Succesvol, sociaal en afhankelijk van alcohol: de High Functioning Alcoholic

Slechts tien procent van de alcoholisten raakt aan lager wal. Er zijn vele malen meer drinkers die succesvol zijn in het leven en tegelijkertijd afhankelijk zijn van alcohol. Ze hebben een baan, een huis, vrienden en een familieleven, en drinken ondertussen. Hun verhaal is er een van lijden in stilte, gepaard aan een constant schuldgevoel.Tekst José BernaertsFotografie Lonneke van der Palen17 tot 22 minuten leestijd

Haar leven was net zoals dat van de mensen om haar heen: veel en hard werken, veel uitgaan en feestjes, en zo nu en dan een vriendje. Petra Moes, dertiger, was productieleider in de festivalwereld en haar leven liep op rolletjes. Tot er iets begon te verschuiven. Zo zou ze op een dag met haar vader naar Delft gaan, zijn geboorteplaats. Omdat ze eigenlijk nooit iets samen deden, had hij zich daar maanden op verheugd. Maar de avond ervoor dronk Moes te veel en sliep ze maar een paar uurtjes, zodat ze op dag zelf hondsberoerd was en al haar energie nodig had om überhaupt overeind te blijven. Gezellig werd het niet.

Ook was er die keer dat ze even een biertje ging pakken en toch meer dronk dan ze van plan was, en op de terugweg viel met de fiets. Een zere kaak en haar witte blouse onder het bloed. Gelukkig was haar broer er snel bij. Hij nam haar mee naar de spoedeisende hulp. Wat schaamde ze zich voor de verwijtende blikken van de andere patiënten, waar de vileine opmerking van de verpleegkundige nog eens overheen kwam: ‘We kunnen je helaas niet verdoven, daarvoor heb je te veel alcohol in je bloed.’

Langzaam maar zeker werd haar iets pijnlijk duidelijk.

Moes: ‘Ik lag niet onder een brug en stond ook niet ’s morgens in de supermarkt bij de kassa met een goedkope fles rosé, maar alcohol begon me wel steeds meer te sturen. Feestjes waar ik alleen met de auto kon komen, sloeg ik over, etentjes met vriendinnen die niet dronken, duurden kort en als ik uit mijn werk naar huis ging, wilde ik zeker weten dat er een fles wijn stond te wachten óf dat de winkel nog open was. Het lukte me nauwelijks om af en toe een dag niet te drinken. En als dat wel lukte, dronk ik de dag erna twee keer zoveel. Maar ik functioneerde prima, had een leuke baan en vrienden, en kon me absoluut niet identificeren met de term “alcoholist”.

Ik was een struggelaar: proberen, mislukken, weer voornemen, struikelen… Gemiddeld dronk ik een fles wijn per dag en daar kun je het prima een lange tijd op doen. Maar het geworstel en de slaafsheid werden beknellend.’

GESEGMENTEERD LEVEN

Alcoholafhankelijkheid heeft vele gezichten. Het stereotiepe beeld is dat van een wankelende dronkenlap, of die loser uit je studietijd die geen grenzen kende. Maar uit Amerikaanse cijfers blijkt dat dit type drinker slechts 10 procent van het geheel uitmaakt. De waarheid is dat er veel meer succesvolle mensen zijn die afhankelijk zijn van alcohol. In de Verenigde Staten hebben ze daar een term voor bedacht: de High Functioning Alcoholic (HFA). Dat is iemand die zijn of haar leven naar buiten toe in stand houdt, die een baan, een huis, vrienden en een familieleven heeft, en ondertussen alcoholisch drinkt.

Het verhaal van de HFA (voor de goede orde: even vaak vrouwen als mannen) wordt zelden of nooit verteld, en de sociale omgeving heeft doorgaans geen idee wat zich achter gesloten deuren afspeelt. Hij of zij komt over als iemand die alles op de rit heeft, omdat de HFA zich erin heeft gespecialiseerd om zijn of haar leven te segmenteren: werk, privéleven en drinkgedrag zijn strikt gescheiden hoofdstukken. Dat onderscheidt de HFA van de Lower Functioning Alcoholic. De HFA wordt vaak gerespecteerd om expertise en prestaties en onderhoudt een sociaal leven en intieme relaties, maar omringt zich ondertussen het liefst met mensen die ook drinken.

EENHEID IN DIAGNOSES

In de wereld van de zorg wordt het woord ‘alcoholist’ inmiddels gezien als stigmatiserend; liever spreekt men van alcoholafhankelijkheid. De term High Functioning Alcoholic is in die zin discutabel; het probleem wordt er ondertussen niet minder om. Maar wanneer ben je eigenlijk alcohol-afhankelijk? Wie een testje op internet doet, komt er al snel in de buurt, want de norm is wekelijks 21 glazen voor mannen en 14 glazen voor vrouwen – er zijn zelfs testen die de helft daarvan al als problematisch betitelen.

Volgens deskundigen zal een High Functioning Alcoholic niet altijd functional blijven.

Hulpverleners van de GGZ hanteren DSM5, de vijfde versie van het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders: het diagnostisch en statistisch handboek van psychiatrische aandoeningen dat wereldwijd wordt gebruikt. Het is opgesteld door de American Psychiatric Association om eenheid te brengen in de vele interpretaties van diagnoses, en is inmiddels verworden tot een instrument voor zorgverzekeraars om te bepalen of een behandeling wel of niet vergoed kan worden.

Verslaving wordt door hulpverleners vastgesteld aan de hand van de elf criteria van het DSM5 (zie kader). Door de beschikking over financiële middelen blijft de schade van problematisch drinken bij de HFA vaak beperkt: een taxi is zo gebeld. Daarom denkt hij doorgaans dat het allemaal wel meevalt: hij raakt niet alles kwijt en zit niet op rock bottom. Maar volgens sommige deskundigen is het een kwestie van tijd voordat zijn alcoholisme wél tot problemen leidt, ervan uitgaande dat alcoholisme vaak progressief is. Volgens deze deskundigen zal een HFA niet altijd functional blijven.

DE 11 VERSLAVINGSCRITERIA VAN HET DSM5

1. Vaker en in grotere hoeveelheden gebruiken dan het plan was.
2. Mislukte pogingen om te minderen of te stoppen.
3. Gebruik en herstel van gebruik kosten veel tijd.
4. Een sterk verlangen om te gebruiken.
5. Voortdurend gebruik, wetende dat het lichamelijke of psychische problemen met zich meebrengt of verergert.
6. Grotere hoeveelheden nodig hebben om het effect nog te voelen, oftewel tolerantie.
7. Door gebruik tekortschieten op het werk, op school of thuis.
8. Blijven gebruiken ondanks het feit dat het problemen meebrengt op het relationele vlak.
9. Door gebruik opgeven van hobby’s, sociale activiteiten of werk.
10. Voortdurend gebruik, zelfs wanneer je daardoor in gevaar komt.
11. Optreden van onthoudingsverschijnselen.

Wanneer aan twee of drie van bovenstaande criteria wordt voldaan, is sprake van een milde stoornis, bij vier of vijf criteria is sprake van een gematigde stoornis. Bij zes of meer symptomen is sprake van een ernstige stoornis in het gebruik van middelen. De definitie van de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) komt grotendeels overeen met de definitie van het DSM.

GEVANGEN

Petra Moes, met wie dit verhaal begon, stopte zestien jaar geleden cold turkey met alcohol. Vervolgens richtte ze haar eigen trainingsbureau op. Sindsdien begeleidde ze vele honderden mensen naar een leven zonder alcohol. Moes kan zich geenszins vinden in de hokjes en vakjes van de standaardcriteria voor alcohol-afhankelijkheid. ‘Voor mij gaat het niet om hoeveel je drinkt, maar om de mate waarin je “vrij” bent van alcohol. De een drinkt twee flessen wijn per dag, de ander vier keer per week een halve. Ze zijn even gevangen.’

‘Juist bij mensen die hard werken en gewoon meedraaien in de maatschappij is veel alcohol drinken zo normaal.’

Omdat Moes zich bewust is van het stigma van te veel drinken, is haar training De Kunst Van Nuchter Leven laagdrempelig, al zijn haar cursisten veelal hoogopgeleid. Moes: ‘Ik zie veel ondernemers, directeuren van grote bedrijven, mensen met grote verantwoordelijkheden. Ze werken bij justitie, in de gezondheidszorg en in de verzekeringswereld, en verder zie ik veel zzp’ers, – coaches, psychologen – en mensen die werkzaam zijn in de media. Het zijn allemaal mensen die hard werken en gewoon meedraaien in de maatschappij.

Juist bij die groep is veel alcohol drinken zo normaal. Ze drinken bij de tennisclub of de hockeyclub van de kinderen. Veel van die cliënten voelen zich niet thuis in de reguliere verslavingszorg omdat ze hun probleem niet zwaar genoeg vinden, of omdat ze het moeilijk vinden om als 48-jarige kwetsbaar en open te zijn tussen gastjes van negentien. Een zekere gelijkgestemdheid – hoe divers de groep ook is – helpt om ervaringen te kunnen delen.’

ALTIJD IETS TE VIEREN

Neem nu zeventiger Ries van den Heuvel, alweer ruim tien jaar alcoholvrij. Als oudste van zeven kinderen opgegroeid in een arbeidersgezin waar nooit geld was om te drinken, behalve toen er duizend gulden viel op een staatslot, ‘toen moest ik bij de jeneverboer acht maatjes jenever gaan halen.’

Omdat studeren er niet inzat, ging hij werken. Via avondstudies kwam hij bij de gemeente terecht waar hij woningcorporaties controleerde. Bij een ervan werd hij na verloop van tijd benoemd tot directeur. En in de bouw was altijd iets vieren. ‘Had je een aanbesteding gewonnen, dan werd er getrakteerd. De eerste paal? Dan werd er gedronken. Na elke bouwvergadering kwamen de flessen op tafel. Drinken was de norm, en er was altijd wel een reden.’

Aanvankelijk gaf dat hem een gevoel van vrijheid: als je drinkt, word je losser. Als hij naar het ministerie van Volkshuisvesting moest om ‘met de hoge pieten’ te praten, was alcohol een prettige bijkomstigheid. ‘Dan durfde ik te zeggen wat ik wilde zeggen.’

‘Er zaten flessen drank in mijn diplomatenkoffer en ik had een sportieve fiets met een bidon erop, waar altijd port in zat.’

Zijn werk heeft het nooit beïnvloed. Maar ondertussen liep Van den Heuvel op zijn tenen; pas later besefte hij hoezeer hij onder druk stond. Dat hij dronk, kon hij perfect verborgen houden; whisky vermengde hij met jus d’orange en achteraf nam hij een pepermuntje om de lucht te camoufleren. De enige die het wist, was zijn vrouw. ‘Als ik tussen de middag thuiskwam, zei ze: je hebt gedronken. Dan zei ik dat ik een bouwvergadering had gehad, en dat maakte het legitiem. Tot het moment kwam dat ik geen bouwvergadering had en toch dronk. Inmiddels zaten er flessen drank in mijn diplomatenkoffer en ik had een sportieve fiets met een bidon erop, waar altijd port in zat. Er stond ook drank in de schuur, en daar moest ik natuurlijk vaak zijn. Achteraf gezien leidde ik een dubbelleven, maar toen zag ik dat niet zo.’

Het omslagpunt kwam toen steeds meer gezondheidsproblemen de kop opstaken en hij een brief kreeg van een van zijn dochters met de tekst: ‘Onze kinderen zouden het fijn vinden als ze hun opa ook nog nuchter zouden leren kennen.’ Dus meldde hij zich bij wat toen nog het Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs heette (het tegenwoordige Tactus). ‘Ik moest daar minder gaan drinken, maximaal vijftien borrels per week. Toen vond ik het weinig, maar achteraf is het natuurlijk te zot om over te praten.’Blijf vrij van geest. Lees onze nieuwsbrief.Ontvang de beste verhalen van Vrij Nederland in je mail, twee keer per week.Ja, dit wil ik >

Op aanraden van zijn vrouw kwam hij terecht bij Stichting De Helderheid (inmiddels ter ziele), waar hij met succes een cursus volgde gericht op geheelonthouding. Later assisteerde hij daar zelfs. ‘Dan zie je hoe mensen de fout ingaan. Het stiekem drinken, het verstoppen van de flessen.’

NIETS AAN DE HAND

Iedereen die alcoholafhankelijk is, beïnvloedt naar schatting vier anderen in de nabije omgeving, meestal directe familieleden. ‘Veel mensen hebben geen idee van wat zich in de nabije omgeving van de HFA afspeelt,’ concludeert psychotherapeute Sarah Benton, ooit zelf een HFA, die in 2010 het baanbrekende boek Understanding the High Functioning Alcoholic schreef.

‘Zolang de drinker zich niet realiseert dat hij een probleem heeft – en de meesten doen dat niet – is hem daarmee confronteren zinloos.’

‘Net zoals iedere verslaafde zet de HFA de werkelijkheid naar zijn hand,’ legt Benton uit. ‘Hij manipuleert situaties en mensen om in zijn behoefte te voorzien. Dat doet hij met trucjes die alleen de mensen in zijn nabije omgeving doorzien; voor alle anderen creëert hij de illusie dat er niets aan de hand is. Maar er is wél iets aan de hand in de ogen van zijn geliefden, die het moeilijk vinden om hulp in te schakelen omdat ze de persoon die in het dagelijks leven zo succesvol is niet willen isoleren. Dus doen ze niets en kijken ze toe hoe iemand zichzelf langzaam verwoest. Want zolang de drinker zich niet realiseert dat hij een probleem heeft – en de meesten doen dat niet – is hem daarmee confronteren zinloos. Het zal alleen irritatie opwekken, terwijl jij tegelijkertijd boos, gekwetst en verdrietig bent. Uiteindelijk voel je je verraden: voor de HFA is alcohol altijd belangrijker dan jij.’

Uit een studie die is gepubliceerd in International Journal of Law and Psychiatry blijkt dat alcohol-afhankelijkheid in de VS voorkomt bij 18 procent van de juristen die minder dan twintig jaar werkzaam zijn, en bij 25 procent van hen die meer dan twintig jaar hun beroep uitoefenen. De reden volgens Benton, die het onderzoek initieerde, is dat juristen de neiging hebben om te overpresteren en enorme hoeveelheden werk aan te nemen, en alcohol en drugs gebruiken om te ontsnappen aan de stress die dat oplevert.

Benton: ‘En er zijn miljoenen anderen – artsen, leerkrachten, professoren, CEO’s van grote bedrijven maar ook brandweermannen – die decennialang tegelijkertijd werken en drinken, en daarmee hun eigen leven en dat van anderen op het spel zetten. Er zijn chirurgen die opereren met trillende handen terwijl collega’s die dat opmerken de confrontatie niet aangaan. Want werknemers dekken het probleem dikwijls af voor hun meerderen. Mensen met macht zijn vaak het moeilijkst te helpen. Ze zien hun alcoholgebruik als een beloning voor hun harde werken en hebben genoeg financiële middelen.’

Geschat wordt dat dat de helft van alle alcoholafhankelijken van het hoog functionerende type is.

Diezelfde jurist of chirurg zal tegen de buitenwereld zeggen dat hij gewoon een paar drankjes drinkt, dat hij de smaak van bier/wijn nu eenmaal lekker vindt, dat de ander overdrijft, dat het een speciale gelegenheid is enzovoort.

Benton: ‘Ondertussen denkt hij obsessief aan alcohol, en aan waar en met wie hij de volgende keer zal drinken. Hij is niet noodzakelijkerwijs lichamelijk verslaafd en kan dagen of weken in abstinentie doorbrengen zonder afkickverschijnselen. Maar hij is psychisch afhankelijk van alcohol, zeer gericht op wanneer hij kan drinken, en ook op waar hij wel en niet kan drinken. Last van katers heeft hij – gewend als hij is aan grote hoeveelheden – niet, al komen black-outs regelmatig voor: geen herinnering aan de avond ervoor. Maar de volgende dag staat hij op en gaat naar zijn werk alsof er niets is gebeurd. In sommige gevallen zal hij de dag beginnen met opnieuw een drankje omdat hij in zijn eigen perceptie anders niet kan functioneren, en soms zal hij ook overdag de nodige drankjes tot zich nemen. Ondertussen speelt zich in zijn hoofd een voortdurende strijd af om enerzijds een aangenaam imago te creëren en anderzijds een aanhoudende pijn te verdoven.’

Op basis van diverse onderzoeken schat Benton dat de helft van alle alcoholafhankelijken van het hoog functionerende type is. Het gebruik kan tientallen jaren doorgaan, tenzij zich een alcoholgerelateerde crisis voordoet, zoals een veroordeling wegens rijden onder invloed, aangifte wegens seksuele intimidatie of een verzoek tot echtscheiding van een partner die er niet meer tegen kan.

MEER GELD MEER ALCOHOL

Volgens de Amerikaanse site Healthline komt bovengemiddeld alcoholgebruik meer voor bij mensen met meer geld. Dat blijkt uit onderzoek in Europa naar het verband tussen socio-economische status en drinkgewoonten. ‘Hoe hoger het inkomen, des te hoger het percentage drinkers,’ aldus Aaron White, wetenschappelijk medewerker van het National Institute on Alcohol Abuse and Alcoholism. ‘Mensen die meer verdienen, drinken meer en binge-drinken vaker dan mensen met lagere inkomens.’

Het simpele feit dat alcohol voorhanden is, is daarbij een key factor, zegt White. Mensen die goed verdienen, wonen vaker in een stedelijke omgeving, waar meer bars en restaurants te vinden zijn. En de effecten van alcoholgebruik zijn minder schadelijk bij een hoog inkomen. Gebruikers met een laag inkomen hebben eerder last van complicaties zoals levercirrose. Omdat welgestelden zich kunnen veroorloven geld uit te geven aan gezonder voedsel, vitaminesupplementen, de sportschool en therapie, zouden de gezondheidseffecten bij hen beperkt blijven.

GEVAARLIJK DRINKGEDRAG

Niet alleen in de bouw, de mediawereld en onder juristen wordt veel gedronken, maar blijkbaar ook onder medici. Een paar jaar geleden stond het tenminste opeens op de voorpagina van het Algemeen Dagblad: minstens 10 tot 15 procent van de Nederlandse artsen is verslaafd, zou blijken uit wetenschappelijk onderzoek. Er werken in Nederland 50.000 mensen als arts, werd in het bericht vermeld, en bij de argeloze lezer ontstaat dan het beeld dat tussen de 5.000 en 7.500 artsen in Nederland verslaafd zouden zijn.

Het blijkt structureel dat verslaving onder artsen vaker voorkomt dan onder de gemiddelde bevolking.

Aanleiding van het bericht: verslaafde artsen mogen ‘gewoon’ doorwerken als hun verslaving geen negatief effect heeft op hun werk. De Inspectie voor de Gezondheidszorg grijpt pas in als dat wél zo is, schreef de krant. Paniek: de Tweede Kamer was ‘verbijsterd’ en verschillende politieke partijen drongen erop aan dat een arts bij ‘aanwijzingen van verslaving’ tijdelijk op non-actief zou worden gezet.

Maar klopte het bericht? NRC dook erin en constateerde dat het wetenschappelijk onderzoek waar het AD zich op baseerde uit Amerika komt, waar al sinds de jaren tachtig onderzoek wordt gedaan naar alcohol- en drugsgebruik onder medici. Daaruit blijkt structureel dat verslaving onder artsen vaker voorkomt dan onder de gemiddelde bevolking. Maar naar verslaving onder Nederlandse artsen is nooit onderzoek gedaan. Ook al is er geen reden om aan te nemen dat de cijfers hier heel anders zijn, meende Hans Rode, in die tijd projectleider van ABS-artsen (waarbij ABS staat voor abstinentie), steunpunt van artsenfederatie KNMG voor artsen die verslaafd zijn. Ook bleef schimmig waaráán de dokters dan zo massaal verslingerd zouden zijn. Drank? Heroïne? Koffie?

Van Nederlandse dokters weten we inderdaad niet hoeveel er verslavende middelen gebruiken, zegt Cor de Jong, emeritus-hoogleraar verslaving en verslavingszorg aan de Radboud Universiteit Nijmegen. ‘Maar in omringende landen als België en Duitsland is daar wél onderzoek naar gedaan, en daaruit blijkt dat de situatie in Europa niet anders is dan die in Amerika.’

Uit Belgisch onderzoek van de Universiteit van Antwerpen naar drinkgedrag onder medisch specialisten blijkt bijvoorbeeld dat het percentage artsen dat ‘gevaarlijk drinkgedrag’ vertoont hoger is dan gemiddeld – ongeveer 10 procent van de Belgen is zware drinker. Dat resultaat is gebaseerd op een enquête onder 1.500 medisch specialisten. Hoewel we het dus niet zeker weten, mag volgens De Jong wel worden aangenomen dat het percentage verslaafde dokters ook in Nederland hoger is dan het percentage middelafhankelijken op de totale bevolking.

In Nederland wordt dat laatste door verslavingsinstelling Jellinek geschat op ongeveer 2 miljoen mensen, van wie 477.000 problematische alcoholgebruikers. Van hen zijn rond de 30.000 daarvoor in behandeling.

VOORSPELLER VAN VERSLAVING

Terug naar de hele groep High Functioning Alcoholics. Zou het kunnen dat er een verband is met hun drankgebruik in de studietijd, uitgaande van de aanname dat studenten doorgaans bovengemiddeld innemen? Profielen, de nieuwsbrief van de Hogeschool Rotterdam, deed er eerder dit jaar onderzoek naar: 5.662 studenten vulden de enquête naar drank- en drugsgebruik in. Met een respons van 15,6 procent niet helemaal representatief, maar toch: 49 procent van de mannelijke studenten en 40 procent van de vrouwen blijkt in de categorie probleemdrinker te vallen.

Een zorgelijk gegeven, zegt Ingmar Franken, hoogleraar klinische psychologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en een van de redacteuren van het Handboek verslaving, een uitgave over de recente ontwikkelingen op verslavingsgebied bestemd voor alle medewerkers in de GGZ. ‘Studenten pieken in deze fase van hun leven qua drinken, en niet iedereen gaat op dit niveau door,’ relativeert Franken. ‘Dat neemt niet weg dat ik me zorgen maak, want probleemdrinken op enig moment is een goede voorspeller van latere verslaving.’

‘In je jeugd leg je de basis voor omgaan met problemen. Als je dan veel alcohol gebruikt, kan problemen wegdrinken een levensstrategie worden.’

Bijna een kwart van de respondenten ‘binget’ wekelijks. Mannen drinken dan minimaal zes en vrouwen vier glazen alcohol binnen twee uur. Franken: ‘Dat is iets wat eigenlijk alle studenten doen. Wekelijks stappen betekent per definitie een binge.’

De meeste studenten drinken of gebruiken omdat ze het lekker en gezellig vinden of nieuwsgierig zijn naar het effect. 7 tot 16 procent van de alcohol- en drugsgebruikers noemt ook negatieve motieven. Ze gebruiken om hun zorgen te vergeten of omdat ze zich depressief of nerveus voelen. Franken: ‘De meerderheid drinkt gelukkig niet om problemen te vergeten. Die cijfers zijn beduidend lager dan die van de totale groep drinkers en dat is positief. Degenen die drinken vanwege problemen, vormen de echte risicogroep. Een op de vijf mensen krijgt op enig moment in zijn leven wel iets van verslavingsproblematiek. Verslaving staat met depressie en angst in de top-drie van psychische problemen. Ik schat in dat vooral de risicogroep daar later mee te maken krijgt.’

Hoewel het onderzoek ook over drugs zoals xtc en cocaïne gaat, ziet Franken alcohol als het grootste probleem. ‘In je jeugd leg je de basis voor omgaan met problemen. Als je dan veel alcohol gebruikt, kan problemen wegdrinken een levensstrategie worden. Op latere leeftijd hoort het dagelijkse wijntje bij het eten echt bij de hoger opgeleiden. Dat is een van de weinige dingen waarop hoger opgeleiden minder gezond scoren dan lager opgeleiden. Bij dingen als lichaamsbeweging, roken en eten is het andersom.’LEES OOKHoe alcoholproblemen zich voortplanten13 maart 2018

SOCIALE DRUK

Ook bij veertiger Henriette van der Wielen begon het in haar studententijd. Met bessenjenever, ‘het was meteen een klik’. Het paste bij gezelligheid, samen zijn en feesten. De jaren daarna volgden wodka-jus en rode wijn. Van der Wielen: ‘Het is altijd op een soort steady niveau geweest; ik had niet het gevoel dat ik daar anders in was dan anderen. Ik ging naar feestjes en naar de kroeg, en dan dronk je een wijntje, of twee, of drie en soms wel meer. Zo nu en dan zakte je flink door en werd je dronken, dan waren de katers niet leuk en naarmate ik ouder werd, werden ze steeds minder leuk. Maar de brakke dagen hoorden er een beetje bij.’

Een jaar of vijf geleden sloop de onvrede erin. ‘Het voelde niet gezond en ik vond mezelf ook te dik. En zolang ik dronk, viel ik niet af. Soms stopte ik twee, drie dagen en dan begon ik weer. Ik voelde ook sociale druk: neem een wijntje, ach ja, dat kan ook best. Dus als een vriendin een witte wijn nam, nam ik ook een witte wijn. Soms besloten we samen te stoppen, maar na vier dagen had ik dan toch wel weer heel erg veel zin. Dan stuurde zij een appje met een alcoholvrij biertje erop, en dan hield ik een glas water omhoog op de foto, maar ernaast stond een glas wijn. Ik kon het blijkbaar niet, zij kon het blijkbaar wel. Dat tast je zelfrespect aan.’

Nooit meer een glas heffen tijdens feestjes en feestdagen: voor veel mensen is het geen aantrekkelijk vooruitzicht.

Wat het niet aantastte, was haar werk als zelfstandig logopediste. Hoewel: ‘Het kwam wel eens voor dat ik me ziek heb gemeld omdat ik me brak voelde. Of dat ik waziger was op mijn werk, of chagrijnig. Dat laatste merkten cliënten niet, maar mijn man wel. Als ik dan vroeg thuiskwam, ging ik een dutje doen, even bijkomen. Ik vond het gewoon lastig: ik wilde per se niet aan de definitie alcoholist voldoen, en ik had ook niet het idee dat het zo was.

Iedereen om mij heen dronk, dus was ik afhankelijk? Ja, nu denk ik van wel. Ik voelde me er onvrij in. ’s Avonds kwam de verleider langs: ééntje maar, dat werden er twee, een halve fles en soms een hele. En de volgende dag, als ik in de spiegel keek, haalde ik mezelf neer: wat heb je toch een plofkop, wat zie je er slecht uit, zie je wel, je kunt het niet. Het was een nare cirkel die me op mijn plaats hield. Want ik kwam niet verder. Ik kwam niet verder met afvallen, niet met gezond leven, niet met mezelf ontwikkelen, mijn praktijk eens een keer goed opzetten. Ik kon beter.’

Een paar weken nadat ze gestopt was, viel het Van der Wielen op hoe fit ze was, dat ze vrolijker werd en ook wel trots op zichzelf dat het opeens lukte. ‘Inmiddels ben ik tien kilo afgevallen in een jaar tijd, ik heb besloten een driejarige opleiding te volgen tot gecertificeerd coach, en ik word niet meer rond drie uur ’s nachts wakker. Ik voel me vrij en helder, ga vroeg naar bed en sta vroeg op.’

Nooit heimwee naar zo’n mooi glas bordeaux van vroeger? ‘Ja zeker, ik mis het af en toe, die rode wijn. Dan zeg ik tegen mezelf: jammer joh. Daar kon ik vroeger echt van genieten en dat is er dus niet meer. Maar tegelijk zie ik het enorme gevoel van vrijheid dat ik daarmee win.’

INTRINSIEKE MOTIVATIE

Helemaal stoppen met alcohol, nooit meer een glas met alcoholische substantie heffen tijdens feestjes en feestdagen: voor veel mensen is het geen aantrekkelijk vooruitzicht. Maar als je dat besluit toch neemt, hoe lang duurt het dan voordat je er niet meer aan denkt? Een jaar, schat Petra Moes, al geeft stoppen je vanaf dag één al heel veel terug. ‘Uiteindelijk is het veranderen van je alcoholgebruik een proces; een proces dat individueel is. Soms zijn mensen al jaren bezig om te stoppen, en dat is niet erg. Ik zie terugval niet als een mislukking, maar als een treetje van een ladder: de dingen die je inmiddels hebt geleerd, neem je mee.’

Wel melden mensen die ermee worstelen zich doorgaans veel te laat, constateert Moes. Aan de andere kant is hun worsteling ook nodig om te rijpen, zegt ze. ‘Tegen de tijd dat je dan besluit dat het genoeg is, heb je een intrinsieke motivatie. Maar eerlijk: als ik naar mezelf kijk, ben ik in die periode ook heel eenzaam geweest. Het leed rondom drinken kan heel groot worden, en het kan heel donker zijn. Je verliest de visie op je eigen leven, en dan wordt het uitzichtloos. Dat is waarom ik mensen steun en inzicht wil geven.’

PUUR VERGIF

Ries van den Heuvel vond het destijds niet eenvoudig om te stoppen. ‘Waarom ik dronk? Ik heb geen idee. Of het alleen het stofje was, de verdoving, dat weet ik niet. Hoeveel ik daar ook over heb nagedacht, daar ben ik nooit achter gekomen. Toen ik net gestopt was, had ik altijd in mijn achterhoofd: straks kan ik wel weer beginnen. Maar dat kan dus niet. Ik had geen rem. Ik kon van tevoren niet bepalen: ik drink er zoveel. Je ging gewoon door tot het einde.’

Zijn leven nu, zonder drank, is veel beter. ‘Ik ben fitter en ik kan weer goed nadenken. Ik ervaar de dingen weer. Laatst was ik te gast op een vijftigjarig huwelijk, en ik schaamde me kapot over hoe iedereen zich gedroeg. Sommige mensen begonnen opeens heel vervelend te doen. Hard praten, foute moppen vertellen. Ik kan me voorstellen dat ik me ook zo gedroeg toen ik nog dronk. Ondertussen heb ik aan den lijve ervaren dat alcohol puur vergif is. Ik heb vijf omleidingen, ik heb een herseninfarct gehad, een hartinfarct, een oog-infarct en darmkanker. Met de informatie die ik nu heb, weet ik dat ik een heleboel dingen had kunnen voorkomen. Achteraf denk ik: dat had ik anders moeten doen. Wat ik wel altijd had, is een verschrikkelijk schuldgevoel. Ik vond het nog het ergst voor mijn echtgenote. Dat zij nog steeds bij me is, is eigenlijk een wonder. Ik heb een heel goede vrouw getroffen.’