Noodkreet van hoogleraar over gebruik alcohol: ‘Het is een harddrug’

Dat je niemand meer hoeft uit te leggen dat roken slecht voor je is, is winst, vindt hoogleraar keel-, neus- en oorheelkunde Jeroen Jansen. Vandaar dat hij zijn pijlen richt op de tweede grote boosdoener in zijn vakgebied: alcohol. “Ik hoop dat we over tien jaar hetzelfde denken over alcohol als nu over roken. Het is gewoon een harddrug.”

Jansen komt de desastreuze gevolgen van alcohol veel tegen in zijn werk als specialist. “Alcohol veroorzaakt keelkanker. Die patiënten komen op mijn spreekuur.”

De Leidse arts hoopt dat patiënten die een ziekte door alcohol hebben opgelopen, in de toekomst op dezelfde behandeling kunnen rekenen als patiënten die ziek zijn geworden door roken. “Sinds kort wordt meer begeleiding aangeboden om te stoppen met roken. Ik hoop dat die begeleiding er ook komt voor ziektes die het gevolg zijn van alcohol.”

Roken op de poli

Jansen hield eerder deze maand een toespraak ter ere van zijn aanstelling als hoogleraar aan de Leidse universiteit. De specialist greep het moment aan om een pleidooi te houden voor meer bewustwording over de schadelijke effecten van alcohol.

“We zeggen hier nu weleens in het ziekenhuis tegen elkaar: weet je nog dat we vroeger op de poli zaten te roken? Ik stel me voor dat we over tien jaar hetzelfde zeggen over borrels die in het ziekenhuis werden georganiseerd.” Lees ook:Elke dag bijna 15 doden door alcohol, veel jongeren slachtoffer

Naar de kroeg

Want er is genoeg reden om dat krachtig te ontmoedigen, zegt Jansen. “En ik begrijp ook wel dat alcohol drinken diepgeworteld is in onze maatschappij. Dat we daar nog een veel hardere noot aan te kraken hebben dan aan roken. Dat bleek ook wel toen ik, om mijn verhaal kracht bij te zetten, de borrel na mijn oratie alcoholvrij maakte.”

Jansen moet lachen als hij daaraan terugdenkt. “Er waren mensen die direct vertrokken naar de kroeg. En een alcoholvrije borrel leek mij ook verschrikkelijk”, zegt Jansen. “Maar het is toch schokkend om dat van jezelf te merken? Waarom zou je geen normaal gesprek kunnen voeren zonder alcohol?”

Hoogleraar Jeroen Jansen waarschuwt voor de gevolgen van alcoholgebruik.

Hoogleraar Jeroen Jansen waarschuwt voor de gevolgen van alcoholgebruik.© LUMC

Jansen benadrukt dat hij geen scherpslijper is. “Ik wil niet direct een drooglegging, geen alcoholverbod. Het is geen religie en ik ben geen dictator. Dat gaat bovendien ook helemaal niet lukken, dat konden we wel zien tijdens de Amerikaanse drooglegging in de jaren 20 van de vorige eeuw.”

Maar we moeten er wel anders over gaan denken, wil Jansen maar zeggen – in de samenleving, maar ook in het ziekenhuis en de universiteit. “Eind september werd bekend dat de Universiteit van Utrecht had besloten dat er voortaan pas vanaf 17.00 uur alcohol mag worden geschonken. Blijkbaar was het daarvoor prima om eerder alcohol te drinken? Op de Universiteit Leiden mag pas na 14.00 uur alcohol worden geschonken. Ik vind het ongelooflijk dat mensen die aan het werk zijn, alcohol drinken tijdens de lunch.”

Bron: RTL nieuws

Zorgwekkende toename’: aantal verkeersdoden door alcohol meer dan verdubbeld

Het aantal dodelijke slachtoffers door alcohol in het verkeer is in twee jaar tijd meer dan verdubbeld. In 2016 vielen er dertien doden bij ongelukken gerelateerd aan alcohol, vorig jaar waren dat er 36. Dat blijkt uit cijfers die de NOS bij de politie heeft opgevraagd.

Ook voor dit jaar ziet het er slecht uit. Tot en met september zijn er al 29 doden gevallen door alcoholgebruik in het verkeer. De stijging lijkt dus verder door te zetten, ook omdat in de winter relatief meer ongelukken gebeuren.

In het algemeen vinden steeds meer ongevallen plaats waarbij alcohol in het spel is. In 2016 ging het nog om 2379 ongevallen, vorig jaar waren het er 2731. De stijging is opvallend: volgens de politie was de tendens juist dat er minder alcohol in het verkeer was.

NOS

‘Zorgwekkend’

De politie noemt de toename van het aantal slachtoffers door alcohol in het verkeer zorgwekkend. “We moeten daar dieper induiken om te onderzoeken wat de precieze oorzaken zijn.”

Het zijn vooral willekeurige weggebruikers die slachtoffer worden van de ongevallen. Van de 93 dodelijke slachtoffers na 2016 ging het twee keer om de beschonken bestuurder zelf.

Volgens de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) ligt het werkelijke aantal verkeersdoden door alcohol overigens nog hoger dan de cijfers van de politie laten zien. Dat komt doordat het alcoholpromillage van omgekomen verkeersdeelnemers vaak niet gemeten wordt, omdat zij niet meer juridisch vervolgd kunnen worden, aldus het SWOV.

Controles

Opvallend is dat er steeds minder vaak grote alcoholcontroles (‘fuikcontroles’) worden gehouden. Volgens de politie komt dat doordat die, door sociale media, vaak al heel snel bekend worden in de omgeving. Daarom voeren agenten nu vaker gerichte drank- en drugscontroles uit, bijvoorbeeld vanuit voertuigen die minder opvallen.

De politie erkent wel dat alcoholcontroles de laatste jaren minder prioriteit hebben gekregen: de aandacht ging vooral naar andere oorzaken van ongelukken, zoals afleiding door de smartphone.

Prioriteiten

Volgens oppositiepartij PvdA blijven grote fysieke alcoholcontroles “keihard nodig”. De partij betreurt het dat de politie er steeds meer taken bij heeft gekregen, waardoor er minder tijd overblijft voor dit soort controles.

Ook coalitiepartijen CDA en VVD vinden dat de politie meer prioriteit moet geven aan grote alcoholcontroles. Fuikcontroles helpen altijd, zegt CDA-Kamerlid De Pater-Postma. “De controles vormen een stukje preventie, maar ze laten ook zien waar de norm ligt. Handhaving, wijzen op die norm, is absoluut noodzakelijk.”

Alcoholslot

De VVD ziet het liefst een terugkeer van het alcoholslot, dat in 2016 definitief verdween vanwege technische en juridische bezwaren. “Er zitten misschien allerlei nadelen aan, maar dat interesseert me niet zo”, zegt Tweede Kamerlid Dijkstra. “Ik vind dat notoire drankrijders nooit meer achter het stuur mogen zitten. Dat gebeurt nu wel.”

Bron: Nos.nl

VERSLAVINGSPROBLEMEN ZIJN BIJ ALCOHOL VEEL GROTER DAN BIJ DRUGS

Om verslavingsproblemen te verminderen, zou er meer aandacht moeten komen voor het gebruik van alcohol. Verslavingszorg Noord Nederland (VNN) stelt dat er nu vooral aandacht is op het gebruik van harddrugs, terwijl de grootste verslaving om alcohol gaat. Door daar breder op in te zetten, kan het aantal mensen met een alcoholverslaving mogelijk omlaag. Dit meldt Leeuwarder Courant.

Rob Otten, preventiefunctionaris bij VNN, ziet in ongeveer 80 procent van de verslavingen dat het gaat om alcohol. Terwijl dit eenvoudig en goedkoop verkrijgbaar is voor een groot deel van de mensen. “Drank is niet uit de cultuur weg te halen. Het zit erin gebakken.”

VERDOVENDE STOF IN DE HERSENEN

De gebruikers van harddrugs zouden eigenlijk naar verhouding maar een heel klein gedeelte omvatten. Zij gebruiken een veel kleinere en precieze dosis, wat bij alcohol niet het geval is. Alcohol leidt tot de aanmaak van een verdovende stof in de hersenen. Diezelfde stof zou ook de normen en waarden verdoven. Dit is volgens Otten een verklaring waarom alcohol in een sociale setting veel problemen zoals agressie kan veroorzaken. Agressie onder gebruikers van xtc is vele malen kleiner.

MINIMUMLEEFTIJD ALCOHOL OMHOOG

De preventiefunctionaris ziet een verschil in leeftijd waarop mensen alcohol gaan drinken en spreekt positief daarover. De leeftijd waarop een kind voor het eerst alcohol is gaan drinken, is verhoogd. Tien jaar geleden was dit op de leeftijd van 13 jaar al normaal. “Die zit nu nog niet op achttien, maar kinderen zijn wel ouder als ze beginnen.” Later beginnen met het drinken van alcohol leidt er toe dat iemand er vaak ook verstandiger mee om kan gaan. Ook worden ouders steeds strenger en heeft de overheid de minimum leeftijd voor alcohol verhoogd met de campagne NIX18.

Bron: Nationale Zorggids

Twaalf dronken meiden (14 tot 17) kotsen Arriva-bus onder op weg naar feest in Den Bosch

Twaalf meiden in de leeftijd van 14 tot 17 jaar hebben gisteravond goed ondervonden wat alcohol met je kan doen. De meiden waren op weg naar een feest in Den Bosch, maar omdat ze al zoveel gedronken hadden moesten sommigen overgeven terwijl ze in de bus zaten.

De politie kreeg een melding dat er een jonge meid de bus zou zijn uitgezet op het Vredesplein in Waalwijk. Zij zou dronken zijn. Toen agenten eenmaal ter plaatse kwamen, bleek het niet om één dronken tiener te gaan, maar om twaalf meiden in de leeftijd van 14 tot 17 jaar.

Alle twaalf dames waren dronken. Sommigen lagen zelfs languit op de grond. Een van de meiden moest worden nagekeken door ambulancepersoneel.

Bureau HALT

De ouders van de tieners werden gebeld. Zij kwamen hun kroost ophalen, terwijl Arriva zat met een vieze bus door het braaksel van sommigen. De meiden worden allemaal aangemeld bij bureau HALT, mogelijk moeten zij een paar uur bussen schoonmaken bij Arriva.

Bron: AD dagblad

Een gedeelte uit de Oratie Prof.dr. J.C. Jansen

( Rede uitgesproken door Prof.dr. J.C. Jansen op 18 oktober 2019 bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar met als leeropdracht Keel, Neus- en Oorheelkunde)

Preventie. Voorkomen is beter dan genezen

Toen ik nog niet precies wist wat ik wilde worden ging ik naar een voorlichtingsavond van Artsen zonder Grenzen. Daar ontdekte ik dat verbeteringen in de wereld niet komen door artsen die kapot geschoten mensen oplappen, maar door logistiek managers die vaccinatieprogramma’s uitvoeren of voor schoon drinkwater en elektriciteit zorgen. Ook bij Artsen zonder Grenzen is dat het allerbelangrijkste. Er zijn eigenlijk helemaal niet zoveel artsen nodig.

Daarna heb ik mij, nu bijna 30 jaar, gestort op de curatieve geneeskunde en heb ik weinig aan  preventieve geneeskunde gedaan. Maar nu ik uiteindelijk toch een beetje een soort logistiek manager geworden ben is het tijd om daar aandacht aan te besteden.

Toen ik de mogelijkheid kreeg om plannen te ontvouwen nam ik daar meteen in op dat wij als hoofd-halsoncologen, maar ook wij als LUMC, hoognodig een preventie- en behandelprogramma voor rokers moesten starten.  Terwijl ik dat idee verdedigde waren de cardioloog Douwe Atsma en de kinderlongarts Noor Rikkers al tot actie overgegaan en heeft het LUMC nu een actief programma tegen roken voor werknemers en patiënten. Nog nooit heb ik een doel zo snel en zonder inspanning bereikt.

Het betekent wel dat ik aandacht kan vragen voor ‘het nieuwe roken’. Welke slechte gewoonte zou daar het beste voor classificeren? Zitten wordt vaak genoemd, vaak in een adem met obesitas en ook met wat ik kort geleden las: een beroerde werkplek. Ook alles wat met CO2 uitstoot te maken heeft komt in aanmerking; van reizen tot vleeseten. Stikstof is daar de laatste maanden nog bij gekomen. Mijn stem gaat echter naar een vrij te verkrijgen harddrug.  Na mijn benoeming tot hoogleraar kreeg ik van de Raad van Bestuur van het LUMC, dit geestverruimend, maar verslavend middel opgestuurd in een mooi houten kistje.

Ik wil u graag de slechte eigenschappen van alcohol opnoemen maar waarschijnlijk bent u allemaal wel op de hoogte. Mijn dochter Pien, nu net 6 jaar,  wist mij onlangs in de supermarkt te vertellen dat alcohol slecht voor je is omdat je raar gaat doen en dan in het water kunt vallen en dat je dan naar de bodem zakt. En dat is nog maar het topje van de ijsberg. Voor mijn vakgebied is het natuurlijk belangrijk dat je er kanker van kunt krijgen maar het sociale probleem is denk ik toch nog wel het grootst. Het RIVM heeft becijferd dat de netto kosten van alcoholgebruik (dus na aftrek van accijnsinkomsten en besparing op pensioenen door vroegtijdige sterfte) circa 4 miljard euro per jaar bedragen. En hoewel het alcoholgebruik van jongeren in de laatste 10 jaar sterk gedaald is, wordt nog steeds door de helft van de 16 jarigen gedronken. Het is zorgbarend dat, misschien juist als gevolg van repressie, het meesmokkelen van alcohol, en dan vanwege het gunstige volume, liefst sterke drank, een soort sport onder jongeren is geworden. Ook werd ik erg verrast door een dit jaar in het Leidsch Dagblad gepubliceerd verslag van de El Cid week (de introductieweek voor eerstejaars studenten in Leiden) waarbij een deelnemer van dag tot dag verslag gaf van de locaties waar hij aan gratis bier kon komen, zonder ook maar iets van inhoudelijke informatie over de universiteit te geven. Waar alcohol een middel kan zijn om wat soepeler in de omgang te worden, lijkt het drinken nu meer een doel op zich te zijn. Dat dit onder studenten opgang vindt past dan wel weer bij het gegeven dat van de hoogopgeleide Nederlanders 70% meer drinkt dan het advies van de Gezondheidsraad aanbeveelt, terwijl nog niet de helft van de laagopgeleide Nederlanders hier aan voldoet. Daarom is het bijzonder dat in het eind vorig jaar gesloten Nationaal Preventieakkoord, ondanks het alcoholgebruik van Tweede Kamerleden, toch veel aandacht is voor het terugdringen van alcoholmisbruik.

Sommige Tweede Kamerleden zijn het helemaal met mij eens. In een persbericht na sluiten van het Preventieakkoord schreef de PVV: “ Nooit meer een kratje bier voor de halve prijs, nooit meer Wilde Wijn Dagen, geen biertje meer in de sportkantine als de jeugd speelt? Het slaat compleet door. Het is precies wat we al vreesden: alcohol wordt het nieuwe roken“.

In het Preventieakkoord, dat mede door onze universiteit is ondertekend, zijn geen afspraken gemaakt over het gebruik van alcohol in onderwijsgebouwen of in gezondheidszorginstellingen. De Universiteit van Utrecht heeft sinds 1 september de regel ingevoerd dat voor 17:00 ‘s middags geen alcohol geschonken wordt. Misschien niet bijzonder tactisch, omdat meteen de vraag rijst of er dan voor 17:00 veel gedronken werd, maar daar gaat het niet om. Het is tenminste een begin. Bij onze universiteit is de regel dat er voor 2 uur ‘s middags geen alcohol geschonken wordt. Tenminste niet als er studenten bij zijn!

Er was een tijd dat als een patiënt aan mij vroeg: “Hoe kan ik u bedanken?”, ik antwoordde met: “Ik drink geen bloemen.” Ik denk dat het goed denkbaar is dat wij over 10 jaar zeggen: “Weet je nog dat wij met de Kerstborrel, in het ziekenhuis gewoon alcohol dronken terwijl iedereen dat kon zien!” Het is aan ons, Ziekenhuis en Universiteit om het goede voorbeeld te geven. Dat dit niet gaat meevallen wil ik u vandaag nog laten merken. De borrel, die nu toch echt bijna begint, zal alleen uit alcoholvrije versnaperingen bestaan en ik durf te wedden dat dit voor velen van u een teleurstelling is. Sterker nog er zal een aantal mensen zijn dat met plezier een heupflacon sterke drank in zijn toga had mee gesmokkeld als hij of zij dit van tevoren had geweten! Dat is niet het gevolg van fysieke of geestelijke verslaving, maar het is een cultuurverschijnsel en om dat te veranderen is tijd en inzet nodig.

Bron:

Logo LUMC

Relatie tussen alcohol en dementie niet eenduidig.

Ouderen die onregelmatig veel alcohol drinken, ontwikkelen mogelijk sneller dementie dan ouderen die weinig drinken. Het effect van veel alcoholgebruik is sterker als er al sprake is van milde cognitieve stoornissen (MCI). Dit blijkt uit een Amerikaanse cohortstudie waarover Manja Koch e.a. schrijven in JAMA Network Open.

De onderzoekers analyseerden gegevens van meer dan drieduizend oudere Amerikanen (72 jaar of ouder) tussen 2000 en 2008. Bij aanvang woonden zij nog thuis. Zij vulden zelf vragenlijsten in waarin onder meer naar alcoholgebruik werd gevraagd. Tijdens een mediane follow-up van zes jaar werd bij 17 procent van de deelnemers dementie vastgesteld.

In vergelijking met mensen die weleens alcohol drinken, maar niet meer dan één eenheid per dag, vonden Koch e.a. geen significante toe- of afname van het risico op het krijgen van dementie tijdens follow-up bij hoger alcoholgebruik. Bij de ouderen zonder MCI bij aanvang lijkt het risico lager bij matig alcoholgebruik (één of minder eenheden per dag) dan bij meer alcohol. Bij de ouderen met MCI lijkt dat verband nog sterker. Hun MMSE-score nam significant meer af bij stevige drinkers. De associatie tussen alcoholgebruik en dementierisico hangt af van drie factoren: het cognitief functioneren bij aanvang (hoe slechter, hoe meer nadelig effect van alcohol), de hoeveelheid alcohol (gemiddeld twee of meer eenheden per dag is slechter dan één of twee per dag), en regelmaat (bingedrinken is slechter dan dagelijks regelmatig).

Overigens lijken ook de oudere geheelonthouders een hogere kans op het ontwikkelen van dementie te hebben, maar de auteurs wijzen er terecht op dat onder deze groep ook voormalige drinkers zitten. Wellicht zijn zij gestopt met drinken om gezondheidsredenen die ook hun kans op dementie beïnvloeden. Het zou dus niet terecht zijn om te concluderen dat matig drinken beter is dan helemaal niet drinken. Voor mensen met MCI – van wie maar liefst de helft aangeeft alcohol te drinken – zou het goed zijn om te weten dat alcohol de cognitieve achteruitgang kan versnellen. Aangezien bijna de helft van de mensen met MCI uit deze studie zei alcohol te drinken, valt hier mogelijk winst te behalen.

Bron: https://www.medischcontact.nl

Europeanen blijven meer alcohol drinken dan rest van wereldbevolking.

Het niveau van alcoholconsumptie in Europa is niet verlaagd, hoewel alle landen het Europees Plan ter Vermindering van het Schadelijk Gebruik van Alcohol 2012-2019 hebben ondertekend. Dat staat in een rapport dat de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) vandaag heeft vrijgegeven.

Gemiddeld drinken volwassenen (15-plussers) in de Europese Unie plus Noorwegen en Zwitserland (EU+) het equivalent van twee flessen wijn per week. Maar wanneer men de onthouders voor het leven en vroegere drinkers daarvan aftrekt, komt men aan meer dan drie flessen. Een niveau van alcoholconsumptie dat ernstige gevolgen voor de gezondheid kan hebben, waarschuwt de organisatie van de Verenigde Naties.

Ook zwaar episodisch drinken is een probleem, zegt het rapport. Niet minder dan 30,4 procent zegt bij één enkele gelegenheid in de laatste dertig dagen meer dan 60g pure alcohol te hebben ingenomen, wat staat voor vijf drankjes bij één gelegenheid. Dat patroon is vooral bij mannen te vinden, alsmede in de Baltische landen, Tsjechië en Luxemburg.

Nog volgens het rapport sterven in delen van het onderzochte gebied dagelijks tot 800 mensen tengevolge van door alcohol gesticht kwaad. Van alle alcoholgerelateerde sterfgevallen in de EU+ is 76,4 procent te wijten aan niet overdraagbare ziektes zoals levercirrose, kanker en cardiovasculaire aandoeningen. Zowat 18 procent heeft te maken met verwondingen die aan alcoholgebruik zijn toe te schrijven, zoals gewond raken bij verkeersongevallen, zelfdodingen en moorden.

De WHO berekende trouwens dat alcohol verantwoordelijk is voor 5,5 procent van alle sterfgevallen in het onderzochte gebied. Bij jonge volwassenen komt 1 op 4 om omwille van het gif.

Veel leed is te voorkomen door preventieve acties van de overheden, is ook de teneur van het rapport.

Elke dag bijna 15 doden door alcohol, veel jongeren slachtoffer.

In Nederland sterven dagelijks gemiddeld bijna vijftien mensen aan de gevolgen van alcohol. Relatief veel jongeren zijn het slachtoffer.

De alcoholconsumptie daalde lange tijd, maar die trend is tot stilstand gekomen. Dat schrijft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in een nieuw rapport. Het gaat om Europese cijfers uit het jaar 2016. De gemiddelde Europeaan (van 15 jaar en ouder) dronk in dat jaar omgerekend drie flessen wijn per week.

Verkeersslachtoffers

In Nederland is 3,6 procent van de sterfgevallen te wijten aan alcohol, direct of indirect (ook verkeersslachtoffers worden meegerekend die door dronken bestuurders worden doodgereden). Europees gezien gaat het om 5,5 procent van alle sterfgevallen. De meeste zijn te voorkomen, stelt het rapport

“Als je al die cijfers ziet, denk je: potverdorie, komt het zo vaak voor?” Dat zegt Wim van Dalen, directeur van het Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid. Hij zegt dat de sterfgevallen voornamelijk het gevolg zijn van in korte tijd heel veel drinken. “Verkeersongelukken en comazuipen zijn veelvoorkomend.” Lees ook:Eerste dronkenschap werd Max fataal: ‘In plaats van zijn sweet sixteen, planden we een uitvaart’

Vooral jongeren zijn het slachtoffer. Eén op de vijf sterfgevallen onder tieners, en één op de vier sterfgevallen onder jongvolwassenen (20-24 jaar), wordt veroorzaakt door alcohol. 

Ouders veranderen

“Dit is dus wat ik al jaren roep”, stelt kinderarts Nico van der Lely, die het drinkgedrag van jongeren ‘gestoord’ noemt. Hoewel Van der Lely vindt dat de risico’s van alcohol nog steeds fors worden onderschat, ziet hij een positieve verandering. “De attitude bij ouders wijzigt. Het is een minderheid van ouders die het wel goed vinden dat hun kinderen drinken.”

Max kwam om het leven nadat hij dronken was gevoerd in jeugdsoos

0:00/0:00Jeugdvereniging ’t Waeske in Guttecoven (Limburg) is verantwoordelijk voor de dronkenschap van Max (15) die mogelijk tot zijn dood heeft geleid.

Het rapport dringt er bij overheden op aan om het alcoholbeleid scherper te maken. “Het alcoholgebruik is in veel Europese landen gedaald, maar die daling is tot stilstand gekomen”, zegt Zsuzsanna Jakab van de WHO. “We moeten dus meer doen om de strijd voort te zetten.”

Het rapport wijst op de mogelijkheid om de prijs van drank te verhogen, om alcoholhoudende dranken minder makkelijk beschikbaar te maken en de reclame ervoor te verbieden.

Bron:RTL Nieuws

Wie iets wil doen aan verdrinking van volwassenen, moet vooral mannen waarschuwen voor alcohol.

In 2018 verdronken 112 inwoners van Nederland, 27 meer dan in 2017. Deze toename is alleen bij personen vanaf 20 jaar. Bij jongeren tot 20 jaar blijft het aantal verdrinkingen de laatste jaren op hetzelfde niveau van gemiddeld 14 per jaar. Naast 112 inwoners van Nederland verdronken nog 26 niet-ingezetenen. Dat meldt het CBS.

En toch, zegt Guido Reijnen, forensisch arts bij de Amsterdamse GGD, hebben veel van die incidenten een gemene deler. Tachtig procent van de verdrinkingsslachtoffers is man – zo ook de slachtoffers deze maand.

En bij ongeveer veertig procent van de ongelukken was alcohol of drugs in het spel. Daarom moet preventie zich meer gaan richten op mannen, vindt Reijnen. En hun gebruik.

Reijnen baseert zich op onderzoek naar verdrinkingsdoden in de regio Amsterdam. Gegevens voor heel Nederland zijn er niet. “Als iemand in het water is overleden, verschilt het per regio of de forensisch arts kijkt naar alcohol. In Amsterdam wordt dat standaard gedaan. We hebben daarom alleen goede gegevens uit de hoofdstad.”

Risico’s

In de binnenstad van Amsterdam heeft 55 procent van de slachtoffers gedronken of drugs gebruikt. Dat is aan de hoge kant omdat het ook om de grachten gaat waar veel mensen uitgaan. In de hele regio gaat het om 40 procent. Dat laatste cijfer is volgens Reijnen te vertalen naar ander stedelijk gebied en ook naar het buitengebied. Reijnen promoveert op verdrinkingsslachtoffers en ziet deze percentages ook terug in internationale literatuur.

Mannen nemen toch al vaker risico’s en als ze iets op hebben, onderschatten ze gevaarlijke situaties nog meer. Ze zwemmen gevaarlijke rivieren over of ze springen van een hoge kant het water in. Reijnen: “Rivieren met sterkere stromingen zijn niet geschikt om in te zwemmen. Nuchter zul je niet zo snel te water gaan, maar als het leven er rooskleuriger uitziet, neem je het risico sneller.”

Aan de oppervlakte zie je het gevaar ook niet altijd. “Het water aan de kant van rivieren kan relatief rustig zijn, maar verderop ontstaat onderstroming. Dat geldt ook voor rivieren met zware scheepvaart. Schepen geven golfslag en een sterke zuiging.”

Het aantal verdrinkingsdoden is sinds 1950 enorm gedaald. Vooral onder kinderen vallen minder slachtoffers. Toch is sinds 2010 de dalende lijn gestagneerd en sterven er jaarlijks ongeveer tachtig mensen in het water door een ongeluk.

Jonge mannen

Om dat cijfer verder terug te dringen moeten jonge mannen beter geïnformeerd worden, vindt Reijnen. “Het heeft niet zo veel zin om preventie te richten op jonge vrouwen, want – dat klinkt misschien raar – die verdrinken zelden.” Engeland had in 2016 een campagne tegen verdrinking zoals Reijnen graag in Nederland zou zien. Met de hashtag #DontDrinkandDrown richtte de Britse reddingsmaatschappij zich op studenten, met name jonge mannen.

Het gevaar van recreatie aan de waterkant of op een bootje moet ook niet onderschat worden, zegt Reijnen. Een drankje hoort er voor veel mensen bij, maar als ze in het water vallen kunnen ze zich minder goed redden. Reijnen: “Als je in veilig zwemwater zit, vallen de risico’s mee. Maar rivieren zijn vaak niet veilig.”

Bron: Trouw

Alcoholisten zijn geen losers.

Jarenlang werd hun leven beheerst door de zucht naar drank. Met alle gevolgen van dien. Met behulp van Anonieme Alcoholisten (AA) kwamen ze van hun drankverslaving af. ,,AA is onze redding geweest”, geven Cees en Wim onomwonden te kennen. Hoewel ze al geruime tijd niet meer naar de fles grijpen, voelen Wim en Cees zich verplicht om drankverslaafden te helpen. ,,Wij weten hoe het voelt en hoe moeilijk het kan zijn als alcoholgebruik je leven beheerst of dreigt te beheersen. Onze ervaringen delen we graag.”

ÉÉN VOORWAARDE

En dus schuiven ze wekelijks aan bij een AA-bijeenkomst, op een vaste locatie ergens in Leusden. Op deze avonden vinden lotgenoten steun bij elkaar door verhalen en ervaringen uit te wisselen. ,,Maar niks moet”, benadrukt Wim. ,,Alles is op basis van vrijwilligheid.” De enige voorwaarde die gesteld wordt, is dat de deelnemer nuchter moet zijn.

OVERWINNING

,,Wie komt heeft al een overwinning op zichzelf geboekt”, stelt Cees. ,,Ik weet uit ervaring dat de drempel hoog is. Afkicken is een lastig proces.” Wim: ,,Het betekent afstand doen van je beste vriend. Maar bij AA steunen we elkaar door dik en dun en alles blijft binnenskamers.” Cees: ,,Door elkaar hoop en kracht te geven proberen we ons gemeenschappelijk probleem op te lossen. Iedereen kampt met dezelfde gevoelens.

KNOP OMZETTEN

Het hulpprogramma van AA kent twaalf stappen. De belangrijkste stap: spreek uit dat je alcoholist bent. Wim: ,,Je moet jezelf niet voor de gek houden. Pas als je erkent dat je alcoholist bent kun je je verslaving terugdringen. Een verslaafde achter zijn vodden zitten heeft geen zin. Alleen de verslaafde zelf kan de knop omzetten.” Beiden geven ruiterlijk toe dat het een worsteling is geweest. ,,Maar uiteindelijk is het ons gelukt.

BESTE VRIEND

Ze dronken dagelijks. Wim: Bij thuiskomst van mijn werk of uit de kroeg liep ik linea recta door naar de koelkast om een flesje bier te pakken. Alcohol was jarenlang mijn beste vriend.” Dat gold evenzeer voor Cees. Hij was verslaafd aan de whisky. Het eerst glas had hij dikwijls al in de vroege ochtenduren te pakken. Dat ging vanzelf. Verder dronk hij graag likeurtjes. ,,Lekker voor na het eten. Nee, nooit eentje. Het waren er altijd meer dan één.

SLUIPMOORDENAAR

Wim vervolgt: ,,Een alcoholist kent geen maat. Alcoholisme is een sluipmoordenaar. Het is een ziekte waarbij je de realiteit uit het oog verliest. Ik ontwikkelde een onredelijk gedrag tegen mijn vrouw, tegen mijn kinderen, tegen wie dan ook. Ik werd een solist, plaatste me zelf buiten het gezin. Alles stond in het teken van de drank. Als mijn zoon nieuwe schoenen nodig had, vond ik dat grote onzin. Als ik door mijn vrouw gesommeerd werd naar huis te komen voor het avondeten, wanneer ik weer eens in de kroeg was blijven plakken, gaf ik daar geen gehoor aan. Ik had lak aan mijn omgeving. De drank had mij in de greep. Ik was de controle volledig kwijt.

EGOÏSTISCH

Cees knikt instemmend: ,,Je creëert je eigen eiland. Oog voor anderen heb je niet of nauwelijks. Dat je met je egoïstische gedrag veel leed veroorzaakt bij je naasten ontgaat je volledig. Je hebt het gewoon niet door.” Wim: ,,Leven met een alcoholist in huis is geen pretje. Vraag het mijn vrouw, vraag het mijn kinderen. Ze hebben mij vergeven, maar wat ik hen heb aangedaan zijn ze niet vergeten. Vanaf het moment dat ik serieus werk ging maken van mijn drankverslaving hebben we een dikke streep door het verleden gezet en zijn we ons op de toekomst gaan richten. Een nieuwe start.” Kort daarop: ,,Maar ik heb me wel moeten terugvechten in het gezin.

INKEER

Het moment van inkeer herinnert hij zich nog als de dag van gisteren. ,,Ik kwam thuis, liep naar de keuken om een flesje bier uit de koelkast te pakken en zag tot mijn grote ontsteltenis dat er nog slechts één biertje was. Ik ontplofte, was ziedend. In het bijzijn van mijn kinderen gooide ik demonstratief het laatste flesje bier leeg in de gootsteen. Ik kon er niet over uit dat de voorraad niet was aangevuld.” Vervolgt: ,,Na mijn woede-uitbarsting beet mijn zoon mij toe dat ik zijn vader niet meer was. Dat kwam aan als een mokerslag. Ik was er kapot van. Mijn vrouw, ook bij haar was een grens bereikt, maande mij om onmiddellijk hulp te zoeken bij AA. Ik moest en zou bellen. Aanvankelijk zei ik dat ik het de volgende dag zou doen, maar mijn vrouw bleef aandringen. Gelukkig maar.

APETROTS

Hij staat op, zet enkele stapjes in de woonkamer en zegt: ,,Met lood in de schoenen schuifelde ik aarzelend en bang naar de telefoon. Want ik wist: als ik de hulplijn van AA bel, ga ik mijn beste vriend, de drank, vaarwel zeggen.” Dat is inmiddels 35 jaar geleden. Wim merkt verheugd op: ,,Tot op de dag van vandaag ben ik van de drank afgebleven. Mijn zoon is apetrots op me.” Nee, in de kroeg komt hij niet meer. ,,Je moet het noodlot niet tarten. Straks met carnaval laat ik de bier-standjes links liggen. Ik mag dan al geruime tijd nuchter zijn, de verleiding ligt altijd op de loer. En ik weet: één biertje is teveel, tien te weinig.

ECHTSCHEIDING

Bij Cees was een dreigende echtscheiding het omslagpunt. ,,Mijn vrouw schoof op een gegeven moment het trouwboekje onder mijn neus en zei op dwingende toon: als je nu geen hulp gaat zoeken, ga ik bij je weg. Toen krabde ik mezelf wel even achter m’n oren.” Het dreigement miste zijn uitwerking niet. Cees meldde zich vlot na het voorval aan bij AA. Dat is nu twintig jaar geleden. En net als Wim, die hij bij AA heeft leren kennen en waaruit een vriendschap is ontstaan, is Cees van zijn drankverslaving af. De whisky laat hem koud. Zo ook de likeuren waar hij voorheen als een blok voor viel. ,,Drank doet me niets meer. Ik houd het tegenwoordig bij fris.” Zowel Cees als Wim zegt stellig dat deelname aan AA hun redding is geweest. Cees: ,,Door het hulpprogramma van AA te volgen hebben we ons leven weer op de rit gekregen.” Wim ten slotte expliciet, terwijl hij voor de tweede keer koffie inschenkt: ,,Alcoholisten zijn geen losers.”

(Op verzoek van de geïnterviewden zijn de namen Wim en Cees gefingeerd)

Wij gooien bij Kees van der Staaij wat MDMA in de karnemelk

13 juli 2019

Als het aan minister Grapperhaus van Justitie ligt, komen er minder festivals. Hiermee wil de bewindsman een dijk optrekken tegen drugs­criminaliteit. Zal hij, om de barre tocht van vluchtelingen over zeeën tegen te gaan, binnenkort ook pleiten voor minder oceanen? Grapperhaus klinkt mij trouwens wel in de oren als een vierdaags dancefestival op de Veluwe, waar je heel hard kunt gaan op Duitse techno.

Grapperhaus richt zich op partydrugs, niet op alcohol. Nu begrijp ik best dat je om te overleven op het ministerie van Justitie – de Bermudadriehoek van het Binnenhof – af en toe een flinke neut nodig hebt, maar inmiddels is toch wel volstrekt duidelijk dat alcohol en niet xtc de grote killer is onder de genotsmiddelen? Misschien moeten we Grapperhaus eens de geneugten van een pilletje laten ervaren. En niet alleen hem, nee: heel politiek Den Haag.

Wij gooien bij Kees van der Staaij wat MDMA in de karnemelk, zetten hem op een boot tijdens de Gay Pride en binnen een uur aanschouwen wij hoe Kees de Nashville-verklaring dansend aan stukken scheurt. We sturen Thierry Baudet met een kwartje in zijn donder naar het Kwaku Festival. Moet je eens opletten hoe vlug hij zich omdoopt tot Cherry Bouquet, terwijl hij ergens in een hoekje de rijkdom en vreugde van de homeopathische verdunning ervaart.

En niet alleen buitenshuis, nee ook in de Tweede Kamer zelf zien wij taferelen die we voor onmogelijk hadden gehouden. Parlementair dancefestival Kamervragen barst los. Kuzu en Öztürk vallen op slag in katzwijm bij het idee van een vrije, democratische rechtstaat en vliegen hun mede Turks-Nederlandse parlementariërs snikkend in de armen, in plaats van ze kapot te shamen. Weg zijn de voorgekookte moties, de screenshots op Twitter, bedoeld om te scoren in de wekelijkse hijgpeiling. Geert Wilders danst de tango met Khadija Arib. Jesse Klaver biedt kritische fractiegenoten een veilig onderkomen. De enige die onveranderd oogt, is Mark Rutte, wiens lichaam zelf al voldoende MDMA aanmaakt.

Waar komt eigenlijk die krampachtige afkeer van MDMA en xtc vandaan? Als ik de verhalen hoor over babyboomers, die vroeger de meest psychedelische middelen tot zich namen, en zie hoe veel flessen chablis en merlot er bij die generatie – onder het mom van gezelligheid – doorheen worden gejast, steken wij daar bleek bij af. Een stel brave neuroten, dat zijn we. Naast onze frequente inname van 0.0 procentbier (“Voel me zó chill zonder alcohol, shit is helderder”) verlangen we kennelijk slechts naar een goedje dat onze geluksreserves in één keer vlammend vrijgeeft. Zo verbruiken we ons eigen geluk, als geleend overschot in verdunde tijd, alvorens we langs de dinsdagdip weer in het ravijn storten van de realiteit, vol flexbanen, onbetaalbare huizen en Insta-killerbody-hashtag-#dankbaar-schone schijn.

Is dat escapisme? Ja. Is het erger dan al dat gezuip? Nee. We zijn niet de Pablo Escobars van de lage landen. Blijf dus van onze festivals af. Heel goed dat Grapperhaus de drugscriminaliteit wil aanpakken, maar misschien is het fatsoenlijk reguleren van partydrugs een beter begin.

bron: Johan Frets (het Parool)

Alcohol en tabak schadelijker dan meeste drugs

Uit een onderzoek van the Global Commission on Drug Policy is gebleken dat illegale middelen zoals ecstasy en cocaïne, minder schadelijke gevolgen kunnen hebben dan tabak en alcohol.

Gevaren van drugs

Een studie uit 2010 laat de gevaren van alle drugs zien, voor zowel degenen die het gebruiken, als voor de samenleving in het algemeen. Hier staat alcohol bovenaan de lijst als meest schadelijke ‘drug’, gevolgd door heroïne en crack-cocaïne. In hetzelfde onderzoek staat tabak ook hoger op de lijst dan ketamine en mephedrone, hoewel dit niet blijkt uit de strafrechtelijke wettelijke maatregelen rond deze drugs. Een ander goed voorbeeld hiervan zijn LSD en ecstasy, deze drugs scoren als minst schadelijke drugs in het rapport, maar worden wereldwijd het strengst gereguleerd als klasse A drugs.

Lagaliseren en verbieden

Om hier verandering in te brengen, wil the Global Commission on Drug Policy dat overheden stappen ondernemen en nogmaals goed kijken naar het legaliseren en verbieden van bepaalde drugs en stoffen én daarnaast het classificatiesysteem voor drugs heroverwegen.

bron:www.partyscene.nl

De detoxcoach schudt ons wakker: ‘Saai? Een leven zonder alcohol is sexy!’

Ze dronk twintig glazen per week, maar stopte toen haar man een hartaanval kreeg. Met haar boek Ontwijnen wil Jacqueline van Lieshout (44) u overtuigen van de voordelen en zelfs het plezier van een alcoholvrij bestaan. ‘Terugkijkend zullen we zeggen: wat voor een debielen waren wij toen eigenlijk.

Overredingskracht is niet nodig om de Nederlandse detox- en ontwijnencoach Jacqueline van Lieshout aan het praten te krijgen. Ik sta nog met jas aan in de gang van haar appartement en ik weet al dat er een geurkaars brandt in de keuken, dat ze geen buiten heeft en dat mensen daar altijd over beginnen vanwege haar dochter van zeven – “Altijd dat gezeik over een tuin.”

Haar manier van doen is opvallend energiek en direct. Ook over het alcoholgebruik van de gemiddelde gelegenheidsdrinker en dat van zichzelf is ze rad van tong. We komen meteen op het onderwerp dat Van Lieshout sinds drie jaar in de greep heeft, zowel privé als in haar werk, doordat ze thee aanbiedt. Ze is een gepassioneerde theedrinker, nu ze geen druppel alcohol meer aanraakt.

“De eeuwige vraag aan de geheelonthouder is: ‘Wat moet je dan drinken?’”, zegt ze. “Op YouTube hou ik hele lezingen over vervanging: 0.0-bier, alcoholvrije wijn die best lekker is, kunstige mocktails. Ik ben blij met die evolutie, maar vooral in het begin moet je voorzichtig zijn met vervanging, want je grijpt razendsnel weer naar het echte werk. Of je nu gewend was wekelijks een paar keer langdurig te borrelen, te bingen in het weekend of elke avond met je partner drie dikke bokalen wijn te nemen bij het eten.”

Ja maar, wat moet je dán drinken?

Jacqueline van Lieshout: “Je moet vooral niet meteen naar het café willen, want die vervangers, dat werkt niet. Het kan er nog zo echt uitzien, dat alcoholvrije rode wijntje in een mooi glas, maar je staat erbij met een cassis, als een idioot. Mensen die gestopt zijn met roken gaan toch ook niet buiten staan met een chocoladesigaret? Ik zeg altijd tegen de deelnemers aan mijn ontwijnenprogramma: maak jezelf de eerste paar weken niet gek door al die drankgerelateerde activiteiten voort te zetten.

“‘Ja maar’, sputteren met name vrouwen dan tegen, ‘ik kan het niet maken tegenover mijn vriendinnen.’ Dat krijg ik bijna dagelijks te horen. Ik snap hoe lastig het is, want drinkers willen dat jij ook door blijft drinken, vanuit de ingebeitelde maatschappelijke overtuiging dat een volwassen leven zonder drank ongezellig is. Vriendinnen van mij hebben een keer letterlijk gezegd dat ik niet mee mocht op een weekendje weg, omdat ik niet meer dronk.”

Van Lieshout dronk vroeger veel: twintig glazen per week was normaal. Uit eten met vrienden was eigenlijk uit drinken. Op haar veertigste eindigde ze na een liederlijke avond nog regelmatig op café om keihard Barbra Streisand te zingen met haar oude drinkmaatjes, een traditie die ontstaan was toen ze 18 waren. Thuis maakte ze er om de haverklap een dolle boel van met Bob, haar man. Dinsdagavond lag bijvoorbeeld altijd vast: als dochter in bed lag, kwamen de chique kristallen glazen en de kwaliteitswijn op tafel. Als Bob maar twee flessen had gehaald, vond ze dat heel irritant: waarom geen drie?

Dit wil niet zeggen dat Van Lieshout ontspoord was. Ze functioneerde prima. Na een studie economie, een aantal baantjes en de nodige bijscholing begon ze in 2004 een opleidingsinstituut voor massagetherapie, vanwaaruit ze zich ontwikkelde tot detoxcoach; dat ging dan vooral over eten. Ze schreef er twee goed verkopende boeken over: Het relaxdieet en In 28 dagen van gifbelt naar tempel. Tijdens die 28 dagen mochten de cursisten niet drinken. De coach wel, maar dat was geen onderwerp.

Alles veranderde toen Bob drie jaar geleden een hartaanval kreeg. Hij overleefde het, en een paar weken na het voorval gingen Van Lieshout en hij samen een weekendje weg om te vieren dat hij er nog was en het herstel voorspoedig verliep. Daar moest drank bij natuurlijk, en niet te weinig. De volgende ochtend voelde Bob zich zo ziek dat ze in paniek een lokale huisarts bezochten. Deze jonge vrouw hoorde hen hoofdschuddend aan en zei: “Waar zijn jullie mee bezig?”

Voor Van Lieshout was daarmee een grens bereikt. Ze stopte acuut met drinken – niet makkelijk, want haar sociale leven werd bij elkaar gehouden door alcohol. Al snel begon ze alles wat los en vast zat te lezen over het gevaar van alcohol voor de fysieke en geestelijke gezondheid. Ze ging in gesprek met artsen, die veel weten over de link tussen alcohol en allerlei ziektes, en verdiepte zich in verslaving en de verslavingszorg. Waarom dronk zij? Waarom drinken acht van de tien volwassenen en zijn maar weinigen zich bewust van de effecten van alcohol?

Als je op een zonnige dag door de stad fietst, zitten vanaf vier uur ’s middags de terrassen vol mensen die aperitieven alsof het hun laatste dag is. Weten we te weinig over de gezondheidsrisico’s van alcohol?

“Mensen willen er niet echt van weten, nee. In Nederland hebben we al een beleidsprobleem, om te beginnen. Psychiater René Kahn, die in zijn boek Op je gezondheid? haarfijn en onomwonden uitlegt hoe verschrikkelijk slecht het is, heeft tien jaar zonder resultaat gevochten bij de Gezondheidsraad om alcohol als volksgezondheidsprobleem hoger op de agenda te krijgen.

“Ik zat vorig jaar bij een vergadering van de Alcoholalliantie, een groep van elf organisaties uit de gezondheidszorg die meepraten over het Nationaal Preventieakkoord, waar de alcoholindustrie ook gewoon mag aanschuiven. Iemand zei dat excessief drinken een mannenprobleem is. Dan word ik helemaal gek. Maar ja, het ligt allemaal zo gevoelig.”

Hoe komt dat?

“Het probleem wordt als een strandbal onder water gehouden, omdat iedereen zelf te verzot is op drank: journalisten, beleidsmakers, politici, en artsen niet te vergeten.

“Ik dronk vroeger ook vijf chardonnaytjes als ik bij de kapper zat, ik ging achteruit de deur uit. Bij elke boekpresentatie in een boekhandel wordt lekker doorgeschonken. Het is hier zo normaal om te drinken, terwijl wetenschappelijk definitief vaststaat dat de enige gezonde hoeveelheid nul is. Zelfs het verhaal over ‘één glaasje is goed voor je’ is naar het land der wishful thinking verwezen.

“Alcohol is een supergiftig middel dat verband houdt met kanker op alle plekken waar het langs glijdt: van mond tot darm. En het verhoogt de kans op borstkanker. Als het nu pas zou worden uitgevonden, zou er direct een verbod op komen.”

U bent actief op sociale media met uw kruistocht. Krijgt u weleens negatieve reacties?

“Je houdt niet voor mogelijk wat ik naar mijn hoofd geslingerd kreeg toen ik de cover van het boek op Facebook zette: ‘Wanneer sluiten ze dit wijf op?’, ‘Mein Kampf is verboden, maar dit mag wel?!’, ‘Krijg je een touw bij dit kutboek?’ De hele dag ging het zo door, mensen waren hysterisch. Ik raak een maatschappelijk pijnpunt aan, want drank is de nationale knuffelbeer voor grote mensen. Dat sterkt me in mijn ambitie om het bewustzijn te vergroten.

“Ik ga niet met een spandoek voor wijnwinkels staan, maar ik wil wel graag kennis verspreiden zodat mensen weten met welke kracht ze te maken hebben. Drank is een heerlijke verdoving in een overvol leven, dat weet ik maar al te goed.

“Gelukkig bewegen we ook een andere kant op. In New York en Londen stikt het van de soberista’s en alcoholvrije bars. Er gebeurt wel wat, ook hier, maar de revolutie gaat traag. Net als destijds bij roken. Al in de jaren 30 was bekend hoe ongezond het was en in de jaren 80 bliezen we nog steeds de woonkamer blauw in het bijzijn van baby’s.”

Hoe werd er gedronken in uw omgeving toen u opgroeide?

“Heel matig. Er was wel veel stress in huis, onder druk van de extreme prestatiedrang van mijn vader. Alleen de vrijdagmiddagen waren een moment van ontspanning, en die middagen herinner ik me als heel fijn. Dan kwamen zijn collega’s langs, zette mijn moeder kaas en worst op tafel en werd er gedronken, maar niet excessief.

“Ik heb mijn ouders nooit dronken gezien. In de zomer hadden we soms een barbecue, met mijn vader vrolijk aan de rode wijn. Dat was ook gezellig. Verder was ik doods- en doodsbang voor hem. Als mijn moeder naar de wc ging, zat ik met hartkloppingen op de bank.”

Mishandelde hij u?

“Niet fysiek, maar toen ik zeven was, zei hij tegen me: ‘Als jij maar bang blijft’. Ik was een boksbal voor zijn onmacht en zijn behoefte aan controle, wat vaak ontbrak: een gespannen huwelijk, mijn broer was een gehandicapt kind, dingen op mijn vaders werk liepen niet altijd naar zijn wil, mijn oudste broer stopte met studeren terwijl hij zelf geen opleiding had kunnen afmaken door geldgebrek. En ik was het kind dat het meest op hem leek. Ik moest zijn robotje zijn.

“Hij kon het niet aan dat ik opgroeide. De eerste keer dat ik blauwe mascara op had – dat hadden we in 1989 – heeft hij met afwasmiddel mijn gezicht geschrobd. In zijn tirades barstte hij soms in tranen uit. ‘Weet je wel wat je mij aandoet?!’, riep hij dan.

“Ik heb hem een keer mee naar Londen genomen – ik was 25, hij 65. We zaten het hele weekend lam in een pub. Ik dacht: ik ga net zo lang door met praten en vragen tot ik je huilend voor me heb. Dat hielp. Uiteindelijk was ik in 2017 de laatste die hem zag voordat hij doodging. Heel liefdevol. Ik was toen een jaar alcoholvrij. Iedereen om me heen zei: ‘Nu je vader dood is, mag je toch wel weer een keer drinken?’”Deed u het?

“Nee, ik wilde de rouw voelen, niet verdoven. Ik was eindelijk zover dat ik onder ogen zag wat een gigantische hoeveelheden ik heb weggedronken, en belangrijker: wat ik daarmee wegdronk aan gevoelens, herinneringen en onzekerheden. Ik leef nu in high definition. Heerlijk. Als ik dat ter sprake breng bij mensen, zeggen ze vaak: ‘Ja, maar jij dronk ook echt heel veel, hè.’ Terwijl ik ze zelf hun derde glas wijn zie inschenken.”

De ‘grage grijze gebiedsdrinkers’, zoals u ze noemt in uw boek.

“Ook wel: the high-functioning alcoholic. Alles op een rijtje hebben – baan, huis, kinderen, vriendenkring – maar kennelijk moet er wel het een en ander worden weggespoeld. Ook interessant is dat dezelfde mensen die zeggen dat ik ‘wel heel veel dronk’ van me willen horen dat ik geen alcoholist was, want ze zijn als de dood voor die spiegel. Door te stoppen kom ik indirect aan hun teddybeer.”

Noemt u uzelf een alcoholist?

“Nee.”

Waarom niet?

“Ik voldeed aan de wetenschappelijke kenmerken, maar het maatschappelijke beeld van een alcoholist past niet bij wie ik was. Ik ben het ook niet eens met de term op zich. Er bestaat terecht niet zoiets als een nicotinist of een cocaïnist. Het woord alcoholist wijst naar de persoon en haalt zo de aandacht af van het middel. Daardoor kun je als alcoholgebruiker zeggen: ‘Die dakloze man voor de supermarkt, bedelend om een euro voor een blik Cara Pils, dát is een alcoholist. Wij zijn gewoon gezellige sociale drinkers.’”

En we gaan daarmee onterecht vrijuit?

“Ja, en het middel ook. Daarom moet je je in onze wereld in een heleboel kringen verantwoorden als je níét drinkt. Zwangerschap, een antibioticakuur of autorijden worden geaccepteerd. (schenkt thee bij)

“Ik weet nog dat ik na veertien weken sober mijn eerste blog schreef, huilend omdat ik een verborgen gedeelte van mezelf publiek maakte. Mind you, ik had mezelf uitgeroepen tot detoxcoach, maar dronk op vrijdagavond tien glazen wijn. Wie hou je dan voor de gek? Volslagen onnozel. Tijdens die eerste veertien weken ging ik merken dat niemand erover praat. Hoe anders is dat als je stopt met roken? Dan hangt iedereen de vlag voor je uit.”

Wanneer kwam het moment dat u het ontwijnen ging promoten?

“In mijn eerste alcoholvrije jaar was ik alleen maar met mezelf bezig. Je moet tegen zo veel dingen vechten: je verslaving, je omgeving die het niet kan uitstaan, de letterlijke buitenwereld, want de drankindustrie zit overal in. En dan het gevecht tegen die onbewuste overtuiging: zonder drank is mijn leven minder waard. Dat is lastig om in je eentje te doorstaan. Maar ja, dacht ik na een jaar, we hebben alleen maar – en dan bedoel ik ‘alleen maar’ niet lullig – de klassieke verslavingszorg als het om alcohol gaat, met het imago van de kneus voor de supermarkt of de huisvrouw die om elf uur ’s morgens aan de wodka zit. Daar associeert het gros van de ‘grage grijze gebiedsdrinkers’ zich niet mee, ook al horen ze er thuis.

“‘Als je testjes doet van organisaties die zich bezighouden met verslaving, dan is iedereen alcoholist’, hoor je vaak mensen roepen. ‘Hahaha, schenk maar bij.’ Ik besloot een boek en een programma te maken met de luchtigheid van mijn detoxboeken, in de hoop die grote groep wel te bereiken. Ik zet het zo neer: voorlopig niet drinken voor onbepaalde tijd. Zo bekijk ik het zelf ook nog steeds. Nooit is te groot en doodeng, dat kunnen mensen helemaal niet bevatten.”

One day at a time.

“Prachtig streven van de AA. Anders wordt het onoverzichtelijk.”

Hebt u vrienden verloren in het proces?

“Mijn vriendschappen zijn veranderd. Ik had me natuurlijk gedurende 25 jaar omringd met mensen die ook veel drinken. Die deden soms raar als ze hier kwamen. Nog steeds wel. Heel nadrukkelijk om thee vragen, en zo. Hoeft van mij niet, ik schenk je graag in, maar schijnbaar is er ongemak bij mijn gemak. Drinkers vinden het lastig dat ik me fantastisch voel, twintig kilo kwijt ben, goed slaap en mentaal tachtig keer sterker ben. Op een sporadische verjaardag waar ik nog voor word uitgenodigd, zie ik dat vriendinnen zich na glas twee van me weg gaan bewegen. Dat herken ik wel, ik had ook een bloedhekel aan Spa-drinkers en nippers.

“Ik trek nu meer naar mensen toe die niet of weinig drinken, en ik doe andere dingen. Naar de bioscoop, wandelen. Drinken kost ontzettend veel tijd, geld en energie, daar heb je ineens zeeën van over. Tegen de deelnemers zeg ik altijd: ga je tijd anders indelen. Ik ben zelf aan zo veel niet toegekomen toen ik nog dronk, aan zo veel gevoelens ook niet. Ik kon bijvoorbeeld nooit boos zijn, maar toen ik drie maanden nuchter was, kwam er ineens een woede over me, zo hevig dat ik in de supermarkt stond en dacht: ik hoop dat iemand een pot doperwten op mijn voet laat vallen, dan heb ik een reden om uit te vallen.”

Hopelijk ging dat ook weer weg.

“Ja, natuurlijk. De problemen die ik weg probeerde te drinken werden opgelost toen ik niet meer dronk. En die problemen hoeven geen heftige jeugd te zijn, hoor. De gangbare stress van een drukke werkweek, een vervelende collega, een afwezige partner of je vier kinderen is reden genoeg.

“Over een paar jaar gaan de vrouwen van mijn generatie zich melden voor hun eerste mammografie. Reken maar dat er bij bosjes borstkanker gevonden wordt, en na een hopelijk succesvolle behandeling zullen veel van hen weer vrolijk aan de wijn gaan. Ook omdat nog veel artsen de link tussen drinken en kanker niet genoeg op de radar hebben – of willen hebben – en het dus ook niet overbrengen.”

Van Lieshout wijst naar buiten, in de richting van de middelbare school aan de overkant van haar straat. “Wat voor voorbeeld geven we onze kinderen? Ze groeien op met het idee van: yes, als ik achttien ben mag ik eindelijk zuipen. Tuurlijk, drank is een heerlijk smeermiddel tijdens de periode waarin je ingewikkelde sociale interacties met andere mensen onder de knie moet krijgen, je voor het eerst seks hebt en extreem gevoelig bent voor groepsdruk. Het trekt je door je jongvolwassenheid heen, maar het zou veel beter zijn om die periode droog mee te maken, voor later als je groot bent.

“Over vijftig jaar gaan we terugkijken op de debiliteit van nu. De Breezers, shotjes, Zon, Zuipen, Ziekenhuis, Jip en Janneke-kinderchampagne. Doe toch normaal. Wake up, people. Alcohol is een zwaar beschadigende, intens verslavende harddrug. Als we als tiener zouden opgroeien zonder drank, dan zouden we als volwassene geen probleem hebben.”

En gewoon af en toe drinken?

“Bijna niemand kan dat, omdat het zo verslavend is. Maar we zouden er al wat mee opschieten als we vrijelijk kunnen zeggen dat we het niet voor elkaar krijgen, een glas per week. Zonder weggezet te worden als slappeling door mensen die het zelf ook niet kunnen. Ik ga heus niet verkondigen dat niemand ooit meer een glas drank mag aanraken, maar laten we er wel eerlijker en openhartiger over praten. Mijn doel is vooral te laten zien dat een alcoholvrij leven sexy is, en niet saai. Er is gezellig licht aan het einde van de alcoholtunnel.”

Mist u het?

“Niet meer, maar dat heeft een tijd geduurd. Het is net liefdesverdriet. Zo’n eerste glas van een lekkere wijn, ja, dat is fijn. En toch word ik gelukkiger van thee. De fun zit in het leven zelf, niet in de fles.”

Zorgen over doelen alcoholconsumptie

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) pleitte een half jaar geleden nog voor aanscherping van de regels rond alcoholreclame, maar nu adviseren wetenschappers een wereldwijd verbod. Hun onderzoek, dinsdag gepubliceerd in The Lancet, wijst uit dat de consumptie van drank de komende tien jaar verder zal oplopen. Rond 2030 zal de helft van de volwassen bevolking alcohol drinken, alle pogingen van overheden en gezondheidsorganisaties om het verbruik juist terug te dringen ten spijt. Daarmee zal ook het streven van de WHO om in 2025 het schadelijk drankgebruik met 10% te verminderen, niet worden gehaald. Voor de studie werd de alcoholconsumptie in 189 landen bekeken over de periode 1990-2017. In die 27 jaar is de gemiddelde consumptie per hoofd van de volwassen bevolking gestegen van 5,9 naar 6,5 liter. De voorspelling is dat dat in 2030 7,6 liter zal zijn. Dit komt door een grotere inname van alcohol, maar is ook te wijten aan de bevolkingsgroei. In Europa wordt minder gedronken, maar in China, India en Vietnam juist meer. Om de consumptie te verminderen zullen overheden meer doeltreffende maatregelen moeten nemen, stellen de onderzoekers.

Bron:/www.slijtersvakblad.nl

Wereldwijd wordt almaar meer gedronken

Er wordt steeds meer alcohol gedronken op de wereld. Een analyse van gegevens uit 189 landen bracht aan het licht dat de consumptie van alcohol door de wereldbevolking tussen 1990 en 2017 met 70 procent is gestegen.  En dat gebeurt door 60 procent van de mensen op aarde. Want t meer dan 40 procent van de mensen wereldwijd blijkt geheelonthouder te zijn.

Oorzaak is de stijging van de bevolking en een groter verbruik per hoofd van de bevolking. Maar er zijn grote regionale verschillen. In Azië, en dan vooral China, stijgt het gebruik van alcohol snel. In Oost-Europa daalt het. Volgens de Wereld Gezondheids Organisatie gaat 1 op de 20 mensen dood aan gevolgen van Alcohol.

Bron :www.welingelichtekringen.nl

Verslaafd aan drank, gamen, shoppen? Dat ligt aan uw luie hersenen

Onze hersenen zijn lui, oud en tuk op plezier. Dat is gevaarlijk, want zo wint suiker het van groente en worden meninkjes even belangrijk als feiten, waarschuwt de Nederlandse neuropsychologe Margriet Sitskoorn in haar nieuwe boek HersenHack..

Wie kent de volgende situatie niet? Het is zaterdagavond, je pakt de roman vast die zulke fantastische kritieken kreeg in de krant, leest een paar pagina’s en voelt je aandacht verslappen. Misschien een glas wijn, denk je, en wat kaas erbij, lekker gezellig. Het is tenslotte zaterdag en de boog kan niet altijd gespannen staan. En wat zei je collega alweer over die nieuwe Netflix-reeks? Misschien toch maar even kijken. Volgens Margriet Sitskoorn, hoogleraar klinische neuropsychologie aan de universiteit van Tilburg, is dat absoluut normaal. “Onze hersenen willen het zo,” zegt ze, “want als je met weinig denken weg kunt komen, dan doe je dat.”

In haar nieuwste boek HersenHack gaat ze dieper in op de redenen waarom onze hersenen liever lui dan moe zijn, en op de gevaren van die luiheid, want voor je het weet geef je de regie over je doen en laten aan een ander. “Je hersenen moeten alles doen, van je ademhaling controleren tot je een rekensom laten maken”, verklaart Sitskoorn onze neiging naar de makkelijkste weg. “Dat kost heel veel energie. Vanouds was die energie schaars. Daarom zijn onze hersenen zo zuinig mogelijk gaan werken. En dat doen ze nog steeds, ook al hebben we nu eten bij de vleet.”

We moeten ons dus geen zorgen maken wanneer we liever languit naar Netflix liggen kijken in plaats van een boek te lezen?

Margriet Sitskoorn: “Dat ligt eraan wat je met jezelf en met de wereld wilt, want je laten leiden door je luie hersenen heeft een paar kwalijke gevolgen. Informatie en informatievoorziening zijn vandaag bijvoorbeeld heel anders dan vroeger. Wanneer je vroeger – en dan bedoel ik evolutionair vroeger en niet een paar jaar geleden – niet inging op de juiste informatie, was je heel snel dood. Dan at je giftige bessen, was je niet bang voor vuur en wist je niet dat beren gevaarlijk zijn. Je moest dus over de juiste informatie beschikken, en daar moest je moeite voor doen. Nu is dat anders. Wij worden voortdurend overspoeld met dingen die er niet toe doen, liefst lekker kort en lekker smeuïg, wat snel naar binnen gaat. We zijn tuk op de fastfood onder de informatie omdat die ons genotssysteem prikkelt. Kim Kardashian heeft nieuwe borsten en een mogelijke terreurverdachte is mogelijk opgepakt. Die clickbait leest superlekker, de primitiefste systemen in onze hersenen worden geprikkeld en we denken: dit is wel goed. Maar dat is niet zo. Als we ons door onze oude hersendelen laten leiden, verliezen we het contact met de realiteit.”

Onze hersenen zijn dus niet alleen lui, ze zijn ook niet aangepast aan onze wereld?

“De wereld heeft zich te snel en op een rare manier ontwikkeld. Onze hersenen veranderen daarentegen maar heel langzaam, laag na laag. Wat nodig is voor de veranderende maatschappij komt er als laatste bij, in ons geval de prefrontale hersenschors, het gebied achter je oogkassen en voorhoofd. Maar zo’n kwab zit daar niet van de ene op de andere dag. Die heeft heel veel tijd nodig om te evolueren, terwijl onze technologie razendsnel gaat. Zo kom je dus inderdaad met in eerste instantie onaangepaste hersenen te zitten. De diepere structuren van onze hersenen maken dat we genot beleven aan levensnoodzakelijke maar vanouds schaarse zaken als vet, suiker en seks. Vandaag kunnen we daar echter met volle teugen van genieten. Daarom moeten we ons heel bewust tegen de luiheid van onze hersenen verzetten. Doe je dat niet, dan raak je verslaafd aan alles wat er in overvloed is en in dergelijke mate niet goed is voor ons – vet, suiker en seks, maar ook gamen, Facebook en fastfood­informatie. Overal waar ik kom, zie ik mensen die wel ergens verslaafd aan zijn – is het geen alcohol, dan wel kopen of gamen. Iedereen heeft wel iets dat hij eigenlijk beter zou laten, maar wat hij o zo moeilijk vindt. We moeten onze prefrontale hersenschors ontwikkelen om daar tegenin te gaan.”

Maar de ene mens is wel vatbaarder voor verslavingen dan de andere, toch? Waarom?

“Alles wat je denkt, voelt of doet, wordt bepaald door twee zaken: je genen en je omgeving, en de interactie tussen die twee natuurlijk. Ik ben nu eenmaal zo, denken mensen vaak, maar dat is absoluut niet waar. Je genetische erfenis komt pas tot uiting onder invloed van wat je doet, dus door je omgeving. Je genen kun je niet veranderen, maar je omgeving wel. Je kunt je gedrag wijzigen door je prefrontale hersenschors te ontwikkelen. De genotsstructuren in je hersenen zeggen: lekker, drink er nog maar eentje, ook al mag je dan eigenlijk niet autorijden, maar goed, het is toch zo lekker. Je prefrontale schors zegt daarentegen: hartstikke lekker, maar we gaan het niet doen, want we hebben een groter doel en dat is niet dronken achter het stuur zitten en veilig thuiskomen.

“Sommige mensen hebben genen die hen veel verslavingsgevoeliger maken. Anderen brengen zichzelf in een omgeving die hen verslavings­gevoeliger maakt. We kennen dat allemaal, als je bij bepaalde vrienden bent, ga je opeens veel meer drinken dan wanneer je niet bij hen bent. Dat is echt je omgeving. Een verslaving doorloopt een aantal stappen. Het begint met iets lekker vinden en er genot uit halen. Dus kies je er bewust voor en ontstaat er een verlangen naar meer. Dat herhaal je tot het een gewoonte wordt en uiteindelijk zelfs een noodzaak. Dan ben je verslaafd. Op ieder moment in die ketting kun je stoppen. Niet makkelijk, want dat betekent dat je weer naar af moet en een bewuste keuze moet maken. Soms heb je daar zelfs hulp bij nodig, en het kan jaren duren. Maar op die manier veranderen je hersenen en versterk je je prefrontale hersenschors, waardoor je steeds beter gewapend raakt tegen verslaving.”

Moeten we ons ook zo nodig wapenen tegen fastfood-informatie? Wij behoren toch tot de meest geïnformeerde generatie ooit? Zijn we dan niet kritisch genoeg?

“Wij krijgen heel veel van hetzelfde te zien. De hele dag door zie je bijvoorbeeld terreur, waar in de wereld die zich ook afspeelt, waardoor onze oude angstsystemen voortdurend geprikkeld worden. Wanneer je mensen vraagt wat de belangrijkste doodsoorzaken zijn, denken ze vaak dat dat terreur is. Volkomen ten onrechte, want we leven in de veiligste en gezondste tijden ooit. We zijn rijker dan ooit en leven ook langer dan ooit tevoren.

Maar het voelt helemaal anders aan. We hebben vaak het gevoel dat we met z’n allen naar de verdoemenis gaan. Dat komt onder meer door de manier waarop die informatie onze hersenen binnenkomt. Wat we vrijwel niet meer doen, is aandacht opbrengen voor de achtergrond – boeken lezen bijvoorbeeld, of lange interviews lezen met mensen die ergens verstand van hebben en die ook eens iets zeggen wat je niet wilt horen.”

Of een goede longread op internet?

“Op internet kun je hele goede informatie vinden, maar je kunt ook iedere dag zonder enige moeite alleen maar zoeken en vinden wat je graag wilt horen. Stel dat jij gelooft dat de aarde plat is en de klimaatwijziging niet bestaat, dan kun je daar op internet heel veel ‘bewijzen’ voor vinden. Je kunt in cybergetto’s terechtkomen die je bevestigen in je bubbel.

“Onze hersenen zijn neuroplastisch, wat betekent dat ze veranderen naargelang de informatie die binnenkomt en gebruikt wordt. De paden van wat je al geloofde en dacht worden zo almaar sterker, waardoor het steeds moeilijker wordt om ze nog te veranderen. En waardoor polarisatie ook steeds makkelijker wordt. Jij zoekt in jouw clubje en ik in het mijne, en zo hebben we altijd allebei in onze eigen wereld gelijk, ook al beweren we in feite net het tegenovergestelde. Uit onderzoek blijkt dat hoe vaker je iets bevestigd hebt gezien, hoe moeilijker het is om je ervan te overtuigen dat het niet waar is. Als iemand met getallen aantoont dat we in veilige tijden leven, merk jij op dat het zo niet aanvoelt. Dat is typisch voor ons post-truth-tijdperk, waarover Michael Deacon, een journalist die voor The Daily Mail werkt, opmerkt dat we vandaag meer belang hechten aan gevoelens dan aan feiten, want feiten zijn negatief, pessimistisch en niet vaderlandslievend. In het menselijk denken en waarderen kun je drie tijdperken onderscheiden. Het eerste is dat van de pre-truth, waarin we belang hechtten aan zaken die voor ons persoonlijk betekenis hadden, zoals religie. Daarna kwam het truth-tijdperk, waarin we de wereld begonnen te meten en onze oordelen baseerden op rationele kennis. Vandaag leven we in het post-truth-tijdperk, en denken we dat het allemaal wel waar kan zijn wat die ander zegt, maar dat het toch niet meer is dan een mening. Op internet heb ik 3.000 mensen verzameld voor wie het net zo aanvoelt als voor mij. En dus is het zo.”

Dus nog een stapje verder. Niet alleen zijn onze hersenen lui en onaangepast aan de wereld, ze zijn ook nog eens volstrekt irrationeel?

“Ja en nee. Ze ontwikkelen rationeel of irrationeel op basis van de informatie waaraan ze blootgesteld worden. Vroeger was gevoel heel efficiënt. Wanneer je een slang op je pad tegenkwam, ging je niet eerst een potje zitten prakkeseren over de vraag of het een giftige of een onschuldige slang was. Want dan was je te laat. Je sloeg meteen op de vlucht, zuiver op het gevoel. Dat zit nog steeds in onze hersenen. Als het op een slang lijkt, kun je maar beter meteen wegspringen. Pas daarna ga je kijken of het ook wel echt een slang was. Snel reageren loont in dit geval, maar de tijden zijn veranderd. Met alleen snel reageren en gevoel red je het niet meer.

“De oude mechanismen van ‘wij en zij’ zijn grotendeels verantwoordelijk voor racisme en seksisme. Het idee van ‘mijn groep en jouw groep’ zit diep in onze hersenen, en dat wordt geactiveerd wanneer we geconfronteerd worden met mensen uit een vreemd land of mensen die een andere huidskleur hebben. We koppelen daar razendsnel alle mechanismen aan die van oudsher zijn ontstaan om ons te beschermen tegen het onbekende. En daaraan werkt alles mee: je denken, voelen, geheugen, noem maar op. Als jouw groep iets slechts doet, onthou ik dat heel erg goed. Als mijn groep iets slechts doet, vergeet ik het heel erg snel. Als jouw groep goede en slechte eigenschappen heeft, gaat mijn aandacht meteen naar de slechte, terwijl ik alleen maar de goede van mijn eigen groep zie. Als je weet waarom onze hersenen zo reageren, begin je te begrijpen dat je de wereld niet waarneemt zoals hij is, maar dat je nieuwe informatie met oude mechanismen benadert en je daardoor een volledig vertekend beeld kunt krijgen.”

‘Ach ja, de buurman wel maar ik niet’, denken de meeste mensen dan toch?

“Dat is een vorm van ego defence. ‘Ik ben goed, slim en knap. Ik rij ook uitermate goed in het verkeer en ik voed mijn kinderen prima op.’ En dat is meestal ook zo hoor (lacht), maar dat neemt niet weg dat het heel moeilijk is om aan jezelf te bekennen dat je iets fout doet, of dat het bij jou niet goed werkt. We zijn allemaal in hetzelfde bedje ziek.

“Laatst zat ik in een tv-programma. Rond de tafel zaten twee hoogleraren, van wie ik er een was. De andere was een man die de hele tijd werd aangesproken als professor, terwijl ik ‘Margriet’ was. Op zich maakte dat me niet zoveel uit, tot op het moment dat men begon te zeggen: ja maar, we hebben wel een professor aan tafel. Toen wilde ik zeggen: één? Iedereen wordt blootgesteld aan stereotyperingen en we doen het zelf ook vaak.”

In feite zijn we dus allemaal geboren voetbalsupporters?

“Eigenlijk wel. Ik hou enorm van voetbal. Soms klap ik wel eens voor de tegenpartij als die een mooie goal maakt en dan merk ik meteen dat het zo niet werkt. Dan ben ik algauw een vreemde eend aan de rand van het voetbalveld. Want ‘alleen wij’ maken mooie goals en de anderen spelen altijd vals – als ons verlies niet te wijten is aan de partijdigheid van de scheidsrechter natuurlijk. Als je diep nadenkt, kun je zeggen dat voetbal om niets gaat, maar dat is natuurlijk niet zo. Het gaat om heel veel, want het gaat om jouw groep tegenover de mijne. Hoe meer status mijn groep krijgt door een goal te maken, hoe meer ik die op mij voel afstralen en hoe sterker mijn identiteit wordt. En hoe meer kans ik heb om te overleven.

“Wij hebben de wereld heel complex gemaakt met onze belastingen, hypotheken en dikke auto’s en wij puren daar onze status uit. Of juist niet natuurlijk, wanneer je bij de andere club zit en trots bent op je bakfiets en je elektrische auto. Dan haal je je status daaruit, en wie de hoogste status heeft, heeft ook toegang tot de meeste bronnen, de beste partners en dus ook de meeste kans op overleving.”

Zijn we door onze luie hersenen niet voorbestemd om ten onder te gaan aan het populisme?

“Nee, want dat is maar één kant van mijn verhaal. Onze oude hersensystemen laten ons luisteren naar het populisme, terwijl de nieuwe ons toelaten die oude te reguleren. In ons allen zitten dus krachten om populist te worden, om verslaafd te raken aan wat dan ook, om voortdurend bang te zijn en om fundamentalist te worden. Alleen zit in ons allen ook de mogelijkheid om dat – mits de juiste stimuli en informatie – niét te doen en om de wereld nog beter, mooier en gelukkiger te maken dan hij al is. De oplossing voor heel veel van onze problemen zit in onze hersenen, in het versterken van onze prefrontale hersenschors, waardoor we steeds beter bewapend raken tegen angst, verslaving en populisme.”

Hoe versterk je die?

“De makkelijkste dingen zijn goed slapen, je eigen aandacht leren richten – wat betekent dat je dus niet reageert op je gsm telkens hij piept – blootstelling aan nieuwe informatie en voldoende bewegen. Ouderwets gezond leven, zo zou je het kunnen samenvatten. Maar dat is niet alles. Er zijn ook moeilijke zaken. Je moet bijvoorbeeld falsificeren. Je moet durven te twijfelen. Je moet durven te bekennen dat je weleens ongelijk zou kunnen hebben, en dat is moeilijk. Je moet nieuwe informatie opzoeken en je ervoor openstellen.

“Mensen moeten weer plezier krijgen in het nieuwe. Dat is immers ontwikkeling. Een kind dat van kruipen naar lopen gaat, valt duizend keer. Dat zegt niet halverwege: weet je wat, ik hou ermee op, ik blijf lekker kruipen voor de rest van mijn leven, bekijk het maar met jullie lopen. En als ouder zeg je ook niet: ik heb hem al drie keer opgepakt en ik ben er wel klaar mee. Dat doe je niet. Maar als het over onze eigen ontwikkeling gaat, doen we dat wel. Ik hoef niet verder te kijken, ik heb gelijk, zeggen we dan al heel snel. Maar dat is de foute manier van denken. Je moet naar je ongelijk zoeken. En wanneer je na al dat zoeken toch nog gelijk hebt, dán pas ben je goed bezig. En je moet de slinkse wegen van onze hersenen leren te onderkennen. Dan vind je niet meer dat iemand je status ondermijnt, maar denk je: aha, zo werkt dat dus, en glimlach je om zijn wij-en-zij-denken en richt je je aandacht op iets anders. Want daar gaat het om: dat je weer echt zelf kunt kiezen in plaats van voortdurend voortgestuwd te worden door informatie die door anderen in elkaar is gezet.”

Maar wíl iemand van alt-right wel geconfronteerd worden met een andere mening? Jezelf in vraag stellen is toch niet aangenaam?

“Dat klopt, en dat geldt trouwens niet alleen voor alt-right, maar voor iedereen. Ook mensen die nieuwsgierig aangelegd zijn en constant op zoek gaan naar informatie hebben de neiging informatie te zoeken die hun eigen opinies ondersteunt en bevestigt. Falsificeren gaat dus niet vanzelf. Ik moet mezelf ook de hele tijd pushen om zaken van een andere kant te zien. Ga maar eens kijken, verplicht ik me, zit er niet iets in dat alt-right? Hoe leuk is het niet om je open te stellen voor iets nieuws? Dan worden er nieuwe cellen aangemaakt in de prefrontale hersenschors, nieuwe verbindingen gelegd en ontwikkel je je. En dat is toch waar het leven om draait?”

We moeten de expert ook weer naar waarde leren te schatten?

“Precies. Wat je vandaag vaak ziet, is dat er tijdens een discussie – laten we zeggen over de klimaatverandering – allerlei experts aan het woord komen die zeggen dat het wel of niet goed gaat. Zij krijgen vijf minuten zendtijd. Dezelfde zendtijd wordt uitgetrokken voor meningen, voor mensen die er iets van vinden. En dan krijg je een uitspraak als ‘ik ben klaar met die klimaatverandering’. Persoonlijk weet ik niet goed wat dat betekent. Ik snap wel wat ze bedoelen: het interesseert me niet, ongeacht wat waar en wat niet waar is. Wat mij dan stoort is dat gegevens evenveel aandacht krijgen als een mening. In onze hersenen worden beide daardoor als evenwaardig gezien, wat natuurlijk niet zo is. Dat is dus typisch post-truth: het idee dat wat je voelt gelijk is aan wat waar is.

“Meer zelfs, feiten worden steeds vaker negatief en pessimistisch beoordeeld. Wie feiten wil, hoort bij een gek clubje. Stel dat je honger hebt en voor jou staan twee schaaltjes bessen. De expert zegt dat de eerste bessen heerlijk zoet zijn en je ze zo kunt opeten – er zitten nog vitaminen in ook. De andere, daarentegen, veroorzaken meteen krampen en diarree, en binnen de tien minuten sterf je. Daarna komt er iemand die er niets van afweet en die net het tegenovergestelde zegt. Ik heb toch geen goed gevoel bij dat eerste schaaltje, zegt hij. Die uit dat andere schaaltje glanzen toch veel mooier. En dan moet je kiezen. Dan zegt toch niemand dat hij die mooi glanzende bessen wil waarvan de expert zei dat je er meteen aan zou sterven? Zou je denken, maar dat is wat veranderd is in onze wereld. Bij die bessen zie je meteen het gevolg van de afwezigheid van kennis, maar bij de klimaatwijziging zie je dat niet meteen.

“Sterker nog, een foute keuze kan zelfs op korte termijn goed aanvoelen. Ik laat me niets wijsmaken door die sukkels, denk je dan, en misschien krijg je er zelfs een hogere status door. Want we weten allemaal hoe je een hogere status krijgt, door zelf naar omhoog te klimmen of door de ander naar beneden te halen, en het tweede is stukken makkelijker dan het eerste.”

We moeten dus kiezen voor het moeilijke leven?

“Voor het lange en gelukkige leven, zou ik eerder zeggen.”

Bron: Dagblad de morgen

Nu ook bewezen: we drinken niet omdat we het lekker vinden, wel om dronken te worden.

Wie alcohol drinkt, doet dat niet omdat hij of zij dat lekkerder vindt dan water of frisdrank. We willen vooral dronken worden. Dat heeft een groep wetenschappers onderzocht in een nieuwe studie. Voor koffie geldt hetzelfde: we verdragen de bitterheid omdat we het effect van cafeïne op ons lichaam willen.

De onderzoekers van Northwestern University gingen aan de slag met de genetische profielen van 336.000 Europeanen die in de Britse Biobank te vinden waren. Er werd hen een vragenlijst voorgelegd over wat ze de vorige 24 uur gedronken hadden. De dranken werden opgedeeld in twee groepen: bitter – koffie, thee, pompelmoessap, rode wijn en likeur – en zoet – drankjes met suiker en fruitsap (geen pompelmoes).

Daarna werd een associatiestudie uitgevoerd naar de consumptiepatronen. Daaruit bleek dat onze drankkeuze weinig te maken heeft met de smaak. “Het is wel een factor”, zegt hoofdonderzoeker Marilyn Cornelis aan het persagentschap AFP. “Maar niet de belangrijkste. We consumeren bijvoorbeeld koffie omdat we de smaak associëren met het effect van cafeïne op ons lichaam.”

Het gevoel

Hetzelfde gebeurt bij alcohol: we kiezen er niet voor omdat we het lekkerder vinden, wel voor het effect dat het op ons lichaam heeft. In het geval van alcohol is dat dus dronken worden. “Mensen houden ervan hoe koffie en alcohol hen doen voelen. Dat is waarom ze het drinken”, zegt Cornelis.

De studie werd gepubliceerd in het vakblad Human Molecular Genetics. De resultaten zouden volgens de onderzoekers op termijn kunnen helpen om tussenbeide te komen in ongezonde consumptiepatronen.

Bron: het nieuwsblad.be

Roken: het zwarte schaap van de schadelijke stoffen-familie.

Nederland staat al honderden jaren bekend om haar vrijheid, waarvan liberalisme, ondernemerschap en keuzevrijheid kenmerkend zijn. Wiet is legaal, drugs worden gedoogd en openbaar dronkenschap is voor velen een wekelijkse staat van zijn.

Per 1 augustus 2020 worden het verplicht schoolterreinen rookvrij te maken. Zo heeft ook de gemeente Hilversum zich aangesloten bij de Alliantie Nederland Rookvrij; een organisatie die streeft naar een ‘rookvrije generatie’ door kinderen zo min mogelijk in contact te laten komen met tabak. Ik vind dit geen slecht plan. Maar ik ben zelf geen roker, doordat ik juist wél dagelijks rook om me heen had. Mijn vader was al van jongs af aan verslaafd en ik zag wat dat met zijn gezondheid deed. Dat was de perfecte reden voor mij om er niet aan te beginnen. Ik ben ook zeker geen voorstander van roken, maar ik vind wel dat iedere volwassene die keuzevrijheid hoort te genieten. Ik ben het dus niet zozeer oneens met de nieuwe regelgeving, maar ik ben sceptisch over waar deze toe kan leiden. Is dit de volgende stap in het beperken van de vrijheid van de burger? Zal de overheid zich meer en meer met ons gaan bemoeien? En als de overheid hiervoor kiest, moet dit wel consequent gebeuren. Want wat ik eigenlijk nog vreemder vind, is dat tabak de absolute ‘bad-guy’ is, terwijl andere, misschien nog wel ongezondere producten onbesproken blijven. Mijn grootste ergernis ligt bij een van de meest gebruikte en verslavend middelen: alcohol.

Tegenwoordig voert de gezondheidswaanzin de boventoon, waarbij we alleen maar kwark en kipfilet eten voor spiergroei, zes keer per week in de sportschool staan te squatten en een Instagram modellenlichaam de standaard is. De echte gezondheidsfreaks doen alles op de fiets en vinden roken is not-done. Vervolgens staan ze wel elke zaterdag volledig lazerus in de kroeg. Weliswaar met een wodka-spa rood drinkend, maar toch. Oké, dit is misschien een beetje overdreven: de alcoholgrens is verhoogd naar 18 en er zijn genoeg mensen die helemaal geen alcohol drinken. Maar mijn grote vraag is nog steeds: waarom wordt alcohol niet net zo hard aangepakt als tabak? Alcohol staat volgens het RIVM slechts een plek onder tabak op de lijst van meest schadelijke drugs (dit zijn nummer 3 en 4 op de lijst). Ik vermoed omdat er achter je veel te dure biertje van 2,50 euro en groot verdienmodel schuilt. En dát is mijn grootste ergernis. Als het de overheid in de eigen portemonnee raakt, laat ze al de gezonde voornemens varen. De mens drinkt al eeuwenlang alcohol en dit zit zo in de cultuur vervlochten dat het bijna onmogelijk is deze uit het leven te verwijderen. En het is daarom voor de autoriteiten nog moeilijker om dit te verbieden. Dus alcohol zien we door de vingers, want dit verbieden is onbegonnen werk. En daarom wijzen we met zijn allen naar haar broertje tabak die met zijn neus tegen de muur wordt gezet. Het inconsequente beleid van de overheid fascineert me. Veel dingen zijn slecht voor de mens of worden als slecht bestempeld, maar een schadelijke stof als alcohol wordt in het overheidsbeleid dan weer genegeerd. En dan kan iedereen weer zo vrij als een vogeltje, zonder schuldgevoel al haar hersencellen kapot te drinken bij happy-hours, shotjesbars, biercantussen en festivals. Want ja, we roken immers niet.

Fles wijn net zo slecht als 10 sigaretten.

Dat blijkt uit onderzoek van de Southampton University waarover diverse Engelse media schrijven.

Volgens onderzoekster Theresa Hydes krijgen tien op de duizend mannen uiteindelijk kanker van het drinken van maximaal één fles wijn per week. Bij vrouwen is dat veertien op duizend, zo is te lezen in het tijdschrift BioMedCentral Public Health.

Wie wekelijks tot drie flessen wijn achterover slaat, heeft een flink vergrote kans op kanker. Dan krijgen 19 op 1000 mannen kanker en bij vrouwen 36 (relatief meer borstkanker).

De gezondheidsinstanties in Engeland geven het advies maximaal anderhalve fles wijn per week te drinken.

Roken

Onderzoekster Hydes benadrukt dat ze niet wil zeggen dat je in plaats van gematigd drinken ook gematigd mag roken. De uitkomsten zijn gemiddeld, en voor elk mens kan de uitwerking van alcohol, of tabak verschillend zijn.

Volgens haar weet het grote publiek zo langzamerhand wel wat de gevolgen zijn van roken, maar dat je ook verschillende vormen kanker kan krijgen van drank is minder bekend. „Zware drinkers (meer dan 2 glazen alcohol per dag) worden gelinkt aan kanker in de mond, keel, stembanden, maag, lever en borst. We hopen door de vergelijking te maken met sigaretten, mensen meer gaan nadenken over de slechte gevolgen van alcohol”.

Fransen drinken te veel wijn: overheid trekt aan alarmbel

Maximum twee glazen wijn per dag. Dat is de hoeveelheid die Franse gezondheidsautoriteiten aanraden. Minder alcohol drinken, verlaagt namelijk de kans op gezondheidsproblemen. Al zijn niet alle Fransen het daarmee eens.

De Franse Volksgezondheid is in gevaar. Daarom heeft de overheid een campagne gelanceerd om de Fransen aan te zetten niet meer dan twee glazen wijn per dag te drinken. Volgens onderzoek drinkt bijna één op vier Franse volwassenen regelmatig te veel alcohol. Het tempo waarop in het land gedronken wordt, is verantwoordelijk voor 41.000 sterfgevallen elk jaar. Alcohol is de tweede grootste oorzaak van te voorkomen overlijdens in Frankrijk, dat komt op het lijstje na roken.V

Campagne

Franse wijnmakers zijn niet blij met de campagne: “Ze brengt de gemiddelde wijndrinker van streek. Onderzoeken als dit zorgen er alleen maar voor dat onze consumenten zich schuldig beginnen voelen.” De overheidsdienst Volksgezondheid is het daar niet mee eens, want bijna 10,5 miljoen volwassen Fransen drinken te veel. “Ze drinken in elk geval genoeg om hun gezondheid in gevaar te brengen. Te veel alcohol drinken veroorzaakt ziektes zoals kanker, hersenbloedingen en hart- en vaatziekten.”

Liefde voor wijn

Wijn is een deel van de Franse geschiedenis. Het feit dat het land een van de grootste wijnproducenten is, speelt zeker ook een rol in de relatie die Fransen hebben met hun geliefde verre de vin. Veel van onze zuiderburen zien de drank zelfs helemaal niet als alcohol, of toch zeker geen alcohol zoals de rest. De minister van Volksgezondheid gaat daar niet mee akkoord. Hij liet weten dat “de alcohol-molecule in wijn precies dezelfde is als in andere drankjes.

Halve liter wijn op school

Frankrijk heeft het altijd al moeilijk gehad om de grens te ontdekken wanneer veel wijn nu echt té veel wijn is. In de jaren 1950 lanceerde de overheid een gezondheidscampagne om Fransen attent te maken dat een liter wijn per maaltijd wel degelijk te veel is. In scholen werd pas in 1956 verboden om kinderen jonger dan 14 jaar een halve liter wijn, bier of cider aan te bieden bij hun eten en in 1981 werd alcohol in het algemeen van scholen gebannen.

Niet de grootste drinkers

Statistieken van de Wereldgezondheidsorganisatie tonen aan dat Fransen niet de grootste drinkers in Europa zijn. In het onderzoek naar de gemiddelde alcoholconsumptie per jaar, staat Frankrijk zelfs maar op de zesde plaats in het lijstje. Daar drinkt een volwassene gemiddeld 12,6 liter alcohol per jaar. Frankrijk wordt voorgegaan door Litouwen (daar is het gemiddelde 15 liter), Duitsland (met 13,4 liter), Ierland, Luxemburg en Letland. Ons land komt enkele plaatsen na Frankrijk. Wij drinken gemiddeld 12,1 liter alcohol per jaar.