je achttiende ook ‘mag’ drinken, dan snap ik dat je tegen die tijd als een dorstig paard bij de slijterij staat.” Lees meer:Nederland weet weinig over alcohol: ‘Eén glas is al schadelijk’

En dus willen mensen niet horen hoe slecht alcohol is. Of over de link tussen het ontwikkelen van borstkanker en alcoholconsumptie en eigenlijk ook niet over hoe goed iemand zich voelt die helemaal geen alcohol meer drinkt. “Dat willen we allemaal niet horen. Want ‘alcohol is slecht en ongezond’, zo zijn we niet geprogrammeerd. Bovendien hebben we allemaal wel een gezonde 80-jarige oom die vrolijk iedere dag nog drinkt. Dus hoe erg kan het zijn?”, zegt Jacqueline.

Toch ziet zij wel degelijk een verandering in de maatschappij: “Kijk naar het 0.0-schap in de supermarkt. Dat wordt steeds groter en is ook steeds vaker leeg. Dat is heel positief.” En gaat ze stug door met het vertellen van haar verhaal en het begeleiden van de gewone drinker.

Corona en terugval

Het coronavirus hakt erin. We blijven thuis, wassen onze handen tot de vellen eraan hangen en houden 1,5 meter afstand. Is het risico op terugval voor mensen die in herstel zijn van een verslaving nu groter?

We kunnen niet naar meetings en (groeps)therapie. Online tools als zoom bieden uitkomst, maar dat is het toch nét niet helemaal. Als je in pril herstel veel baat hebt bij structuur, dan is de boel de laatste weken wel even behoorlijk door elkaar geschud. Verveling kan toeslaan, maar ook stress. Want hoe moet het nu allemaal verder? Allemaal zaken die het risico op terugval kunnen vergroten. Er is goed nieuws: we kunnen het risico zelf verlagen.

  • Houd het klein
    Momenteel ziet de wereld er anders uit, dat geldt voor iedereen. Je hoeft nu niet enorm te presteren en grote stappen te zetten. Structuur brengen in je dag is, zeker als je de hele dag alleen maar in en rond huis bent, al een groot goed. Sta op dezelfde tijd op en ga op dezelfde tijd naar bed, plan je werkuren in en wat je verder die dag nog te doen hebt.
  • Houd grote opruiming
    Elk nadeel hep se voordeel: misschien houd je nu meer tijd over voor een grote schoonmaak. Een opgeruimd, overzichtelijk huis zorgt voor een opgeruimd en fris hoofd. Een van de grootste clichés, maar clichés bestaan omdat ze waar zijn. Heb je een tuin? Maak hem zomerklaar, zondag wordt het heerlijk weer!
  • Blijf in contact
    Goed, 90 meetings in 90 dagen lukt nu niet, in elk geval niet fysiek. Maar kijk waar je online aan kunt sluiten en blijf in contact. De meeste verslavingszorginstellingen hebben extra (digitale) maatregelen genomen, het is prima om te bellen voor hulp.
  • Stick with the winners
    Mensen die goed in herstel zitten, gemotiveerd zijn en een positieve levenshouding bezitten en uitstralen. Je kent ze wel. Neem contact op en vraag hulp als je het nodig hebt. Schroom niet; mensen staan graag klaar voor elkaar. Dat lijkt in coronatijd zelfs nog meer aanwezig dan anders.
  • Ga iets doen
    Heb je zucht? Ga iets doen. Ja, wat dan? We mogen niks! Helemaal waar, maar toch kunnen we duizend dingen bedenken: bel een vriend die ook in herstel is, maak een wandelingetje (1,5 meter afstand!), vraag aan je oude buurvrouw of je misschien iets voor haar kunt doen, deel je woonkamer opnieuw in, doe een mindfulnessoefening, enzovoorts.
  • Voel
    In pril herstel is het belangrijk dat je leert op een gezonde manier om te gaan met tegenslag. Voel je je verdrietig, angstig of nerveus? Dat is normaal, zeker in deze tijd. Het is niet erg om zulke gevoelens te hebben, maar weet dat ze weer overgaan. Ervaar je stress? Wuif het niet weg, maar besteed er aandacht aan. Eenvoudige manieren om stress tegen te gaan zijn meditatie, mindfulness, hobby’s, voldoende slaap en gezond eten. 
  • Onthoud altijd: een terugval is niet hetzelfde als opgeven
    Als je toch terugvalt, kun je op elk moment weer aan de bel trekken en om hulp vragen, zelfs digitaal. Terugval betekent niet dat je weer helemaal opnieuw moet beginnen. Alle moeite die je eerder al gestoken hebt in nuchter worden en blijven was niet voor niets, het kan je nu juist weer helpen nuchter te worden.

Kans op terugval voor verslaafden.

Kans op terugval voor verslaafden, ook voor hen ligt zorg nagenoeg stil door coronacrisis

Mijke Klösters krijgt door de coronacrisis minder nazorg.

Mijke Klösters krijgt door de coronacrisis minder nazorg.BREDA – Grote kans op een terugval voor alcohol en drugsverslaafden. Want door de maatregelen rondom het coronavirus ligt de zorg zo goed als stil. Groepsgesprekken en individuele afspraken gaan allemaal niet door, waardoor de verslaafden op zichzelf zijn aangewezen.GESCHREVEN DOOR Noël van Hooft

Mijke Klösters was vanaf haar zestiende verslaafd aan alcohol. Een jaar geleden zocht ze hulp en nu is ze van haar verslaving af. Maar nazorg is voor de 23-jarige vrouw uit Uden zeer belangrijk. En die is er nu amper.

Terugval
Twee keer per dag wordt Mijke nu gebeld door hulpverleners, maar verder moet ze haar verslaving zelf onder controle houden. Dat lukt haar tot nu toe, maar het is lastig. In haar omgeving ziet ze veel mensen terugvallen. ‘’Het is heel makkelijk om terug te grijpen naar de drug. Vooral ook omdat er amper controle op je is.’’

Bekijk in de video hoe moeilijk Mijke het heeft.

Amper controle
Volgens Jeroen Novak van GGZ Momentum in Breda is het logisch dat de (ex-)verslaafden het juist nu moeilijk hebben. ‘’De structuur in hun leven is weggevallen door de coronamaatregelen en de hele situatie zorgt voor stress.’’

Novak denkt dat er na de coronacrisis een grote groep ex-verslaafden weer teruggevallen zijn in hun oude gewoontes. Maar hij ziet ook een lichtpuntje: ‘’Een andere grote groep ziet juist nu dat ze in stresssituaties ook zonder de drugs of alcohol kunnen en dat geeft zelfvertrouwen.’’

Deuren open
Mijke denkt dat ze bij die laatste groep hoort. ‘’Ik heb het heel zwaar. De situatie moet niet heel lang meer duren voordat het mis gaat. Maar ik weet waar ik vandaan kom en hoe hard ik er voor heb moeten werken. Dat geeft me kracht om het vol te houden.’’

Bron

ETSC: ‘Voer Europees alcoholverbod in het verkeer in’

Alle landen in de Europese Unie moeten een ‘zero tolerance’ beleid invoeren als het aankomt op het gebruik van alcohol in het verkeer. Daarmee worden jaarlijks vijfduizend verkeersdoden voorkomen. De aanbeveling komt van de European Transport Safety Council (ETSC).

Bij een kwart van alle dodelijke verkeersongelukken in de EU is alcohol betrokken. Jaarlijks verongelukken daardoor vijfduizend mensen in de unie. Onderzoeksbureau ETSC houdt zich bezig met het terugdringen van het aantal doden en gewonden in het Europese verkeer. In een nieuw rapport pleit het bureau voor een ‘zero-tolerance drink-driving limit’.

Doelstelling

De EU heeft zich recent het doel gesteld om het aantal doden en gewonden in het verkeer voor 2030 te halveren. Een kwart van de 25.000 verkeersdoden ieder jaar kan worden gelinkt aan het gebruik van alcohol in het verkeer. Een verbod op alcohol betekent een grote stap om die ambitie waar te maken, redeneert ETSC.

Beleidsdirecteur Ellen Townsend van de ETSC zegt: “We weten nu al bijna 70 jaar dat alcohol en verkeersdoden aan elkaar gelinkt zijn. Het is onacceptabel dat duizenden families jaarlijks uit elkaar worden gerukt door alcohol in het verkeer. In 2020 willen we dat de EU lidstaten beleid ontwikkelen om alcohol achter het stuur te stoppen door onder meer een verbod, handhaving en het inzetten van techniek zoals alcoholsloten in bussen en vrachtwagens.” Volgens nieuwe Europese regelgeving moeten alle nieuwe auto’s vanaf 2022 standaard zijn uitgerust met een aansluiting voor een alcoholslot.

Statistieken

In 2019 gebeurden er 2.964 officieel geregistreerde verkeersongevallen in 23 EU landen, dat valt te lezen in het nieuwe rapport van de ETSC. De daadwerkelijke cijfers liggen hoger, niet van alle landen zijn de precieze cijfers bekend.

Momenteel geldt er in zeven van de achtentwintig lidstaten van de EU een maximum van 0.2 promille alcohol in het bloed. Met dat percentage kan de European Transport Safety Council leven. In negentien landen geldt een maximum van 0.5 promille. In het VK (behalve in Schotland) is een limiet van 0.8 toegestaan. In Nederland mogen mensen die langer dan vijf jaar het rijbewijs hebben 0.5 promille in het bloed hebben. Voor beginnende bestuurders geldt een lagere limiet. Wie wordt aangehouden met meer dan 0.8 kan rekenen op een educatieve maatregel.

Handhaving

De ETSC roept lidstaten op om de statistieken beter te registreren en alle weggebruikers bij een ongeval standaard te controleren op alcohol. Ook hamert het onderzoeksbureau op betere handhaving en nationale doelstellingen voor checks langs de weg. Andere aanbevelingen: voer regelmatig campagne om alcohol in het verkeer te verminderen en stel een alcoholslot verplicht voor professionele chauffeurs van bijvoorbeeld vrachtwagens en bussen.

Succesvol, sociaal en afhankelijk van alcohol: de High Functioning Alcoholic

Slechts tien procent van de alcoholisten raakt aan lager wal. Er zijn vele malen meer drinkers die succesvol zijn in het leven en tegelijkertijd afhankelijk zijn van alcohol. Ze hebben een baan, een huis, vrienden en een familieleven, en drinken ondertussen. Hun verhaal is er een van lijden in stilte, gepaard aan een constant schuldgevoel.Tekst José BernaertsFotografie Lonneke van der Palen17 tot 22 minuten leestijd

Haar leven was net zoals dat van de mensen om haar heen: veel en hard werken, veel uitgaan en feestjes, en zo nu en dan een vriendje. Petra Moes, dertiger, was productieleider in de festivalwereld en haar leven liep op rolletjes. Tot er iets begon te verschuiven. Zo zou ze op een dag met haar vader naar Delft gaan, zijn geboorteplaats. Omdat ze eigenlijk nooit iets samen deden, had hij zich daar maanden op verheugd. Maar de avond ervoor dronk Moes te veel en sliep ze maar een paar uurtjes, zodat ze op dag zelf hondsberoerd was en al haar energie nodig had om überhaupt overeind te blijven. Gezellig werd het niet.

Ook was er die keer dat ze even een biertje ging pakken en toch meer dronk dan ze van plan was, en op de terugweg viel met de fiets. Een zere kaak en haar witte blouse onder het bloed. Gelukkig was haar broer er snel bij. Hij nam haar mee naar de spoedeisende hulp. Wat schaamde ze zich voor de verwijtende blikken van de andere patiënten, waar de vileine opmerking van de verpleegkundige nog eens overheen kwam: ‘We kunnen je helaas niet verdoven, daarvoor heb je te veel alcohol in je bloed.’

Langzaam maar zeker werd haar iets pijnlijk duidelijk.

Moes: ‘Ik lag niet onder een brug en stond ook niet ’s morgens in de supermarkt bij de kassa met een goedkope fles rosé, maar alcohol begon me wel steeds meer te sturen. Feestjes waar ik alleen met de auto kon komen, sloeg ik over, etentjes met vriendinnen die niet dronken, duurden kort en als ik uit mijn werk naar huis ging, wilde ik zeker weten dat er een fles wijn stond te wachten óf dat de winkel nog open was. Het lukte me nauwelijks om af en toe een dag niet te drinken. En als dat wel lukte, dronk ik de dag erna twee keer zoveel. Maar ik functioneerde prima, had een leuke baan en vrienden, en kon me absoluut niet identificeren met de term “alcoholist”.

Ik was een struggelaar: proberen, mislukken, weer voornemen, struikelen… Gemiddeld dronk ik een fles wijn per dag en daar kun je het prima een lange tijd op doen. Maar het geworstel en de slaafsheid werden beknellend.’

GESEGMENTEERD LEVEN

Alcoholafhankelijkheid heeft vele gezichten. Het stereotiepe beeld is dat van een wankelende dronkenlap, of die loser uit je studietijd die geen grenzen kende. Maar uit Amerikaanse cijfers blijkt dat dit type drinker slechts 10 procent van het geheel uitmaakt. De waarheid is dat er veel meer succesvolle mensen zijn die afhankelijk zijn van alcohol. In de Verenigde Staten hebben ze daar een term voor bedacht: de High Functioning Alcoholic (HFA). Dat is iemand die zijn of haar leven naar buiten toe in stand houdt, die een baan, een huis, vrienden en een familieleven heeft, en ondertussen alcoholisch drinkt.

Het verhaal van de HFA (voor de goede orde: even vaak vrouwen als mannen) wordt zelden of nooit verteld, en de sociale omgeving heeft doorgaans geen idee wat zich achter gesloten deuren afspeelt. Hij of zij komt over als iemand die alles op de rit heeft, omdat de HFA zich erin heeft gespecialiseerd om zijn of haar leven te segmenteren: werk, privéleven en drinkgedrag zijn strikt gescheiden hoofdstukken. Dat onderscheidt de HFA van de Lower Functioning Alcoholic. De HFA wordt vaak gerespecteerd om expertise en prestaties en onderhoudt een sociaal leven en intieme relaties, maar omringt zich ondertussen het liefst met mensen die ook drinken.

EENHEID IN DIAGNOSES

In de wereld van de zorg wordt het woord ‘alcoholist’ inmiddels gezien als stigmatiserend; liever spreekt men van alcoholafhankelijkheid. De term High Functioning Alcoholic is in die zin discutabel; het probleem wordt er ondertussen niet minder om. Maar wanneer ben je eigenlijk alcohol-afhankelijk? Wie een testje op internet doet, komt er al snel in de buurt, want de norm is wekelijks 21 glazen voor mannen en 14 glazen voor vrouwen – er zijn zelfs testen die de helft daarvan al als problematisch betitelen.

Volgens deskundigen zal een High Functioning Alcoholic niet altijd functional blijven.

Hulpverleners van de GGZ hanteren DSM5, de vijfde versie van het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders: het diagnostisch en statistisch handboek van psychiatrische aandoeningen dat wereldwijd wordt gebruikt. Het is opgesteld door de American Psychiatric Association om eenheid te brengen in de vele interpretaties van diagnoses, en is inmiddels verworden tot een instrument voor zorgverzekeraars om te bepalen of een behandeling wel of niet vergoed kan worden.

Verslaving wordt door hulpverleners vastgesteld aan de hand van de elf criteria van het DSM5 (zie kader). Door de beschikking over financiële middelen blijft de schade van problematisch drinken bij de HFA vaak beperkt: een taxi is zo gebeld. Daarom denkt hij doorgaans dat het allemaal wel meevalt: hij raakt niet alles kwijt en zit niet op rock bottom. Maar volgens sommige deskundigen is het een kwestie van tijd voordat zijn alcoholisme wél tot problemen leidt, ervan uitgaande dat alcoholisme vaak progressief is. Volgens deze deskundigen zal een HFA niet altijd functional blijven.

DE 11 VERSLAVINGSCRITERIA VAN HET DSM5

1. Vaker en in grotere hoeveelheden gebruiken dan het plan was.
2. Mislukte pogingen om te minderen of te stoppen.
3. Gebruik en herstel van gebruik kosten veel tijd.
4. Een sterk verlangen om te gebruiken.
5. Voortdurend gebruik, wetende dat het lichamelijke of psychische problemen met zich meebrengt of verergert.
6. Grotere hoeveelheden nodig hebben om het effect nog te voelen, oftewel tolerantie.
7. Door gebruik tekortschieten op het werk, op school of thuis.
8. Blijven gebruiken ondanks het feit dat het problemen meebrengt op het relationele vlak.
9. Door gebruik opgeven van hobby’s, sociale activiteiten of werk.
10. Voortdurend gebruik, zelfs wanneer je daardoor in gevaar komt.
11. Optreden van onthoudingsverschijnselen.

Wanneer aan twee of drie van bovenstaande criteria wordt voldaan, is sprake van een milde stoornis, bij vier of vijf criteria is sprake van een gematigde stoornis. Bij zes of meer symptomen is sprake van een ernstige stoornis in het gebruik van middelen. De definitie van de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) komt grotendeels overeen met de definitie van het DSM.

GEVANGEN

Petra Moes, met wie dit verhaal begon, stopte zestien jaar geleden cold turkey met alcohol. Vervolgens richtte ze haar eigen trainingsbureau op. Sindsdien begeleidde ze vele honderden mensen naar een leven zonder alcohol. Moes kan zich geenszins vinden in de hokjes en vakjes van de standaardcriteria voor alcohol-afhankelijkheid. ‘Voor mij gaat het niet om hoeveel je drinkt, maar om de mate waarin je “vrij” bent van alcohol. De een drinkt twee flessen wijn per dag, de ander vier keer per week een halve. Ze zijn even gevangen.’

‘Juist bij mensen die hard werken en gewoon meedraaien in de maatschappij is veel alcohol drinken zo normaal.’

Omdat Moes zich bewust is van het stigma van te veel drinken, is haar training De Kunst Van Nuchter Leven laagdrempelig, al zijn haar cursisten veelal hoogopgeleid. Moes: ‘Ik zie veel ondernemers, directeuren van grote bedrijven, mensen met grote verantwoordelijkheden. Ze werken bij justitie, in de gezondheidszorg en in de verzekeringswereld, en verder zie ik veel zzp’ers, – coaches, psychologen – en mensen die werkzaam zijn in de media. Het zijn allemaal mensen die hard werken en gewoon meedraaien in de maatschappij.

Juist bij die groep is veel alcohol drinken zo normaal. Ze drinken bij de tennisclub of de hockeyclub van de kinderen. Veel van die cliënten voelen zich niet thuis in de reguliere verslavingszorg omdat ze hun probleem niet zwaar genoeg vinden, of omdat ze het moeilijk vinden om als 48-jarige kwetsbaar en open te zijn tussen gastjes van negentien. Een zekere gelijkgestemdheid – hoe divers de groep ook is – helpt om ervaringen te kunnen delen.’

ALTIJD IETS TE VIEREN

Neem nu zeventiger Ries van den Heuvel, alweer ruim tien jaar alcoholvrij. Als oudste van zeven kinderen opgegroeid in een arbeidersgezin waar nooit geld was om te drinken, behalve toen er duizend gulden viel op een staatslot, ‘toen moest ik bij de jeneverboer acht maatjes jenever gaan halen.’

Omdat studeren er niet inzat, ging hij werken. Via avondstudies kwam hij bij de gemeente terecht waar hij woningcorporaties controleerde. Bij een ervan werd hij na verloop van tijd benoemd tot directeur. En in de bouw was altijd iets vieren. ‘Had je een aanbesteding gewonnen, dan werd er getrakteerd. De eerste paal? Dan werd er gedronken. Na elke bouwvergadering kwamen de flessen op tafel. Drinken was de norm, en er was altijd wel een reden.’

Aanvankelijk gaf dat hem een gevoel van vrijheid: als je drinkt, word je losser. Als hij naar het ministerie van Volkshuisvesting moest om ‘met de hoge pieten’ te praten, was alcohol een prettige bijkomstigheid. ‘Dan durfde ik te zeggen wat ik wilde zeggen.’

‘Er zaten flessen drank in mijn diplomatenkoffer en ik had een sportieve fiets met een bidon erop, waar altijd port in zat.’

Zijn werk heeft het nooit beïnvloed. Maar ondertussen liep Van den Heuvel op zijn tenen; pas later besefte hij hoezeer hij onder druk stond. Dat hij dronk, kon hij perfect verborgen houden; whisky vermengde hij met jus d’orange en achteraf nam hij een pepermuntje om de lucht te camoufleren. De enige die het wist, was zijn vrouw. ‘Als ik tussen de middag thuiskwam, zei ze: je hebt gedronken. Dan zei ik dat ik een bouwvergadering had gehad, en dat maakte het legitiem. Tot het moment kwam dat ik geen bouwvergadering had en toch dronk. Inmiddels zaten er flessen drank in mijn diplomatenkoffer en ik had een sportieve fiets met een bidon erop, waar altijd port in zat. Er stond ook drank in de schuur, en daar moest ik natuurlijk vaak zijn. Achteraf gezien leidde ik een dubbelleven, maar toen zag ik dat niet zo.’

Het omslagpunt kwam toen steeds meer gezondheidsproblemen de kop opstaken en hij een brief kreeg van een van zijn dochters met de tekst: ‘Onze kinderen zouden het fijn vinden als ze hun opa ook nog nuchter zouden leren kennen.’ Dus meldde hij zich bij wat toen nog het Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs heette (het tegenwoordige Tactus). ‘Ik moest daar minder gaan drinken, maximaal vijftien borrels per week. Toen vond ik het weinig, maar achteraf is het natuurlijk te zot om over te praten.’Blijf vrij van geest. Lees onze nieuwsbrief.Ontvang de beste verhalen van Vrij Nederland in je mail, twee keer per week.Ja, dit wil ik >

Op aanraden van zijn vrouw kwam hij terecht bij Stichting De Helderheid (inmiddels ter ziele), waar hij met succes een cursus volgde gericht op geheelonthouding. Later assisteerde hij daar zelfs. ‘Dan zie je hoe mensen de fout ingaan. Het stiekem drinken, het verstoppen van de flessen.’

NIETS AAN DE HAND

Iedereen die alcoholafhankelijk is, beïnvloedt naar schatting vier anderen in de nabije omgeving, meestal directe familieleden. ‘Veel mensen hebben geen idee van wat zich in de nabije omgeving van de HFA afspeelt,’ concludeert psychotherapeute Sarah Benton, ooit zelf een HFA, die in 2010 het baanbrekende boek Understanding the High Functioning Alcoholic schreef.

‘Zolang de drinker zich niet realiseert dat hij een probleem heeft – en de meesten doen dat niet – is hem daarmee confronteren zinloos.’

‘Net zoals iedere verslaafde zet de HFA de werkelijkheid naar zijn hand,’ legt Benton uit. ‘Hij manipuleert situaties en mensen om in zijn behoefte te voorzien. Dat doet hij met trucjes die alleen de mensen in zijn nabije omgeving doorzien; voor alle anderen creëert hij de illusie dat er niets aan de hand is. Maar er is wél iets aan de hand in de ogen van zijn geliefden, die het moeilijk vinden om hulp in te schakelen omdat ze de persoon die in het dagelijks leven zo succesvol is niet willen isoleren. Dus doen ze niets en kijken ze toe hoe iemand zichzelf langzaam verwoest. Want zolang de drinker zich niet realiseert dat hij een probleem heeft – en de meesten doen dat niet – is hem daarmee confronteren zinloos. Het zal alleen irritatie opwekken, terwijl jij tegelijkertijd boos, gekwetst en verdrietig bent. Uiteindelijk voel je je verraden: voor de HFA is alcohol altijd belangrijker dan jij.’

Uit een studie die is gepubliceerd in International Journal of Law and Psychiatry blijkt dat alcohol-afhankelijkheid in de VS voorkomt bij 18 procent van de juristen die minder dan twintig jaar werkzaam zijn, en bij 25 procent van hen die meer dan twintig jaar hun beroep uitoefenen. De reden volgens Benton, die het onderzoek initieerde, is dat juristen de neiging hebben om te overpresteren en enorme hoeveelheden werk aan te nemen, en alcohol en drugs gebruiken om te ontsnappen aan de stress die dat oplevert.

Benton: ‘En er zijn miljoenen anderen – artsen, leerkrachten, professoren, CEO’s van grote bedrijven maar ook brandweermannen – die decennialang tegelijkertijd werken en drinken, en daarmee hun eigen leven en dat van anderen op het spel zetten. Er zijn chirurgen die opereren met trillende handen terwijl collega’s die dat opmerken de confrontatie niet aangaan. Want werknemers dekken het probleem dikwijls af voor hun meerderen. Mensen met macht zijn vaak het moeilijkst te helpen. Ze zien hun alcoholgebruik als een beloning voor hun harde werken en hebben genoeg financiële middelen.’

Geschat wordt dat dat de helft van alle alcoholafhankelijken van het hoog functionerende type is.

Diezelfde jurist of chirurg zal tegen de buitenwereld zeggen dat hij gewoon een paar drankjes drinkt, dat hij de smaak van bier/wijn nu eenmaal lekker vindt, dat de ander overdrijft, dat het een speciale gelegenheid is enzovoort.

Benton: ‘Ondertussen denkt hij obsessief aan alcohol, en aan waar en met wie hij de volgende keer zal drinken. Hij is niet noodzakelijkerwijs lichamelijk verslaafd en kan dagen of weken in abstinentie doorbrengen zonder afkickverschijnselen. Maar hij is psychisch afhankelijk van alcohol, zeer gericht op wanneer hij kan drinken, en ook op waar hij wel en niet kan drinken. Last van katers heeft hij – gewend als hij is aan grote hoeveelheden – niet, al komen black-outs regelmatig voor: geen herinnering aan de avond ervoor. Maar de volgende dag staat hij op en gaat naar zijn werk alsof er niets is gebeurd. In sommige gevallen zal hij de dag beginnen met opnieuw een drankje omdat hij in zijn eigen perceptie anders niet kan functioneren, en soms zal hij ook overdag de nodige drankjes tot zich nemen. Ondertussen speelt zich in zijn hoofd een voortdurende strijd af om enerzijds een aangenaam imago te creëren en anderzijds een aanhoudende pijn te verdoven.’

Op basis van diverse onderzoeken schat Benton dat de helft van alle alcoholafhankelijken van het hoog functionerende type is. Het gebruik kan tientallen jaren doorgaan, tenzij zich een alcoholgerelateerde crisis voordoet, zoals een veroordeling wegens rijden onder invloed, aangifte wegens seksuele intimidatie of een verzoek tot echtscheiding van een partner die er niet meer tegen kan.

MEER GELD MEER ALCOHOL

Volgens de Amerikaanse site Healthline komt bovengemiddeld alcoholgebruik meer voor bij mensen met meer geld. Dat blijkt uit onderzoek in Europa naar het verband tussen socio-economische status en drinkgewoonten. ‘Hoe hoger het inkomen, des te hoger het percentage drinkers,’ aldus Aaron White, wetenschappelijk medewerker van het National Institute on Alcohol Abuse and Alcoholism. ‘Mensen die meer verdienen, drinken meer en binge-drinken vaker dan mensen met lagere inkomens.’

Het simpele feit dat alcohol voorhanden is, is daarbij een key factor, zegt White. Mensen die goed verdienen, wonen vaker in een stedelijke omgeving, waar meer bars en restaurants te vinden zijn. En de effecten van alcoholgebruik zijn minder schadelijk bij een hoog inkomen. Gebruikers met een laag inkomen hebben eerder last van complicaties zoals levercirrose. Omdat welgestelden zich kunnen veroorloven geld uit te geven aan gezonder voedsel, vitaminesupplementen, de sportschool en therapie, zouden de gezondheidseffecten bij hen beperkt blijven.

GEVAARLIJK DRINKGEDRAG

Niet alleen in de bouw, de mediawereld en onder juristen wordt veel gedronken, maar blijkbaar ook onder medici. Een paar jaar geleden stond het tenminste opeens op de voorpagina van het Algemeen Dagblad: minstens 10 tot 15 procent van de Nederlandse artsen is verslaafd, zou blijken uit wetenschappelijk onderzoek. Er werken in Nederland 50.000 mensen als arts, werd in het bericht vermeld, en bij de argeloze lezer ontstaat dan het beeld dat tussen de 5.000 en 7.500 artsen in Nederland verslaafd zouden zijn.

Het blijkt structureel dat verslaving onder artsen vaker voorkomt dan onder de gemiddelde bevolking.

Aanleiding van het bericht: verslaafde artsen mogen ‘gewoon’ doorwerken als hun verslaving geen negatief effect heeft op hun werk. De Inspectie voor de Gezondheidszorg grijpt pas in als dat wél zo is, schreef de krant. Paniek: de Tweede Kamer was ‘verbijsterd’ en verschillende politieke partijen drongen erop aan dat een arts bij ‘aanwijzingen van verslaving’ tijdelijk op non-actief zou worden gezet.

Maar klopte het bericht? NRC dook erin en constateerde dat het wetenschappelijk onderzoek waar het AD zich op baseerde uit Amerika komt, waar al sinds de jaren tachtig onderzoek wordt gedaan naar alcohol- en drugsgebruik onder medici. Daaruit blijkt structureel dat verslaving onder artsen vaker voorkomt dan onder de gemiddelde bevolking. Maar naar verslaving onder Nederlandse artsen is nooit onderzoek gedaan. Ook al is er geen reden om aan te nemen dat de cijfers hier heel anders zijn, meende Hans Rode, in die tijd projectleider van ABS-artsen (waarbij ABS staat voor abstinentie), steunpunt van artsenfederatie KNMG voor artsen die verslaafd zijn. Ook bleef schimmig waaráán de dokters dan zo massaal verslingerd zouden zijn. Drank? Heroïne? Koffie?

Van Nederlandse dokters weten we inderdaad niet hoeveel er verslavende middelen gebruiken, zegt Cor de Jong, emeritus-hoogleraar verslaving en verslavingszorg aan de Radboud Universiteit Nijmegen. ‘Maar in omringende landen als België en Duitsland is daar wél onderzoek naar gedaan, en daaruit blijkt dat de situatie in Europa niet anders is dan die in Amerika.’

Uit Belgisch onderzoek van de Universiteit van Antwerpen naar drinkgedrag onder medisch specialisten blijkt bijvoorbeeld dat het percentage artsen dat ‘gevaarlijk drinkgedrag’ vertoont hoger is dan gemiddeld – ongeveer 10 procent van de Belgen is zware drinker. Dat resultaat is gebaseerd op een enquête onder 1.500 medisch specialisten. Hoewel we het dus niet zeker weten, mag volgens De Jong wel worden aangenomen dat het percentage verslaafde dokters ook in Nederland hoger is dan het percentage middelafhankelijken op de totale bevolking.

In Nederland wordt dat laatste door verslavingsinstelling Jellinek geschat op ongeveer 2 miljoen mensen, van wie 477.000 problematische alcoholgebruikers. Van hen zijn rond de 30.000 daarvoor in behandeling.

VOORSPELLER VAN VERSLAVING

Terug naar de hele groep High Functioning Alcoholics. Zou het kunnen dat er een verband is met hun drankgebruik in de studietijd, uitgaande van de aanname dat studenten doorgaans bovengemiddeld innemen? Profielen, de nieuwsbrief van de Hogeschool Rotterdam, deed er eerder dit jaar onderzoek naar: 5.662 studenten vulden de enquête naar drank- en drugsgebruik in. Met een respons van 15,6 procent niet helemaal representatief, maar toch: 49 procent van de mannelijke studenten en 40 procent van de vrouwen blijkt in de categorie probleemdrinker te vallen.

Een zorgelijk gegeven, zegt Ingmar Franken, hoogleraar klinische psychologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en een van de redacteuren van het Handboek verslaving, een uitgave over de recente ontwikkelingen op verslavingsgebied bestemd voor alle medewerkers in de GGZ. ‘Studenten pieken in deze fase van hun leven qua drinken, en niet iedereen gaat op dit niveau door,’ relativeert Franken. ‘Dat neemt niet weg dat ik me zorgen maak, want probleemdrinken op enig moment is een goede voorspeller van latere verslaving.’

‘In je jeugd leg je de basis voor omgaan met problemen. Als je dan veel alcohol gebruikt, kan problemen wegdrinken een levensstrategie worden.’

Bijna een kwart van de respondenten ‘binget’ wekelijks. Mannen drinken dan minimaal zes en vrouwen vier glazen alcohol binnen twee uur. Franken: ‘Dat is iets wat eigenlijk alle studenten doen. Wekelijks stappen betekent per definitie een binge.’

De meeste studenten drinken of gebruiken omdat ze het lekker en gezellig vinden of nieuwsgierig zijn naar het effect. 7 tot 16 procent van de alcohol- en drugsgebruikers noemt ook negatieve motieven. Ze gebruiken om hun zorgen te vergeten of omdat ze zich depressief of nerveus voelen. Franken: ‘De meerderheid drinkt gelukkig niet om problemen te vergeten. Die cijfers zijn beduidend lager dan die van de totale groep drinkers en dat is positief. Degenen die drinken vanwege problemen, vormen de echte risicogroep. Een op de vijf mensen krijgt op enig moment in zijn leven wel iets van verslavingsproblematiek. Verslaving staat met depressie en angst in de top-drie van psychische problemen. Ik schat in dat vooral de risicogroep daar later mee te maken krijgt.’

Hoewel het onderzoek ook over drugs zoals xtc en cocaïne gaat, ziet Franken alcohol als het grootste probleem. ‘In je jeugd leg je de basis voor omgaan met problemen. Als je dan veel alcohol gebruikt, kan problemen wegdrinken een levensstrategie worden. Op latere leeftijd hoort het dagelijkse wijntje bij het eten echt bij de hoger opgeleiden. Dat is een van de weinige dingen waarop hoger opgeleiden minder gezond scoren dan lager opgeleiden. Bij dingen als lichaamsbeweging, roken en eten is het andersom.’LEES OOKHoe alcoholproblemen zich voortplanten13 maart 2018

SOCIALE DRUK

Ook bij veertiger Henriette van der Wielen begon het in haar studententijd. Met bessenjenever, ‘het was meteen een klik’. Het paste bij gezelligheid, samen zijn en feesten. De jaren daarna volgden wodka-jus en rode wijn. Van der Wielen: ‘Het is altijd op een soort steady niveau geweest; ik had niet het gevoel dat ik daar anders in was dan anderen. Ik ging naar feestjes en naar de kroeg, en dan dronk je een wijntje, of twee, of drie en soms wel meer. Zo nu en dan zakte je flink door en werd je dronken, dan waren de katers niet leuk en naarmate ik ouder werd, werden ze steeds minder leuk. Maar de brakke dagen hoorden er een beetje bij.’

Een jaar of vijf geleden sloop de onvrede erin. ‘Het voelde niet gezond en ik vond mezelf ook te dik. En zolang ik dronk, viel ik niet af. Soms stopte ik twee, drie dagen en dan begon ik weer. Ik voelde ook sociale druk: neem een wijntje, ach ja, dat kan ook best. Dus als een vriendin een witte wijn nam, nam ik ook een witte wijn. Soms besloten we samen te stoppen, maar na vier dagen had ik dan toch wel weer heel erg veel zin. Dan stuurde zij een appje met een alcoholvrij biertje erop, en dan hield ik een glas water omhoog op de foto, maar ernaast stond een glas wijn. Ik kon het blijkbaar niet, zij kon het blijkbaar wel. Dat tast je zelfrespect aan.’

Nooit meer een glas heffen tijdens feestjes en feestdagen: voor veel mensen is het geen aantrekkelijk vooruitzicht.

Wat het niet aantastte, was haar werk als zelfstandig logopediste. Hoewel: ‘Het kwam wel eens voor dat ik me ziek heb gemeld omdat ik me brak voelde. Of dat ik waziger was op mijn werk, of chagrijnig. Dat laatste merkten cliënten niet, maar mijn man wel. Als ik dan vroeg thuiskwam, ging ik een dutje doen, even bijkomen. Ik vond het gewoon lastig: ik wilde per se niet aan de definitie alcoholist voldoen, en ik had ook niet het idee dat het zo was.

Iedereen om mij heen dronk, dus was ik afhankelijk? Ja, nu denk ik van wel. Ik voelde me er onvrij in. ’s Avonds kwam de verleider langs: ééntje maar, dat werden er twee, een halve fles en soms een hele. En de volgende dag, als ik in de spiegel keek, haalde ik mezelf neer: wat heb je toch een plofkop, wat zie je er slecht uit, zie je wel, je kunt het niet. Het was een nare cirkel die me op mijn plaats hield. Want ik kwam niet verder. Ik kwam niet verder met afvallen, niet met gezond leven, niet met mezelf ontwikkelen, mijn praktijk eens een keer goed opzetten. Ik kon beter.’

Een paar weken nadat ze gestopt was, viel het Van der Wielen op hoe fit ze was, dat ze vrolijker werd en ook wel trots op zichzelf dat het opeens lukte. ‘Inmiddels ben ik tien kilo afgevallen in een jaar tijd, ik heb besloten een driejarige opleiding te volgen tot gecertificeerd coach, en ik word niet meer rond drie uur ’s nachts wakker. Ik voel me vrij en helder, ga vroeg naar bed en sta vroeg op.’

Nooit heimwee naar zo’n mooi glas bordeaux van vroeger? ‘Ja zeker, ik mis het af en toe, die rode wijn. Dan zeg ik tegen mezelf: jammer joh. Daar kon ik vroeger echt van genieten en dat is er dus niet meer. Maar tegelijk zie ik het enorme gevoel van vrijheid dat ik daarmee win.’

INTRINSIEKE MOTIVATIE

Helemaal stoppen met alcohol, nooit meer een glas met alcoholische substantie heffen tijdens feestjes en feestdagen: voor veel mensen is het geen aantrekkelijk vooruitzicht. Maar als je dat besluit toch neemt, hoe lang duurt het dan voordat je er niet meer aan denkt? Een jaar, schat Petra Moes, al geeft stoppen je vanaf dag één al heel veel terug. ‘Uiteindelijk is het veranderen van je alcoholgebruik een proces; een proces dat individueel is. Soms zijn mensen al jaren bezig om te stoppen, en dat is niet erg. Ik zie terugval niet als een mislukking, maar als een treetje van een ladder: de dingen die je inmiddels hebt geleerd, neem je mee.’

Wel melden mensen die ermee worstelen zich doorgaans veel te laat, constateert Moes. Aan de andere kant is hun worsteling ook nodig om te rijpen, zegt ze. ‘Tegen de tijd dat je dan besluit dat het genoeg is, heb je een intrinsieke motivatie. Maar eerlijk: als ik naar mezelf kijk, ben ik in die periode ook heel eenzaam geweest. Het leed rondom drinken kan heel groot worden, en het kan heel donker zijn. Je verliest de visie op je eigen leven, en dan wordt het uitzichtloos. Dat is waarom ik mensen steun en inzicht wil geven.’

PUUR VERGIF

Ries van den Heuvel vond het destijds niet eenvoudig om te stoppen. ‘Waarom ik dronk? Ik heb geen idee. Of het alleen het stofje was, de verdoving, dat weet ik niet. Hoeveel ik daar ook over heb nagedacht, daar ben ik nooit achter gekomen. Toen ik net gestopt was, had ik altijd in mijn achterhoofd: straks kan ik wel weer beginnen. Maar dat kan dus niet. Ik had geen rem. Ik kon van tevoren niet bepalen: ik drink er zoveel. Je ging gewoon door tot het einde.’

Zijn leven nu, zonder drank, is veel beter. ‘Ik ben fitter en ik kan weer goed nadenken. Ik ervaar de dingen weer. Laatst was ik te gast op een vijftigjarig huwelijk, en ik schaamde me kapot over hoe iedereen zich gedroeg. Sommige mensen begonnen opeens heel vervelend te doen. Hard praten, foute moppen vertellen. Ik kan me voorstellen dat ik me ook zo gedroeg toen ik nog dronk. Ondertussen heb ik aan den lijve ervaren dat alcohol puur vergif is. Ik heb vijf omleidingen, ik heb een herseninfarct gehad, een hartinfarct, een oog-infarct en darmkanker. Met de informatie die ik nu heb, weet ik dat ik een heleboel dingen had kunnen voorkomen. Achteraf denk ik: dat had ik anders moeten doen. Wat ik wel altijd had, is een verschrikkelijk schuldgevoel. Ik vond het nog het ergst voor mijn echtgenote. Dat zij nog steeds bij me is, is eigenlijk een wonder. Ik heb een heel goede vrouw getroffen.’

Alcoholvergiftigingen en ongevallen met alcohol

Samenvatting In 2018 zijn naar schatting 6.300 personen behandeld op een Spoedeisende Hulpafdeling van een ziekenhuis naar aanleiding van een alcoholvergiftiging. Bijna twee derde deel was een man. Het aantal alcoholvergiftigingen per 100.000 inwoners van Nederland was het hoogst in de groep 18-24 jarigen. Mannen kennen een grotere kans op SEH-bezoek met een alcoholvergiftiging. Ruim een kwart van de SEHbezoekers werd voor verdere behandeling opgenomen in het ziekenhuis. Ruim de helft van de SEH-bezoekers met een alcoholvergiftiging was jonger dan 25 jaar, en ruim één op de vijf zelfs jonger dan 18 jaar, wat betekent dat 1.400 jongeren in 2018 met een alcoholvergiftiging op de SEH-afdeling belandden terwijl ze wettelijk nog geen alcohol mochten drinken. Het aantal SEH-bezoeken als gevolg van een alcoholvergiftiging is in tien jaar tijd met 36 procent toegenomen. De stijging is het sterkst bij personen van 25 jaar en ouder. In de groep jongeren van 12-24 jaar is geen significante toename te zien. Wel is de kans op een SEH-bezoek wegens een alcoholvergiftiging (aantal SEHbezoeken per 100.000 inwoners) het grootst in deze groep, hetgeen betekent dat jongeren zijn oververtegenwoordigd in SEH-bezoek wegens alcoholvergiftigingen. De geconstateerde stijgende trend in het aantal SEH-bezoeken wegens alcoholvergiftiging in de jongste leeftijdsgroep 12-17 jaar is niet meer zo sterk als enkele jaren gelden. De afzonderlijke jaaraantallen laten zien dat in de meest recente jaren zelfs van een stabilisatie of lichte afname sprake lijkt te zijn. Voor de leeftijdsgroep 18-24 jaar is dit laatste echter niet geconstateerd. Naar schatting 17.700 personen werden in 2018 behandeld op een SEH-afdeling naar aanleiding van een ongeval of geweldpleging waarbij voor zover bekend alcohol betrokken was (bij slachtoffer en/of andere betrokkene). Omdat betrokkenheid van alcohol niet standaard geregistreerd wordt bij SEH-bezoek wegens een ongeval is dit een onderregistratie en daarmee de ondergrens van het werkelijk aantal alcohol-gerelateerde SEH-bezoeken. De kans op een ongeval waarbij alcohol betrokken was (aantal SEH-bezoeken per 100.000 inwoners), was veruit het hoogst voor jongens in de leeftijd 18-24 jaar, en mannen liepen bijna drie keer meer kans op een alcohol-gerelateerd SEH-bezoek dan vrouwen. Bij ongevallen en geweldpleging zonder alcohol is dit verschil veel minder groot. Veruit de meest voorkomende ongevallen waren een val van de trap en vallen met de fiets. Bij ongevallen en geweld met alcohol was het aandeel hoofdletsel opvallend groot, vergeleken met hoofdletsel bij overige ongevallen en geweldpleging. Vooral hersenschuddingen kwamen relatief veel voor bij alcohol-gerelateerde ongevallen. Het aandeel ongevallen met ernstig letsel is in het algemeen hoger bij ongevallen met alcohol, vooral bij letsels door geweldpleging waarbij het slachtoffer en/of de dader alcohol gedronken had. Het aantal ongevallen met ernstig letsel waarbij alcohol betrokken was, is in de periode 2009-2018 gestegen, maar dit is deels een effect van een verbeterde SEHregistratie van betrokkenheid van alcohol bij ongevallen. Wel is duidelijk dat het aantal vrouwen met een alcohol-gerelateerd ongeval veel sterker is toegenomen dan het aantal mannen. Ook is de stijging groter bij SEH-bezoekers van 25 jaar of ouder, en dan vooral 55-plussers, dan bij jongeren. De grootste risicogroepen op een ongeval met alcohol lijken dus jongeren, vooral mannen. Echter, de trends wijzen op een groeiend probleem bij volwassenen, en dan vooral ouderen.

Noodkreet van hoogleraar over gebruik alcohol: ‘Het is een harddrug’

Dat je niemand meer hoeft uit te leggen dat roken slecht voor je is, is winst, vindt hoogleraar keel-, neus- en oorheelkunde Jeroen Jansen. Vandaar dat hij zijn pijlen richt op de tweede grote boosdoener in zijn vakgebied: alcohol. “Ik hoop dat we over tien jaar hetzelfde denken over alcohol als nu over roken. Het is gewoon een harddrug.”

Jansen komt de desastreuze gevolgen van alcohol veel tegen in zijn werk als specialist. “Alcohol veroorzaakt keelkanker. Die patiënten komen op mijn spreekuur.”

De Leidse arts hoopt dat patiënten die een ziekte door alcohol hebben opgelopen, in de toekomst op dezelfde behandeling kunnen rekenen als patiënten die ziek zijn geworden door roken. “Sinds kort wordt meer begeleiding aangeboden om te stoppen met roken. Ik hoop dat die begeleiding er ook komt voor ziektes die het gevolg zijn van alcohol.”

Roken op de poli

Jansen hield eerder deze maand een toespraak ter ere van zijn aanstelling als hoogleraar aan de Leidse universiteit. De specialist greep het moment aan om een pleidooi te houden voor meer bewustwording over de schadelijke effecten van alcohol.

“We zeggen hier nu weleens in het ziekenhuis tegen elkaar: weet je nog dat we vroeger op de poli zaten te roken? Ik stel me voor dat we over tien jaar hetzelfde zeggen over borrels die in het ziekenhuis werden georganiseerd.” Lees ook:Elke dag bijna 15 doden door alcohol, veel jongeren slachtoffer

Naar de kroeg

Want er is genoeg reden om dat krachtig te ontmoedigen, zegt Jansen. “En ik begrijp ook wel dat alcohol drinken diepgeworteld is in onze maatschappij. Dat we daar nog een veel hardere noot aan te kraken hebben dan aan roken. Dat bleek ook wel toen ik, om mijn verhaal kracht bij te zetten, de borrel na mijn oratie alcoholvrij maakte.”

Jansen moet lachen als hij daaraan terugdenkt. “Er waren mensen die direct vertrokken naar de kroeg. En een alcoholvrije borrel leek mij ook verschrikkelijk”, zegt Jansen. “Maar het is toch schokkend om dat van jezelf te merken? Waarom zou je geen normaal gesprek kunnen voeren zonder alcohol?”

Hoogleraar Jeroen Jansen waarschuwt voor de gevolgen van alcoholgebruik.

Hoogleraar Jeroen Jansen waarschuwt voor de gevolgen van alcoholgebruik.© LUMC

Jansen benadrukt dat hij geen scherpslijper is. “Ik wil niet direct een drooglegging, geen alcoholverbod. Het is geen religie en ik ben geen dictator. Dat gaat bovendien ook helemaal niet lukken, dat konden we wel zien tijdens de Amerikaanse drooglegging in de jaren 20 van de vorige eeuw.”

Maar we moeten er wel anders over gaan denken, wil Jansen maar zeggen – in de samenleving, maar ook in het ziekenhuis en de universiteit. “Eind september werd bekend dat de Universiteit van Utrecht had besloten dat er voortaan pas vanaf 17.00 uur alcohol mag worden geschonken. Blijkbaar was het daarvoor prima om eerder alcohol te drinken? Op de Universiteit Leiden mag pas na 14.00 uur alcohol worden geschonken. Ik vind het ongelooflijk dat mensen die aan het werk zijn, alcohol drinken tijdens de lunch.”

Bron: RTL nieuws

Zorgwekkende toename’: aantal verkeersdoden door alcohol meer dan verdubbeld

Het aantal dodelijke slachtoffers door alcohol in het verkeer is in twee jaar tijd meer dan verdubbeld. In 2016 vielen er dertien doden bij ongelukken gerelateerd aan alcohol, vorig jaar waren dat er 36. Dat blijkt uit cijfers die de NOS bij de politie heeft opgevraagd.

Ook voor dit jaar ziet het er slecht uit. Tot en met september zijn er al 29 doden gevallen door alcoholgebruik in het verkeer. De stijging lijkt dus verder door te zetten, ook omdat in de winter relatief meer ongelukken gebeuren.

In het algemeen vinden steeds meer ongevallen plaats waarbij alcohol in het spel is. In 2016 ging het nog om 2379 ongevallen, vorig jaar waren het er 2731. De stijging is opvallend: volgens de politie was de tendens juist dat er minder alcohol in het verkeer was.

NOS

‘Zorgwekkend’

De politie noemt de toename van het aantal slachtoffers door alcohol in het verkeer zorgwekkend. “We moeten daar dieper induiken om te onderzoeken wat de precieze oorzaken zijn.”

Het zijn vooral willekeurige weggebruikers die slachtoffer worden van de ongevallen. Van de 93 dodelijke slachtoffers na 2016 ging het twee keer om de beschonken bestuurder zelf.

Volgens de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) ligt het werkelijke aantal verkeersdoden door alcohol overigens nog hoger dan de cijfers van de politie laten zien. Dat komt doordat het alcoholpromillage van omgekomen verkeersdeelnemers vaak niet gemeten wordt, omdat zij niet meer juridisch vervolgd kunnen worden, aldus het SWOV.

Controles

Opvallend is dat er steeds minder vaak grote alcoholcontroles (‘fuikcontroles’) worden gehouden. Volgens de politie komt dat doordat die, door sociale media, vaak al heel snel bekend worden in de omgeving. Daarom voeren agenten nu vaker gerichte drank- en drugscontroles uit, bijvoorbeeld vanuit voertuigen die minder opvallen.

De politie erkent wel dat alcoholcontroles de laatste jaren minder prioriteit hebben gekregen: de aandacht ging vooral naar andere oorzaken van ongelukken, zoals afleiding door de smartphone.

Prioriteiten

Volgens oppositiepartij PvdA blijven grote fysieke alcoholcontroles “keihard nodig”. De partij betreurt het dat de politie er steeds meer taken bij heeft gekregen, waardoor er minder tijd overblijft voor dit soort controles.

Ook coalitiepartijen CDA en VVD vinden dat de politie meer prioriteit moet geven aan grote alcoholcontroles. Fuikcontroles helpen altijd, zegt CDA-Kamerlid De Pater-Postma. “De controles vormen een stukje preventie, maar ze laten ook zien waar de norm ligt. Handhaving, wijzen op die norm, is absoluut noodzakelijk.”

Alcoholslot

De VVD ziet het liefst een terugkeer van het alcoholslot, dat in 2016 definitief verdween vanwege technische en juridische bezwaren. “Er zitten misschien allerlei nadelen aan, maar dat interesseert me niet zo”, zegt Tweede Kamerlid Dijkstra. “Ik vind dat notoire drankrijders nooit meer achter het stuur mogen zitten. Dat gebeurt nu wel.”

Bron: Nos.nl

VERSLAVINGSPROBLEMEN ZIJN BIJ ALCOHOL VEEL GROTER DAN BIJ DRUGS

Om verslavingsproblemen te verminderen, zou er meer aandacht moeten komen voor het gebruik van alcohol. Verslavingszorg Noord Nederland (VNN) stelt dat er nu vooral aandacht is op het gebruik van harddrugs, terwijl de grootste verslaving om alcohol gaat. Door daar breder op in te zetten, kan het aantal mensen met een alcoholverslaving mogelijk omlaag. Dit meldt Leeuwarder Courant.

Rob Otten, preventiefunctionaris bij VNN, ziet in ongeveer 80 procent van de verslavingen dat het gaat om alcohol. Terwijl dit eenvoudig en goedkoop verkrijgbaar is voor een groot deel van de mensen. “Drank is niet uit de cultuur weg te halen. Het zit erin gebakken.”

VERDOVENDE STOF IN DE HERSENEN

De gebruikers van harddrugs zouden eigenlijk naar verhouding maar een heel klein gedeelte omvatten. Zij gebruiken een veel kleinere en precieze dosis, wat bij alcohol niet het geval is. Alcohol leidt tot de aanmaak van een verdovende stof in de hersenen. Diezelfde stof zou ook de normen en waarden verdoven. Dit is volgens Otten een verklaring waarom alcohol in een sociale setting veel problemen zoals agressie kan veroorzaken. Agressie onder gebruikers van xtc is vele malen kleiner.

MINIMUMLEEFTIJD ALCOHOL OMHOOG

De preventiefunctionaris ziet een verschil in leeftijd waarop mensen alcohol gaan drinken en spreekt positief daarover. De leeftijd waarop een kind voor het eerst alcohol is gaan drinken, is verhoogd. Tien jaar geleden was dit op de leeftijd van 13 jaar al normaal. “Die zit nu nog niet op achttien, maar kinderen zijn wel ouder als ze beginnen.” Later beginnen met het drinken van alcohol leidt er toe dat iemand er vaak ook verstandiger mee om kan gaan. Ook worden ouders steeds strenger en heeft de overheid de minimum leeftijd voor alcohol verhoogd met de campagne NIX18.

Bron: Nationale Zorggids

Twaalf dronken meiden (14 tot 17) kotsen Arriva-bus onder op weg naar feest in Den Bosch

Twaalf meiden in de leeftijd van 14 tot 17 jaar hebben gisteravond goed ondervonden wat alcohol met je kan doen. De meiden waren op weg naar een feest in Den Bosch, maar omdat ze al zoveel gedronken hadden moesten sommigen overgeven terwijl ze in de bus zaten.

De politie kreeg een melding dat er een jonge meid de bus zou zijn uitgezet op het Vredesplein in Waalwijk. Zij zou dronken zijn. Toen agenten eenmaal ter plaatse kwamen, bleek het niet om één dronken tiener te gaan, maar om twaalf meiden in de leeftijd van 14 tot 17 jaar.

Alle twaalf dames waren dronken. Sommigen lagen zelfs languit op de grond. Een van de meiden moest worden nagekeken door ambulancepersoneel.

Bureau HALT

De ouders van de tieners werden gebeld. Zij kwamen hun kroost ophalen, terwijl Arriva zat met een vieze bus door het braaksel van sommigen. De meiden worden allemaal aangemeld bij bureau HALT, mogelijk moeten zij een paar uur bussen schoonmaken bij Arriva.

Bron: AD dagblad

Een gedeelte uit de Oratie Prof.dr. J.C. Jansen

( Rede uitgesproken door Prof.dr. J.C. Jansen op 18 oktober 2019 bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar met als leeropdracht Keel, Neus- en Oorheelkunde)

Preventie. Voorkomen is beter dan genezen

Toen ik nog niet precies wist wat ik wilde worden ging ik naar een voorlichtingsavond van Artsen zonder Grenzen. Daar ontdekte ik dat verbeteringen in de wereld niet komen door artsen die kapot geschoten mensen oplappen, maar door logistiek managers die vaccinatieprogramma’s uitvoeren of voor schoon drinkwater en elektriciteit zorgen. Ook bij Artsen zonder Grenzen is dat het allerbelangrijkste. Er zijn eigenlijk helemaal niet zoveel artsen nodig.

Daarna heb ik mij, nu bijna 30 jaar, gestort op de curatieve geneeskunde en heb ik weinig aan  preventieve geneeskunde gedaan. Maar nu ik uiteindelijk toch een beetje een soort logistiek manager geworden ben is het tijd om daar aandacht aan te besteden.

Toen ik de mogelijkheid kreeg om plannen te ontvouwen nam ik daar meteen in op dat wij als hoofd-halsoncologen, maar ook wij als LUMC, hoognodig een preventie- en behandelprogramma voor rokers moesten starten.  Terwijl ik dat idee verdedigde waren de cardioloog Douwe Atsma en de kinderlongarts Noor Rikkers al tot actie overgegaan en heeft het LUMC nu een actief programma tegen roken voor werknemers en patiënten. Nog nooit heb ik een doel zo snel en zonder inspanning bereikt.

Het betekent wel dat ik aandacht kan vragen voor ‘het nieuwe roken’. Welke slechte gewoonte zou daar het beste voor classificeren? Zitten wordt vaak genoemd, vaak in een adem met obesitas en ook met wat ik kort geleden las: een beroerde werkplek. Ook alles wat met CO2 uitstoot te maken heeft komt in aanmerking; van reizen tot vleeseten. Stikstof is daar de laatste maanden nog bij gekomen. Mijn stem gaat echter naar een vrij te verkrijgen harddrug.  Na mijn benoeming tot hoogleraar kreeg ik van de Raad van Bestuur van het LUMC, dit geestverruimend, maar verslavend middel opgestuurd in een mooi houten kistje.

Ik wil u graag de slechte eigenschappen van alcohol opnoemen maar waarschijnlijk bent u allemaal wel op de hoogte. Mijn dochter Pien, nu net 6 jaar,  wist mij onlangs in de supermarkt te vertellen dat alcohol slecht voor je is omdat je raar gaat doen en dan in het water kunt vallen en dat je dan naar de bodem zakt. En dat is nog maar het topje van de ijsberg. Voor mijn vakgebied is het natuurlijk belangrijk dat je er kanker van kunt krijgen maar het sociale probleem is denk ik toch nog wel het grootst. Het RIVM heeft becijferd dat de netto kosten van alcoholgebruik (dus na aftrek van accijnsinkomsten en besparing op pensioenen door vroegtijdige sterfte) circa 4 miljard euro per jaar bedragen. En hoewel het alcoholgebruik van jongeren in de laatste 10 jaar sterk gedaald is, wordt nog steeds door de helft van de 16 jarigen gedronken. Het is zorgbarend dat, misschien juist als gevolg van repressie, het meesmokkelen van alcohol, en dan vanwege het gunstige volume, liefst sterke drank, een soort sport onder jongeren is geworden. Ook werd ik erg verrast door een dit jaar in het Leidsch Dagblad gepubliceerd verslag van de El Cid week (de introductieweek voor eerstejaars studenten in Leiden) waarbij een deelnemer van dag tot dag verslag gaf van de locaties waar hij aan gratis bier kon komen, zonder ook maar iets van inhoudelijke informatie over de universiteit te geven. Waar alcohol een middel kan zijn om wat soepeler in de omgang te worden, lijkt het drinken nu meer een doel op zich te zijn. Dat dit onder studenten opgang vindt past dan wel weer bij het gegeven dat van de hoogopgeleide Nederlanders 70% meer drinkt dan het advies van de Gezondheidsraad aanbeveelt, terwijl nog niet de helft van de laagopgeleide Nederlanders hier aan voldoet. Daarom is het bijzonder dat in het eind vorig jaar gesloten Nationaal Preventieakkoord, ondanks het alcoholgebruik van Tweede Kamerleden, toch veel aandacht is voor het terugdringen van alcoholmisbruik.

Sommige Tweede Kamerleden zijn het helemaal met mij eens. In een persbericht na sluiten van het Preventieakkoord schreef de PVV: “ Nooit meer een kratje bier voor de halve prijs, nooit meer Wilde Wijn Dagen, geen biertje meer in de sportkantine als de jeugd speelt? Het slaat compleet door. Het is precies wat we al vreesden: alcohol wordt het nieuwe roken“.

In het Preventieakkoord, dat mede door onze universiteit is ondertekend, zijn geen afspraken gemaakt over het gebruik van alcohol in onderwijsgebouwen of in gezondheidszorginstellingen. De Universiteit van Utrecht heeft sinds 1 september de regel ingevoerd dat voor 17:00 ‘s middags geen alcohol geschonken wordt. Misschien niet bijzonder tactisch, omdat meteen de vraag rijst of er dan voor 17:00 veel gedronken werd, maar daar gaat het niet om. Het is tenminste een begin. Bij onze universiteit is de regel dat er voor 2 uur ‘s middags geen alcohol geschonken wordt. Tenminste niet als er studenten bij zijn!

Er was een tijd dat als een patiënt aan mij vroeg: “Hoe kan ik u bedanken?”, ik antwoordde met: “Ik drink geen bloemen.” Ik denk dat het goed denkbaar is dat wij over 10 jaar zeggen: “Weet je nog dat wij met de Kerstborrel, in het ziekenhuis gewoon alcohol dronken terwijl iedereen dat kon zien!” Het is aan ons, Ziekenhuis en Universiteit om het goede voorbeeld te geven. Dat dit niet gaat meevallen wil ik u vandaag nog laten merken. De borrel, die nu toch echt bijna begint, zal alleen uit alcoholvrije versnaperingen bestaan en ik durf te wedden dat dit voor velen van u een teleurstelling is. Sterker nog er zal een aantal mensen zijn dat met plezier een heupflacon sterke drank in zijn toga had mee gesmokkeld als hij of zij dit van tevoren had geweten! Dat is niet het gevolg van fysieke of geestelijke verslaving, maar het is een cultuurverschijnsel en om dat te veranderen is tijd en inzet nodig.

Bron:

Logo LUMC

Relatie tussen alcohol en dementie niet eenduidig.

Ouderen die onregelmatig veel alcohol drinken, ontwikkelen mogelijk sneller dementie dan ouderen die weinig drinken. Het effect van veel alcoholgebruik is sterker als er al sprake is van milde cognitieve stoornissen (MCI). Dit blijkt uit een Amerikaanse cohortstudie waarover Manja Koch e.a. schrijven in JAMA Network Open.

De onderzoekers analyseerden gegevens van meer dan drieduizend oudere Amerikanen (72 jaar of ouder) tussen 2000 en 2008. Bij aanvang woonden zij nog thuis. Zij vulden zelf vragenlijsten in waarin onder meer naar alcoholgebruik werd gevraagd. Tijdens een mediane follow-up van zes jaar werd bij 17 procent van de deelnemers dementie vastgesteld.

In vergelijking met mensen die weleens alcohol drinken, maar niet meer dan één eenheid per dag, vonden Koch e.a. geen significante toe- of afname van het risico op het krijgen van dementie tijdens follow-up bij hoger alcoholgebruik. Bij de ouderen zonder MCI bij aanvang lijkt het risico lager bij matig alcoholgebruik (één of minder eenheden per dag) dan bij meer alcohol. Bij de ouderen met MCI lijkt dat verband nog sterker. Hun MMSE-score nam significant meer af bij stevige drinkers. De associatie tussen alcoholgebruik en dementierisico hangt af van drie factoren: het cognitief functioneren bij aanvang (hoe slechter, hoe meer nadelig effect van alcohol), de hoeveelheid alcohol (gemiddeld twee of meer eenheden per dag is slechter dan één of twee per dag), en regelmaat (bingedrinken is slechter dan dagelijks regelmatig).

Overigens lijken ook de oudere geheelonthouders een hogere kans op het ontwikkelen van dementie te hebben, maar de auteurs wijzen er terecht op dat onder deze groep ook voormalige drinkers zitten. Wellicht zijn zij gestopt met drinken om gezondheidsredenen die ook hun kans op dementie beïnvloeden. Het zou dus niet terecht zijn om te concluderen dat matig drinken beter is dan helemaal niet drinken. Voor mensen met MCI – van wie maar liefst de helft aangeeft alcohol te drinken – zou het goed zijn om te weten dat alcohol de cognitieve achteruitgang kan versnellen. Aangezien bijna de helft van de mensen met MCI uit deze studie zei alcohol te drinken, valt hier mogelijk winst te behalen.

Bron: https://www.medischcontact.nl

Europeanen blijven meer alcohol drinken dan rest van wereldbevolking.

Het niveau van alcoholconsumptie in Europa is niet verlaagd, hoewel alle landen het Europees Plan ter Vermindering van het Schadelijk Gebruik van Alcohol 2012-2019 hebben ondertekend. Dat staat in een rapport dat de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) vandaag heeft vrijgegeven.

Gemiddeld drinken volwassenen (15-plussers) in de Europese Unie plus Noorwegen en Zwitserland (EU+) het equivalent van twee flessen wijn per week. Maar wanneer men de onthouders voor het leven en vroegere drinkers daarvan aftrekt, komt men aan meer dan drie flessen. Een niveau van alcoholconsumptie dat ernstige gevolgen voor de gezondheid kan hebben, waarschuwt de organisatie van de Verenigde Naties.

Ook zwaar episodisch drinken is een probleem, zegt het rapport. Niet minder dan 30,4 procent zegt bij één enkele gelegenheid in de laatste dertig dagen meer dan 60g pure alcohol te hebben ingenomen, wat staat voor vijf drankjes bij één gelegenheid. Dat patroon is vooral bij mannen te vinden, alsmede in de Baltische landen, Tsjechië en Luxemburg.

Nog volgens het rapport sterven in delen van het onderzochte gebied dagelijks tot 800 mensen tengevolge van door alcohol gesticht kwaad. Van alle alcoholgerelateerde sterfgevallen in de EU+ is 76,4 procent te wijten aan niet overdraagbare ziektes zoals levercirrose, kanker en cardiovasculaire aandoeningen. Zowat 18 procent heeft te maken met verwondingen die aan alcoholgebruik zijn toe te schrijven, zoals gewond raken bij verkeersongevallen, zelfdodingen en moorden.

De WHO berekende trouwens dat alcohol verantwoordelijk is voor 5,5 procent van alle sterfgevallen in het onderzochte gebied. Bij jonge volwassenen komt 1 op 4 om omwille van het gif.

Veel leed is te voorkomen door preventieve acties van de overheden, is ook de teneur van het rapport.

Elke dag bijna 15 doden door alcohol, veel jongeren slachtoffer.

In Nederland sterven dagelijks gemiddeld bijna vijftien mensen aan de gevolgen van alcohol. Relatief veel jongeren zijn het slachtoffer.

De alcoholconsumptie daalde lange tijd, maar die trend is tot stilstand gekomen. Dat schrijft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in een nieuw rapport. Het gaat om Europese cijfers uit het jaar 2016. De gemiddelde Europeaan (van 15 jaar en ouder) dronk in dat jaar omgerekend drie flessen wijn per week.

Verkeersslachtoffers

In Nederland is 3,6 procent van de sterfgevallen te wijten aan alcohol, direct of indirect (ook verkeersslachtoffers worden meegerekend die door dronken bestuurders worden doodgereden). Europees gezien gaat het om 5,5 procent van alle sterfgevallen. De meeste zijn te voorkomen, stelt het rapport

“Als je al die cijfers ziet, denk je: potverdorie, komt het zo vaak voor?” Dat zegt Wim van Dalen, directeur van het Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid. Hij zegt dat de sterfgevallen voornamelijk het gevolg zijn van in korte tijd heel veel drinken. “Verkeersongelukken en comazuipen zijn veelvoorkomend.” Lees ook:Eerste dronkenschap werd Max fataal: ‘In plaats van zijn sweet sixteen, planden we een uitvaart’

Vooral jongeren zijn het slachtoffer. Eén op de vijf sterfgevallen onder tieners, en één op de vier sterfgevallen onder jongvolwassenen (20-24 jaar), wordt veroorzaakt door alcohol. 

Ouders veranderen

“Dit is dus wat ik al jaren roep”, stelt kinderarts Nico van der Lely, die het drinkgedrag van jongeren ‘gestoord’ noemt. Hoewel Van der Lely vindt dat de risico’s van alcohol nog steeds fors worden onderschat, ziet hij een positieve verandering. “De attitude bij ouders wijzigt. Het is een minderheid van ouders die het wel goed vinden dat hun kinderen drinken.”

Max kwam om het leven nadat hij dronken was gevoerd in jeugdsoos

0:00/0:00Jeugdvereniging ’t Waeske in Guttecoven (Limburg) is verantwoordelijk voor de dronkenschap van Max (15) die mogelijk tot zijn dood heeft geleid.

Het rapport dringt er bij overheden op aan om het alcoholbeleid scherper te maken. “Het alcoholgebruik is in veel Europese landen gedaald, maar die daling is tot stilstand gekomen”, zegt Zsuzsanna Jakab van de WHO. “We moeten dus meer doen om de strijd voort te zetten.”

Het rapport wijst op de mogelijkheid om de prijs van drank te verhogen, om alcoholhoudende dranken minder makkelijk beschikbaar te maken en de reclame ervoor te verbieden.

Bron:RTL Nieuws

Wie iets wil doen aan verdrinking van volwassenen, moet vooral mannen waarschuwen voor alcohol.

In 2018 verdronken 112 inwoners van Nederland, 27 meer dan in 2017. Deze toename is alleen bij personen vanaf 20 jaar. Bij jongeren tot 20 jaar blijft het aantal verdrinkingen de laatste jaren op hetzelfde niveau van gemiddeld 14 per jaar. Naast 112 inwoners van Nederland verdronken nog 26 niet-ingezetenen. Dat meldt het CBS.

En toch, zegt Guido Reijnen, forensisch arts bij de Amsterdamse GGD, hebben veel van die incidenten een gemene deler. Tachtig procent van de verdrinkingsslachtoffers is man – zo ook de slachtoffers deze maand.

En bij ongeveer veertig procent van de ongelukken was alcohol of drugs in het spel. Daarom moet preventie zich meer gaan richten op mannen, vindt Reijnen. En hun gebruik.

Reijnen baseert zich op onderzoek naar verdrinkingsdoden in de regio Amsterdam. Gegevens voor heel Nederland zijn er niet. “Als iemand in het water is overleden, verschilt het per regio of de forensisch arts kijkt naar alcohol. In Amsterdam wordt dat standaard gedaan. We hebben daarom alleen goede gegevens uit de hoofdstad.”

Risico’s

In de binnenstad van Amsterdam heeft 55 procent van de slachtoffers gedronken of drugs gebruikt. Dat is aan de hoge kant omdat het ook om de grachten gaat waar veel mensen uitgaan. In de hele regio gaat het om 40 procent. Dat laatste cijfer is volgens Reijnen te vertalen naar ander stedelijk gebied en ook naar het buitengebied. Reijnen promoveert op verdrinkingsslachtoffers en ziet deze percentages ook terug in internationale literatuur.

Mannen nemen toch al vaker risico’s en als ze iets op hebben, onderschatten ze gevaarlijke situaties nog meer. Ze zwemmen gevaarlijke rivieren over of ze springen van een hoge kant het water in. Reijnen: “Rivieren met sterkere stromingen zijn niet geschikt om in te zwemmen. Nuchter zul je niet zo snel te water gaan, maar als het leven er rooskleuriger uitziet, neem je het risico sneller.”

Aan de oppervlakte zie je het gevaar ook niet altijd. “Het water aan de kant van rivieren kan relatief rustig zijn, maar verderop ontstaat onderstroming. Dat geldt ook voor rivieren met zware scheepvaart. Schepen geven golfslag en een sterke zuiging.”

Het aantal verdrinkingsdoden is sinds 1950 enorm gedaald. Vooral onder kinderen vallen minder slachtoffers. Toch is sinds 2010 de dalende lijn gestagneerd en sterven er jaarlijks ongeveer tachtig mensen in het water door een ongeluk.

Jonge mannen

Om dat cijfer verder terug te dringen moeten jonge mannen beter geïnformeerd worden, vindt Reijnen. “Het heeft niet zo veel zin om preventie te richten op jonge vrouwen, want – dat klinkt misschien raar – die verdrinken zelden.” Engeland had in 2016 een campagne tegen verdrinking zoals Reijnen graag in Nederland zou zien. Met de hashtag #DontDrinkandDrown richtte de Britse reddingsmaatschappij zich op studenten, met name jonge mannen.

Het gevaar van recreatie aan de waterkant of op een bootje moet ook niet onderschat worden, zegt Reijnen. Een drankje hoort er voor veel mensen bij, maar als ze in het water vallen kunnen ze zich minder goed redden. Reijnen: “Als je in veilig zwemwater zit, vallen de risico’s mee. Maar rivieren zijn vaak niet veilig.”

Bron: Trouw

Alcoholisten zijn geen losers.

Jarenlang werd hun leven beheerst door de zucht naar drank. Met alle gevolgen van dien. Met behulp van Anonieme Alcoholisten (AA) kwamen ze van hun drankverslaving af. ,,AA is onze redding geweest”, geven Cees en Wim onomwonden te kennen. Hoewel ze al geruime tijd niet meer naar de fles grijpen, voelen Wim en Cees zich verplicht om drankverslaafden te helpen. ,,Wij weten hoe het voelt en hoe moeilijk het kan zijn als alcoholgebruik je leven beheerst of dreigt te beheersen. Onze ervaringen delen we graag.”

ÉÉN VOORWAARDE

En dus schuiven ze wekelijks aan bij een AA-bijeenkomst, op een vaste locatie ergens in Leusden. Op deze avonden vinden lotgenoten steun bij elkaar door verhalen en ervaringen uit te wisselen. ,,Maar niks moet”, benadrukt Wim. ,,Alles is op basis van vrijwilligheid.” De enige voorwaarde die gesteld wordt, is dat de deelnemer nuchter moet zijn.

OVERWINNING

,,Wie komt heeft al een overwinning op zichzelf geboekt”, stelt Cees. ,,Ik weet uit ervaring dat de drempel hoog is. Afkicken is een lastig proces.” Wim: ,,Het betekent afstand doen van je beste vriend. Maar bij AA steunen we elkaar door dik en dun en alles blijft binnenskamers.” Cees: ,,Door elkaar hoop en kracht te geven proberen we ons gemeenschappelijk probleem op te lossen. Iedereen kampt met dezelfde gevoelens.

KNOP OMZETTEN

Het hulpprogramma van AA kent twaalf stappen. De belangrijkste stap: spreek uit dat je alcoholist bent. Wim: ,,Je moet jezelf niet voor de gek houden. Pas als je erkent dat je alcoholist bent kun je je verslaving terugdringen. Een verslaafde achter zijn vodden zitten heeft geen zin. Alleen de verslaafde zelf kan de knop omzetten.” Beiden geven ruiterlijk toe dat het een worsteling is geweest. ,,Maar uiteindelijk is het ons gelukt.

BESTE VRIEND

Ze dronken dagelijks. Wim: Bij thuiskomst van mijn werk of uit de kroeg liep ik linea recta door naar de koelkast om een flesje bier te pakken. Alcohol was jarenlang mijn beste vriend.” Dat gold evenzeer voor Cees. Hij was verslaafd aan de whisky. Het eerst glas had hij dikwijls al in de vroege ochtenduren te pakken. Dat ging vanzelf. Verder dronk hij graag likeurtjes. ,,Lekker voor na het eten. Nee, nooit eentje. Het waren er altijd meer dan één.

SLUIPMOORDENAAR

Wim vervolgt: ,,Een alcoholist kent geen maat. Alcoholisme is een sluipmoordenaar. Het is een ziekte waarbij je de realiteit uit het oog verliest. Ik ontwikkelde een onredelijk gedrag tegen mijn vrouw, tegen mijn kinderen, tegen wie dan ook. Ik werd een solist, plaatste me zelf buiten het gezin. Alles stond in het teken van de drank. Als mijn zoon nieuwe schoenen nodig had, vond ik dat grote onzin. Als ik door mijn vrouw gesommeerd werd naar huis te komen voor het avondeten, wanneer ik weer eens in de kroeg was blijven plakken, gaf ik daar geen gehoor aan. Ik had lak aan mijn omgeving. De drank had mij in de greep. Ik was de controle volledig kwijt.

EGOÏSTISCH

Cees knikt instemmend: ,,Je creëert je eigen eiland. Oog voor anderen heb je niet of nauwelijks. Dat je met je egoïstische gedrag veel leed veroorzaakt bij je naasten ontgaat je volledig. Je hebt het gewoon niet door.” Wim: ,,Leven met een alcoholist in huis is geen pretje. Vraag het mijn vrouw, vraag het mijn kinderen. Ze hebben mij vergeven, maar wat ik hen heb aangedaan zijn ze niet vergeten. Vanaf het moment dat ik serieus werk ging maken van mijn drankverslaving hebben we een dikke streep door het verleden gezet en zijn we ons op de toekomst gaan richten. Een nieuwe start.” Kort daarop: ,,Maar ik heb me wel moeten terugvechten in het gezin.

INKEER

Het moment van inkeer herinnert hij zich nog als de dag van gisteren. ,,Ik kwam thuis, liep naar de keuken om een flesje bier uit de koelkast te pakken en zag tot mijn grote ontsteltenis dat er nog slechts één biertje was. Ik ontplofte, was ziedend. In het bijzijn van mijn kinderen gooide ik demonstratief het laatste flesje bier leeg in de gootsteen. Ik kon er niet over uit dat de voorraad niet was aangevuld.” Vervolgt: ,,Na mijn woede-uitbarsting beet mijn zoon mij toe dat ik zijn vader niet meer was. Dat kwam aan als een mokerslag. Ik was er kapot van. Mijn vrouw, ook bij haar was een grens bereikt, maande mij om onmiddellijk hulp te zoeken bij AA. Ik moest en zou bellen. Aanvankelijk zei ik dat ik het de volgende dag zou doen, maar mijn vrouw bleef aandringen. Gelukkig maar.

APETROTS

Hij staat op, zet enkele stapjes in de woonkamer en zegt: ,,Met lood in de schoenen schuifelde ik aarzelend en bang naar de telefoon. Want ik wist: als ik de hulplijn van AA bel, ga ik mijn beste vriend, de drank, vaarwel zeggen.” Dat is inmiddels 35 jaar geleden. Wim merkt verheugd op: ,,Tot op de dag van vandaag ben ik van de drank afgebleven. Mijn zoon is apetrots op me.” Nee, in de kroeg komt hij niet meer. ,,Je moet het noodlot niet tarten. Straks met carnaval laat ik de bier-standjes links liggen. Ik mag dan al geruime tijd nuchter zijn, de verleiding ligt altijd op de loer. En ik weet: één biertje is teveel, tien te weinig.

ECHTSCHEIDING

Bij Cees was een dreigende echtscheiding het omslagpunt. ,,Mijn vrouw schoof op een gegeven moment het trouwboekje onder mijn neus en zei op dwingende toon: als je nu geen hulp gaat zoeken, ga ik bij je weg. Toen krabde ik mezelf wel even achter m’n oren.” Het dreigement miste zijn uitwerking niet. Cees meldde zich vlot na het voorval aan bij AA. Dat is nu twintig jaar geleden. En net als Wim, die hij bij AA heeft leren kennen en waaruit een vriendschap is ontstaan, is Cees van zijn drankverslaving af. De whisky laat hem koud. Zo ook de likeuren waar hij voorheen als een blok voor viel. ,,Drank doet me niets meer. Ik houd het tegenwoordig bij fris.” Zowel Cees als Wim zegt stellig dat deelname aan AA hun redding is geweest. Cees: ,,Door het hulpprogramma van AA te volgen hebben we ons leven weer op de rit gekregen.” Wim ten slotte expliciet, terwijl hij voor de tweede keer koffie inschenkt: ,,Alcoholisten zijn geen losers.”

(Op verzoek van de geïnterviewden zijn de namen Wim en Cees gefingeerd)

Wij gooien bij Kees van der Staaij wat MDMA in de karnemelk

13 juli 2019

Als het aan minister Grapperhaus van Justitie ligt, komen er minder festivals. Hiermee wil de bewindsman een dijk optrekken tegen drugs­criminaliteit. Zal hij, om de barre tocht van vluchtelingen over zeeën tegen te gaan, binnenkort ook pleiten voor minder oceanen? Grapperhaus klinkt mij trouwens wel in de oren als een vierdaags dancefestival op de Veluwe, waar je heel hard kunt gaan op Duitse techno.

Grapperhaus richt zich op partydrugs, niet op alcohol. Nu begrijp ik best dat je om te overleven op het ministerie van Justitie – de Bermudadriehoek van het Binnenhof – af en toe een flinke neut nodig hebt, maar inmiddels is toch wel volstrekt duidelijk dat alcohol en niet xtc de grote killer is onder de genotsmiddelen? Misschien moeten we Grapperhaus eens de geneugten van een pilletje laten ervaren. En niet alleen hem, nee: heel politiek Den Haag.

Wij gooien bij Kees van der Staaij wat MDMA in de karnemelk, zetten hem op een boot tijdens de Gay Pride en binnen een uur aanschouwen wij hoe Kees de Nashville-verklaring dansend aan stukken scheurt. We sturen Thierry Baudet met een kwartje in zijn donder naar het Kwaku Festival. Moet je eens opletten hoe vlug hij zich omdoopt tot Cherry Bouquet, terwijl hij ergens in een hoekje de rijkdom en vreugde van de homeopathische verdunning ervaart.

En niet alleen buitenshuis, nee ook in de Tweede Kamer zelf zien wij taferelen die we voor onmogelijk hadden gehouden. Parlementair dancefestival Kamervragen barst los. Kuzu en Öztürk vallen op slag in katzwijm bij het idee van een vrije, democratische rechtstaat en vliegen hun mede Turks-Nederlandse parlementariërs snikkend in de armen, in plaats van ze kapot te shamen. Weg zijn de voorgekookte moties, de screenshots op Twitter, bedoeld om te scoren in de wekelijkse hijgpeiling. Geert Wilders danst de tango met Khadija Arib. Jesse Klaver biedt kritische fractiegenoten een veilig onderkomen. De enige die onveranderd oogt, is Mark Rutte, wiens lichaam zelf al voldoende MDMA aanmaakt.

Waar komt eigenlijk die krampachtige afkeer van MDMA en xtc vandaan? Als ik de verhalen hoor over babyboomers, die vroeger de meest psychedelische middelen tot zich namen, en zie hoe veel flessen chablis en merlot er bij die generatie – onder het mom van gezelligheid – doorheen worden gejast, steken wij daar bleek bij af. Een stel brave neuroten, dat zijn we. Naast onze frequente inname van 0.0 procentbier (“Voel me zó chill zonder alcohol, shit is helderder”) verlangen we kennelijk slechts naar een goedje dat onze geluksreserves in één keer vlammend vrijgeeft. Zo verbruiken we ons eigen geluk, als geleend overschot in verdunde tijd, alvorens we langs de dinsdagdip weer in het ravijn storten van de realiteit, vol flexbanen, onbetaalbare huizen en Insta-killerbody-hashtag-#dankbaar-schone schijn.

Is dat escapisme? Ja. Is het erger dan al dat gezuip? Nee. We zijn niet de Pablo Escobars van de lage landen. Blijf dus van onze festivals af. Heel goed dat Grapperhaus de drugscriminaliteit wil aanpakken, maar misschien is het fatsoenlijk reguleren van partydrugs een beter begin.

bron: Johan Frets (het Parool)

Alcohol en tabak schadelijker dan meeste drugs

Uit een onderzoek van the Global Commission on Drug Policy is gebleken dat illegale middelen zoals ecstasy en cocaïne, minder schadelijke gevolgen kunnen hebben dan tabak en alcohol.

Gevaren van drugs

Een studie uit 2010 laat de gevaren van alle drugs zien, voor zowel degenen die het gebruiken, als voor de samenleving in het algemeen. Hier staat alcohol bovenaan de lijst als meest schadelijke ‘drug’, gevolgd door heroïne en crack-cocaïne. In hetzelfde onderzoek staat tabak ook hoger op de lijst dan ketamine en mephedrone, hoewel dit niet blijkt uit de strafrechtelijke wettelijke maatregelen rond deze drugs. Een ander goed voorbeeld hiervan zijn LSD en ecstasy, deze drugs scoren als minst schadelijke drugs in het rapport, maar worden wereldwijd het strengst gereguleerd als klasse A drugs.

Lagaliseren en verbieden

Om hier verandering in te brengen, wil the Global Commission on Drug Policy dat overheden stappen ondernemen en nogmaals goed kijken naar het legaliseren en verbieden van bepaalde drugs en stoffen én daarnaast het classificatiesysteem voor drugs heroverwegen.

bron:www.partyscene.nl

De detoxcoach schudt ons wakker: ‘Saai? Een leven zonder alcohol is sexy!’

Ze dronk twintig glazen per week, maar stopte toen haar man een hartaanval kreeg. Met haar boek Ontwijnen wil Jacqueline van Lieshout (44) u overtuigen van de voordelen en zelfs het plezier van een alcoholvrij bestaan. ‘Terugkijkend zullen we zeggen: wat voor een debielen waren wij toen eigenlijk.

Overredingskracht is niet nodig om de Nederlandse detox- en ontwijnencoach Jacqueline van Lieshout aan het praten te krijgen. Ik sta nog met jas aan in de gang van haar appartement en ik weet al dat er een geurkaars brandt in de keuken, dat ze geen buiten heeft en dat mensen daar altijd over beginnen vanwege haar dochter van zeven – “Altijd dat gezeik over een tuin.”

Haar manier van doen is opvallend energiek en direct. Ook over het alcoholgebruik van de gemiddelde gelegenheidsdrinker en dat van zichzelf is ze rad van tong. We komen meteen op het onderwerp dat Van Lieshout sinds drie jaar in de greep heeft, zowel privé als in haar werk, doordat ze thee aanbiedt. Ze is een gepassioneerde theedrinker, nu ze geen druppel alcohol meer aanraakt.

“De eeuwige vraag aan de geheelonthouder is: ‘Wat moet je dan drinken?’”, zegt ze. “Op YouTube hou ik hele lezingen over vervanging: 0.0-bier, alcoholvrije wijn die best lekker is, kunstige mocktails. Ik ben blij met die evolutie, maar vooral in het begin moet je voorzichtig zijn met vervanging, want je grijpt razendsnel weer naar het echte werk. Of je nu gewend was wekelijks een paar keer langdurig te borrelen, te bingen in het weekend of elke avond met je partner drie dikke bokalen wijn te nemen bij het eten.”

Ja maar, wat moet je dán drinken?

Jacqueline van Lieshout: “Je moet vooral niet meteen naar het café willen, want die vervangers, dat werkt niet. Het kan er nog zo echt uitzien, dat alcoholvrije rode wijntje in een mooi glas, maar je staat erbij met een cassis, als een idioot. Mensen die gestopt zijn met roken gaan toch ook niet buiten staan met een chocoladesigaret? Ik zeg altijd tegen de deelnemers aan mijn ontwijnenprogramma: maak jezelf de eerste paar weken niet gek door al die drankgerelateerde activiteiten voort te zetten.

“‘Ja maar’, sputteren met name vrouwen dan tegen, ‘ik kan het niet maken tegenover mijn vriendinnen.’ Dat krijg ik bijna dagelijks te horen. Ik snap hoe lastig het is, want drinkers willen dat jij ook door blijft drinken, vanuit de ingebeitelde maatschappelijke overtuiging dat een volwassen leven zonder drank ongezellig is. Vriendinnen van mij hebben een keer letterlijk gezegd dat ik niet mee mocht op een weekendje weg, omdat ik niet meer dronk.”

Van Lieshout dronk vroeger veel: twintig glazen per week was normaal. Uit eten met vrienden was eigenlijk uit drinken. Op haar veertigste eindigde ze na een liederlijke avond nog regelmatig op café om keihard Barbra Streisand te zingen met haar oude drinkmaatjes, een traditie die ontstaan was toen ze 18 waren. Thuis maakte ze er om de haverklap een dolle boel van met Bob, haar man. Dinsdagavond lag bijvoorbeeld altijd vast: als dochter in bed lag, kwamen de chique kristallen glazen en de kwaliteitswijn op tafel. Als Bob maar twee flessen had gehaald, vond ze dat heel irritant: waarom geen drie?

Dit wil niet zeggen dat Van Lieshout ontspoord was. Ze functioneerde prima. Na een studie economie, een aantal baantjes en de nodige bijscholing begon ze in 2004 een opleidingsinstituut voor massagetherapie, vanwaaruit ze zich ontwikkelde tot detoxcoach; dat ging dan vooral over eten. Ze schreef er twee goed verkopende boeken over: Het relaxdieet en In 28 dagen van gifbelt naar tempel. Tijdens die 28 dagen mochten de cursisten niet drinken. De coach wel, maar dat was geen onderwerp.

Alles veranderde toen Bob drie jaar geleden een hartaanval kreeg. Hij overleefde het, en een paar weken na het voorval gingen Van Lieshout en hij samen een weekendje weg om te vieren dat hij er nog was en het herstel voorspoedig verliep. Daar moest drank bij natuurlijk, en niet te weinig. De volgende ochtend voelde Bob zich zo ziek dat ze in paniek een lokale huisarts bezochten. Deze jonge vrouw hoorde hen hoofdschuddend aan en zei: “Waar zijn jullie mee bezig?”

Voor Van Lieshout was daarmee een grens bereikt. Ze stopte acuut met drinken – niet makkelijk, want haar sociale leven werd bij elkaar gehouden door alcohol. Al snel begon ze alles wat los en vast zat te lezen over het gevaar van alcohol voor de fysieke en geestelijke gezondheid. Ze ging in gesprek met artsen, die veel weten over de link tussen alcohol en allerlei ziektes, en verdiepte zich in verslaving en de verslavingszorg. Waarom dronk zij? Waarom drinken acht van de tien volwassenen en zijn maar weinigen zich bewust van de effecten van alcohol?

Als je op een zonnige dag door de stad fietst, zitten vanaf vier uur ’s middags de terrassen vol mensen die aperitieven alsof het hun laatste dag is. Weten we te weinig over de gezondheidsrisico’s van alcohol?

“Mensen willen er niet echt van weten, nee. In Nederland hebben we al een beleidsprobleem, om te beginnen. Psychiater René Kahn, die in zijn boek Op je gezondheid? haarfijn en onomwonden uitlegt hoe verschrikkelijk slecht het is, heeft tien jaar zonder resultaat gevochten bij de Gezondheidsraad om alcohol als volksgezondheidsprobleem hoger op de agenda te krijgen.

“Ik zat vorig jaar bij een vergadering van de Alcoholalliantie, een groep van elf organisaties uit de gezondheidszorg die meepraten over het Nationaal Preventieakkoord, waar de alcoholindustrie ook gewoon mag aanschuiven. Iemand zei dat excessief drinken een mannenprobleem is. Dan word ik helemaal gek. Maar ja, het ligt allemaal zo gevoelig.”

Hoe komt dat?

“Het probleem wordt als een strandbal onder water gehouden, omdat iedereen zelf te verzot is op drank: journalisten, beleidsmakers, politici, en artsen niet te vergeten.

“Ik dronk vroeger ook vijf chardonnaytjes als ik bij de kapper zat, ik ging achteruit de deur uit. Bij elke boekpresentatie in een boekhandel wordt lekker doorgeschonken. Het is hier zo normaal om te drinken, terwijl wetenschappelijk definitief vaststaat dat de enige gezonde hoeveelheid nul is. Zelfs het verhaal over ‘één glaasje is goed voor je’ is naar het land der wishful thinking verwezen.

“Alcohol is een supergiftig middel dat verband houdt met kanker op alle plekken waar het langs glijdt: van mond tot darm. En het verhoogt de kans op borstkanker. Als het nu pas zou worden uitgevonden, zou er direct een verbod op komen.”

U bent actief op sociale media met uw kruistocht. Krijgt u weleens negatieve reacties?

“Je houdt niet voor mogelijk wat ik naar mijn hoofd geslingerd kreeg toen ik de cover van het boek op Facebook zette: ‘Wanneer sluiten ze dit wijf op?’, ‘Mein Kampf is verboden, maar dit mag wel?!’, ‘Krijg je een touw bij dit kutboek?’ De hele dag ging het zo door, mensen waren hysterisch. Ik raak een maatschappelijk pijnpunt aan, want drank is de nationale knuffelbeer voor grote mensen. Dat sterkt me in mijn ambitie om het bewustzijn te vergroten.

“Ik ga niet met een spandoek voor wijnwinkels staan, maar ik wil wel graag kennis verspreiden zodat mensen weten met welke kracht ze te maken hebben. Drank is een heerlijke verdoving in een overvol leven, dat weet ik maar al te goed.

“Gelukkig bewegen we ook een andere kant op. In New York en Londen stikt het van de soberista’s en alcoholvrije bars. Er gebeurt wel wat, ook hier, maar de revolutie gaat traag. Net als destijds bij roken. Al in de jaren 30 was bekend hoe ongezond het was en in de jaren 80 bliezen we nog steeds de woonkamer blauw in het bijzijn van baby’s.”

Hoe werd er gedronken in uw omgeving toen u opgroeide?

“Heel matig. Er was wel veel stress in huis, onder druk van de extreme prestatiedrang van mijn vader. Alleen de vrijdagmiddagen waren een moment van ontspanning, en die middagen herinner ik me als heel fijn. Dan kwamen zijn collega’s langs, zette mijn moeder kaas en worst op tafel en werd er gedronken, maar niet excessief.

“Ik heb mijn ouders nooit dronken gezien. In de zomer hadden we soms een barbecue, met mijn vader vrolijk aan de rode wijn. Dat was ook gezellig. Verder was ik doods- en doodsbang voor hem. Als mijn moeder naar de wc ging, zat ik met hartkloppingen op de bank.”

Mishandelde hij u?

“Niet fysiek, maar toen ik zeven was, zei hij tegen me: ‘Als jij maar bang blijft’. Ik was een boksbal voor zijn onmacht en zijn behoefte aan controle, wat vaak ontbrak: een gespannen huwelijk, mijn broer was een gehandicapt kind, dingen op mijn vaders werk liepen niet altijd naar zijn wil, mijn oudste broer stopte met studeren terwijl hij zelf geen opleiding had kunnen afmaken door geldgebrek. En ik was het kind dat het meest op hem leek. Ik moest zijn robotje zijn.

“Hij kon het niet aan dat ik opgroeide. De eerste keer dat ik blauwe mascara op had – dat hadden we in 1989 – heeft hij met afwasmiddel mijn gezicht geschrobd. In zijn tirades barstte hij soms in tranen uit. ‘Weet je wel wat je mij aandoet?!’, riep hij dan.

“Ik heb hem een keer mee naar Londen genomen – ik was 25, hij 65. We zaten het hele weekend lam in een pub. Ik dacht: ik ga net zo lang door met praten en vragen tot ik je huilend voor me heb. Dat hielp. Uiteindelijk was ik in 2017 de laatste die hem zag voordat hij doodging. Heel liefdevol. Ik was toen een jaar alcoholvrij. Iedereen om me heen zei: ‘Nu je vader dood is, mag je toch wel weer een keer drinken?’”Deed u het?

“Nee, ik wilde de rouw voelen, niet verdoven. Ik was eindelijk zover dat ik onder ogen zag wat een gigantische hoeveelheden ik heb weggedronken, en belangrijker: wat ik daarmee wegdronk aan gevoelens, herinneringen en onzekerheden. Ik leef nu in high definition. Heerlijk. Als ik dat ter sprake breng bij mensen, zeggen ze vaak: ‘Ja, maar jij dronk ook echt heel veel, hè.’ Terwijl ik ze zelf hun derde glas wijn zie inschenken.”

De ‘grage grijze gebiedsdrinkers’, zoals u ze noemt in uw boek.

“Ook wel: the high-functioning alcoholic. Alles op een rijtje hebben – baan, huis, kinderen, vriendenkring – maar kennelijk moet er wel het een en ander worden weggespoeld. Ook interessant is dat dezelfde mensen die zeggen dat ik ‘wel heel veel dronk’ van me willen horen dat ik geen alcoholist was, want ze zijn als de dood voor die spiegel. Door te stoppen kom ik indirect aan hun teddybeer.”

Noemt u uzelf een alcoholist?

“Nee.”

Waarom niet?

“Ik voldeed aan de wetenschappelijke kenmerken, maar het maatschappelijke beeld van een alcoholist past niet bij wie ik was. Ik ben het ook niet eens met de term op zich. Er bestaat terecht niet zoiets als een nicotinist of een cocaïnist. Het woord alcoholist wijst naar de persoon en haalt zo de aandacht af van het middel. Daardoor kun je als alcoholgebruiker zeggen: ‘Die dakloze man voor de supermarkt, bedelend om een euro voor een blik Cara Pils, dát is een alcoholist. Wij zijn gewoon gezellige sociale drinkers.’”

En we gaan daarmee onterecht vrijuit?

“Ja, en het middel ook. Daarom moet je je in onze wereld in een heleboel kringen verantwoorden als je níét drinkt. Zwangerschap, een antibioticakuur of autorijden worden geaccepteerd. (schenkt thee bij)

“Ik weet nog dat ik na veertien weken sober mijn eerste blog schreef, huilend omdat ik een verborgen gedeelte van mezelf publiek maakte. Mind you, ik had mezelf uitgeroepen tot detoxcoach, maar dronk op vrijdagavond tien glazen wijn. Wie hou je dan voor de gek? Volslagen onnozel. Tijdens die eerste veertien weken ging ik merken dat niemand erover praat. Hoe anders is dat als je stopt met roken? Dan hangt iedereen de vlag voor je uit.”

Wanneer kwam het moment dat u het ontwijnen ging promoten?

“In mijn eerste alcoholvrije jaar was ik alleen maar met mezelf bezig. Je moet tegen zo veel dingen vechten: je verslaving, je omgeving die het niet kan uitstaan, de letterlijke buitenwereld, want de drankindustrie zit overal in. En dan het gevecht tegen die onbewuste overtuiging: zonder drank is mijn leven minder waard. Dat is lastig om in je eentje te doorstaan. Maar ja, dacht ik na een jaar, we hebben alleen maar – en dan bedoel ik ‘alleen maar’ niet lullig – de klassieke verslavingszorg als het om alcohol gaat, met het imago van de kneus voor de supermarkt of de huisvrouw die om elf uur ’s morgens aan de wodka zit. Daar associeert het gros van de ‘grage grijze gebiedsdrinkers’ zich niet mee, ook al horen ze er thuis.

“‘Als je testjes doet van organisaties die zich bezighouden met verslaving, dan is iedereen alcoholist’, hoor je vaak mensen roepen. ‘Hahaha, schenk maar bij.’ Ik besloot een boek en een programma te maken met de luchtigheid van mijn detoxboeken, in de hoop die grote groep wel te bereiken. Ik zet het zo neer: voorlopig niet drinken voor onbepaalde tijd. Zo bekijk ik het zelf ook nog steeds. Nooit is te groot en doodeng, dat kunnen mensen helemaal niet bevatten.”

One day at a time.

“Prachtig streven van de AA. Anders wordt het onoverzichtelijk.”

Hebt u vrienden verloren in het proces?

“Mijn vriendschappen zijn veranderd. Ik had me natuurlijk gedurende 25 jaar omringd met mensen die ook veel drinken. Die deden soms raar als ze hier kwamen. Nog steeds wel. Heel nadrukkelijk om thee vragen, en zo. Hoeft van mij niet, ik schenk je graag in, maar schijnbaar is er ongemak bij mijn gemak. Drinkers vinden het lastig dat ik me fantastisch voel, twintig kilo kwijt ben, goed slaap en mentaal tachtig keer sterker ben. Op een sporadische verjaardag waar ik nog voor word uitgenodigd, zie ik dat vriendinnen zich na glas twee van me weg gaan bewegen. Dat herken ik wel, ik had ook een bloedhekel aan Spa-drinkers en nippers.

“Ik trek nu meer naar mensen toe die niet of weinig drinken, en ik doe andere dingen. Naar de bioscoop, wandelen. Drinken kost ontzettend veel tijd, geld en energie, daar heb je ineens zeeën van over. Tegen de deelnemers zeg ik altijd: ga je tijd anders indelen. Ik ben zelf aan zo veel niet toegekomen toen ik nog dronk, aan zo veel gevoelens ook niet. Ik kon bijvoorbeeld nooit boos zijn, maar toen ik drie maanden nuchter was, kwam er ineens een woede over me, zo hevig dat ik in de supermarkt stond en dacht: ik hoop dat iemand een pot doperwten op mijn voet laat vallen, dan heb ik een reden om uit te vallen.”

Hopelijk ging dat ook weer weg.

“Ja, natuurlijk. De problemen die ik weg probeerde te drinken werden opgelost toen ik niet meer dronk. En die problemen hoeven geen heftige jeugd te zijn, hoor. De gangbare stress van een drukke werkweek, een vervelende collega, een afwezige partner of je vier kinderen is reden genoeg.

“Over een paar jaar gaan de vrouwen van mijn generatie zich melden voor hun eerste mammografie. Reken maar dat er bij bosjes borstkanker gevonden wordt, en na een hopelijk succesvolle behandeling zullen veel van hen weer vrolijk aan de wijn gaan. Ook omdat nog veel artsen de link tussen drinken en kanker niet genoeg op de radar hebben – of willen hebben – en het dus ook niet overbrengen.”

Van Lieshout wijst naar buiten, in de richting van de middelbare school aan de overkant van haar straat. “Wat voor voorbeeld geven we onze kinderen? Ze groeien op met het idee van: yes, als ik achttien ben mag ik eindelijk zuipen. Tuurlijk, drank is een heerlijk smeermiddel tijdens de periode waarin je ingewikkelde sociale interacties met andere mensen onder de knie moet krijgen, je voor het eerst seks hebt en extreem gevoelig bent voor groepsdruk. Het trekt je door je jongvolwassenheid heen, maar het zou veel beter zijn om die periode droog mee te maken, voor later als je groot bent.

“Over vijftig jaar gaan we terugkijken op de debiliteit van nu. De Breezers, shotjes, Zon, Zuipen, Ziekenhuis, Jip en Janneke-kinderchampagne. Doe toch normaal. Wake up, people. Alcohol is een zwaar beschadigende, intens verslavende harddrug. Als we als tiener zouden opgroeien zonder drank, dan zouden we als volwassene geen probleem hebben.”

En gewoon af en toe drinken?

“Bijna niemand kan dat, omdat het zo verslavend is. Maar we zouden er al wat mee opschieten als we vrijelijk kunnen zeggen dat we het niet voor elkaar krijgen, een glas per week. Zonder weggezet te worden als slappeling door mensen die het zelf ook niet kunnen. Ik ga heus niet verkondigen dat niemand ooit meer een glas drank mag aanraken, maar laten we er wel eerlijker en openhartiger over praten. Mijn doel is vooral te laten zien dat een alcoholvrij leven sexy is, en niet saai. Er is gezellig licht aan het einde van de alcoholtunnel.”

Mist u het?

“Niet meer, maar dat heeft een tijd geduurd. Het is net liefdesverdriet. Zo’n eerste glas van een lekkere wijn, ja, dat is fijn. En toch word ik gelukkiger van thee. De fun zit in het leven zelf, niet in de fles.”